The li(f)e I lived – door Maite


Ellen : Zv

 Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verward te zijn omdat iedereen buiten mij leek te weten wat hij deed en ervan overtuigd leek dat wat hij deed ook zinnig was.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om van kleinsaf aan te streven naar het gevoel van ‘ik ben er’, ‘ik leef’.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het gevoel van ‘ik ben er’, ‘ik leef’, te zoeken in de toekomst in plaats van in het moment, in de ademhaling, in mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te twijfelen aan mezelf, omdat ik mij afvroeg wat the point was van wat ik deed en niemand anders zich die vraag leek te stellen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te denken en geloven dat als anderen zich die vragen niet stellen of ze niet aanvaarden, dat ik ze ook niet mocht aanvaarden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de vragen die ik als mezelf aanvaardde en waar ik mijn stabiliteit uit haalde te verstoppen uit angst om niet aanvaard te worden door anderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik stabiliteit en ondersteuning nodig had van mensen afgescheiden van mij in plaats van te vertrouwen op mijn eigen stabiliteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gewoon te doen wat anderen doen zoals vrienden maken, naar school gaan, uitgaan, reizen, op kamp gaan, hobby’s beoefenen, enz. en het op zo’n manier te doen dat het lijkt alsof het de normaalste zaak ter wereld is in de hoop dat ik mezelf zou kunnen wijsmaken dat ik mij er helemaal goed bij voel en voor 100% het nut inzag van alles waar ik deel aan nam.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb wijsgemaakt dat ik mij goed voelde in wat ik deed en mezelf wijsmaakte dat ik voor 90% het nut inzag van alles waar ik aan deelnam.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen geloven dat wat anderen deden en ik nadeed zinnig was uit angst om stabiliteit en ondersteuning te verliezen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij af te vragen wat ellen van wat ik vertel in zichzelf ziet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij continu onvoorwaardelijk open te stellen voor Ellen, maar in de plaats zelfs in haar aanwezigheid een rol speelde waarvan ik hoopte dat ze die zou aanvaarden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mezelf onvoorwaardelijk open te stellen ongeacht in wiens aanwezigheid ik was, maar in de plaats enkel bij ellen een glimps van mezelf heb laten zien en van wat er in mij omging.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn uiterste best te doen om niet in te zien dat ik mij nog steeds vragen stelde bij alles wat ik deed en dat ik er eigenlijk nog steeds de zinnigheid niet van inzag.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de rol die ik speelde in de aanwezigheid van anderen zodanig heb aanvaard en geaccepteerd als mezelf dat het een tweede natuur werd en ik er mij zelfs niet meer bewust van was.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Ellen maar een glimps van mij te laten zien in plaats van mij onvoorwaardelijk voor haar open te stellen, voor haar als voor iedereen eigenlijk.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te verstoppen voor anderen uit angst dat ze mij niet zouden aanvaarden en ik hun steun en appreciatie niet zou krijgen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij onzeker te voelen wanneer ik mij vragen begon te stellen over het zinnige en onzinnige van mijn wereld en ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om als reactie daarop zekerheid uit mijn omgeving te willen halen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te conformeren naar de norm en wat anderen deden in de hoop dat ik zekerheid en stabiliteit zou ervaren, mij niet realiserend dat ik die zekerheid en stabiliteit zelf ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in te zien hoe begrensd onze geest, ‘ons hoofd’ is en op welke belachelijk manier onze geest, ‘ons hoofd’ eigenlijk werkt, maar dit probeerden weg te lachen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om onzeker te worden in het zien hoe begrensd mijn geest is en hoe belachelijk het werkt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat die onzekerheid en het wantrouwen in mijn geest, ‘mijn hoofd’, ondraaglijk is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om daarom die onzekerheid en dat wantrouwen te onderdrukken door ermee te lachen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de reden waarom ik en ellen bevriend werden en zo goed bevriend werden is omdat zij wat mijn geest deed aanmoedigde en ik aanmoedigde wat haar geest deed.

Stop! Tot hier niet verder!

Ik sta mij niet langer toe om met Ellen in een vriendschapsrelatie te zijn en aan die relatie vast te houden om van haar bevestiging te krijgen dat wie ik mezelf heb aanvaard te zijn ‘ok’ is.

Ik sta mij niet langer toe om met Ellen in een verband van zelf-oneerlijkheid te staan, aangezien onze ‘vriendschap’ gebaseerd is op de veronderstelling en het geloof dat ik Ellen nodig heb voor steun, acceptatie en stabiliteit.

Ik ben steun.

Ik ben acceptatie.

Ik ben stabiliteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf constant te willen en proberen wijsmaken dat ik onstabiel ben, terwijl ik weet dat ik stabiel ben en stabiliteit ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn omwille van het feit dat ellen in een relatie is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die kwaadheid te projecteren op het lief van Ellen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jaloers te zijn op het feit dat Ellen in een relatie blijkbaar kon vinden wat ik er niet in vond, een zekerheid die elke vraag overbodig maakte.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om het lief van Ellen te aanvaarden, omdat ik die jaloezie projecteerde op het lief van ellen. 

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat Ellen ‘één van de anderen’ wordt omdat ze in een relatie zich op dezelfde manier gedraagt en op dezelfde manier handelt alle andere mensen en zich geen vragen lijkt te stellen bij die relatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik als enige met mijn vragen zou overblijven als Ellen in een relatie blijft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat Ellen zichzelf zal verliezen in een relatie net zoals alle andere mensen zichzelf precies verloren hebben en een spel spelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om zelf ‘het spel van het leven’ mee te spelen zelfs als ik ergens heel goed door had dat het allemaal niet echt was.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Ellen te verliezen en daarmee de steun die mijn geest uit die vriendschap haalde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik die angst niet ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik iemand anders dan mij nodig heb die mij verstaat of die herkent wat ik ervaar in mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik Ellen nog onzekerder ga maken als ik een einde maak aan onze vriendschap.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om iemand anders haar/zijn gevoelens in acht te nemen en die te laten primeren boven mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Ellen te definiëren als een vriendin, waardoor het mij onmogelijk zou maken om Ellen bewust te kwetsen of bewust niet te steunen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘vriend/vriendin’ te definiëren als iemand die ik onvoorwaardelijk moet steunen en voor zorgen en waarvan ik hetzelfde terug verwacht.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als ik Ellen niet meer steun en verzorg, zij dat ook niet meer voor mij zal doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat Ellen mij op een bepaalde manier zal kwetsen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat wanneer iemand een ‘vriend/vriendin’ is, ik er geen schrik voor hoef te hebben, omdat de overeenkomst van vriendschap de belofte inhoudt om elkaar geen kwaad te berokkenen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om zoveel mogelijk vrienden te willen hebben, zodat ik van zoveel mogelijk mensen de belofte heb dat ze mij geen kwaad zullen berokkenen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om zoveel mogelijk mensen als vriend of vriendin te willen hebben uit angst om gekwetst te worden.


Laat een reactie achter



Bezig met formatteren van jouw reactie
Terug naar boven | Tekstgebied: Groter | Kleiner