Hoe sta ik in mijn leven? 2
Over het feit dat het schoonheidsprincipe in mijn mind een issue werd hebben we het al gehad. Heb ik het al gehad. Toen ik na twee weken van het vierde naar het vijde leerjaar overstad/k, werd ik mij nog meer bewust van wat anderen van mij zouden vinden. Ik moest ervoor zorgen dat ze mij zouden aanvaarden. Ik weet nog hoe ik altijd E.H. als voorbeeld nam van welke kleren ok waren om aan te doen. In mijn vorige klas was ik natuurlijkerwijs deel van de groep, want ik was er van bij het begin bij geweest. Nu was ik een nieuwkomer en ik moest mij ‘integreren’ in de groep die er was. Ik moest bewijzen dat ik aanvaardbaar was. Ik veronderstel dat dat de survival-system in mij was. Om een individu te zijn in een groep leek geen goed idee. Ik voelde mij te zwak op mezelf. Ik voelde mij ook echt van mijn troon gestoten. In mijn vorige klas was ik de slimste en nu opeens was ik verloren, kende ik niemand, verstond ik niet alle leerstof. Ik had schrik om uitgestoten te worden. Schrik om één van de sullen en sukkelaars te zijn. Ik had ‘het recht’ om een comfortabele positie te hebben in de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij onzeker te voelen in een nieuwe omgeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat doordat ik in een nieuwe omgeving kwam, ik mij daarin moest integreren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf aan te passen aan wat ik dacht dat andere mensen aanvaardbaar zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf aan te passen aan wat ikdacht dat andere mensen bewonderbaar zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan aanvaard te willen worden.
Ik vergeef mzelf dat ik mezelf heb toegestaan bewonderd te willen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan bewonderd te willen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij zwak te voelen bij mensen die een ‘groep’ vormen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen deel uitmaken van mijn nieuwe klas, van de groep die de mensen in mijn nieuwe klas vormden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij bewust te zijn van hoe ik mij gedroeg, wat ik zei, wat ik aanhad, wat ik deed, om te weten en te peizen over wat anderen van mij zouden denken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te vrezen wat andere mensen denken van wat ik doe, hoe ik mij gedrag, wat ik zeg, hoe ik iets zeg, in plaats van mezelf te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij comfortabel te voelen in de expressie van mezelf, zonder mij iets aan te trekken wat anderen daarvan zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het belangrijker is dat ik deel uitmaak van een groep, dan dat ik mezelf uit zoals ik ben, omdat ik geloofde dat mijn genot van mezelf afhing van het feit of ik al dan niet aanvaard werd door een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het genot van mezelf afhangt van het al dan niet aanvaard worden door een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij moest bewijzen in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen aanvaard worden door mijn nieuwe klasgenoten omdat ik schrik had om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik niet alleen wil zijn, dat ik dat neit ok vind.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen bewijzen dat ik aanvaardbaar was toen ik in een nieuwe klas terecht kwam.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij moest integreren i mijn nieuwe klas omdat dat beter was voor mijn overlevingskansen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik sterker ben en meer kans heb om te overleven als ik deel uitmaak van een groep dan als ik alleen ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat het geen idee is om een individu te zijn in een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het onveilig is om in een groep te zijn zonder er deel van te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou worden uitgestoten en uitgesloten en dat ik een sul en sukkelaar zou zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik te zwak ben op mezelf en dat ik een groep nodig heb om mij te ondersteunen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij van mijn troon gestoten te voelen, omdat ik in mijn vorige klas ‘de slimste van de klas was’ en ik nu opeens niemand kende, sommige dingen in de lessen niet snapte, jonger was, minder wist dan de anderen en mij daardoor onzeker en minderwaardig voelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verloren te voelen nu mijn vertrouwde omgeving wegviel.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te definiëren naargelang de klas waar ik inzat.
I forgive myself for allowing myself to define myself according to the class I was in.
I forgive myself for allowing myself to define myself according to my environment and the beings I participated with.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik ‘het recht’ had op een comfortabele positie binnen de groep, een positie waar ik mij geen zorgen hoefde te maken over wat anderen van mij dachten, waar ik niet uitgelachen zou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou uitgelachen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken en geloven dat ik het niet verdien om gepest te worden, dat ik waardig genoeg was om niet gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aan te nemen dat er binnen een groep hiërarchische verschillen zijn, dat sommigen de ‘gelukkigen’ zijn en dat sommigen ‘de sukkelaars’ zijn en dat ik een van de ‘gelukkigen’ hoorde te zijn.
I forgive myself for allowing myself to believe that I am fortunate and should be treated accordingly.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om E.H. als het voorbeeld te nemen van hoe ik eruit moest zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de manier waarop E.H. haar kleedde als een voorbeeld te zien van hoe ik mij moest kleden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen worden als E.H..
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf als minderwaardig dan E.H. te ervaren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest opklimmen tot het niveau van E.H..
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van E.H. door mij met haar te vergelijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van E.H. door de manier waarop zij zich kleedt te vergelijken met de manier waarop ik mij kleedt, en mij te willen aanpassen aan de manier waarop zij zich kleedt omdat ik wou aanvaard worden in mijn nieuwe klas en omdat ik de erkenning van E.H. wou krijgen en omdat ik de vriendin van E.H. wou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te herinneren hoe ik naar E’s nieuwe schoenen keek en een beetje later op basis van wat ik had gezien van E’s schoenen zelf schoenen kocht die daarbij in de buurt kwamen.
De eerste van de klas met wie ik sprak was J, die mij direct zij dat ik moest ‘oppassen’ voor L, omdat die roddelt en gemeen is en weet ik wat nog allemaal. L liet mij de eerste dag al meteen hun agenda zien, ik had nog mijn agenda uit de vorige klas, die klein was en zij hadden allemaal een grote. Ze zij ‘Maite, kijk is, chic eh!’. Ik zei maar ‘ja’, alsof ik heel erg onder de idruk was *indruk. Vanaf dan is L mij als ‘dutske’ beginnen behandelen, een labelling waar ik absoluut geen genoegen mee wou nemen, het maakte mij zo infierieur ten opzichte van haar. Ik had wel ook snel door dat L één van de ‘machtigste’ posities innam in de klas en dat ik via haar een ‘veilige positie’ voor mezelf kon verzekeren. Het was eigenlijk EH waar ik mee bevriend wou zijn. Ze was mooi en slim. Misschien omdat zij het meest op een prinses leek van iedereen in de klas en ik dus in haar zag wat ik niet zag in mezelf. EH en L waren beste vriendinnen. Ik was nieuw in de klas samen met D. En D en ik wouden allebei de vriendin worden van EH. Heeft veel competitie opgeleverd. Ja, het competitie-principe is toen ook begonnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren dat de eerste persoon van mijn nieuwe klas waarmee ik sprak, J was en hoe zij mij direcht waarschuwde voor L omdat zij roddelt, gemeen is en nog veel meer.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om wat J over L zei aan te nemen, en het mijn perceptie van L te laten beïnvloeden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren hoe L mij haar grote agenda liet zien, toen ik zei dat ik nog een kleine agenda had van in de andere klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren hoe ik op de tweede rij zat en L op de laatste rij, maar in dezelfde kolom en hoe ik achteruit keek, over mijn schouder terwijl L riep ‘Maite, kijk is, chic, eh!’ en dat ik zei ‘Ja’ of dat ik knikte alsof ik onder de indruk was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te reageren zoals ik wist dat L wou dat ik zou reageren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het beeld van L die een grote agenda met wit en geel vast had in mijn systemen op te slagen en in mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij geïntimideerd te voelen door L.
Ik vergeef mezelf dat ik meelf heb toegestaan om mij minderwaardig te voelen ten opzichte van L.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij minderwaardig te voelen ten opzichte van L.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om geïrriteerd te zijn met de manier waarop L mij zag als minderwaardig, terwijl ik L in mezelf als meerderwaardig beschouwde en ik dus eiglk geïrriteerd was door mezelf, want ik had mezelf als minderwaardig dan L aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat iemand anders mij als minderwaardig bestempelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad en gefrustreerd en geïrriteerd te zijn omdat iemand mij als minderwaardig bestempelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als iemand mij als minderwaardig bestempeld, ik dat dan ook ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door geïrriteerd te zijn door de manier waarop iemand mij als inferieur bestempeld, ik dat ook ondersteun en aanvaard of misschien niet aanvaard, maar ook zo zie op een bepaalde manier.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat Lynn populair was binnen de groep en daardoor een sleutel voor mij om aanvaard te worden binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat ik mijn vijand beter als vriend kan houden.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om L te gebruiken om EH als vriendin te krijgen.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om Lynn te gebruiken en haar gedrag te dulden zodat ik aanvaard zou worden binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om EH als vriendin te willen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om EH als vriendin te willen omdat zij mooi en slim was en ik haar zo zag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op te kijken naar EH.
Ik vergeef mezelf datik mezelf nit heb toegestaan om in te zien dat de redendat ik EH als vriendin wou, is dat ik mezelf zag in haar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik met EH bevriend wou zijn omdat zij leek op een prinses en prinsessen degenen zijn waar jongens op verliefd worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik in EH zag wat ik in mezelf niet aanvaarden, iemand die het waardig is om een relatie mee aan te gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van EH omdat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te aanvaarden en accepteren als mooiheid, ik ben mooiheid de mooiheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij af te scheiden van ellen omdat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te aanvaarden en realiseren als natuurlijkheid, ik ben natuurlijkheid, de natuurlijkheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf af te scheiden van ellen omdat ik mezelf niet heb toegestaan mezelf te aanvaarden en realiseren als wijsheid, ik ben wijsheid, de wijsheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan mezelf af te scheiden van ellen, omdat ik mezelf niet heb toegestaan mezelf te aanvaarden en realiseren als eenvoud, ik ben eenvoud, de eenvoud van mij in elk moment van zelfoprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben als het leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om bevriend te willen zij met ellen omdat zij op een bepaalde manier verbonden is met mijn broer, omdat haar zus bij mijn broer in de klas zat en mijn broer iets over ellen had gezegd, dus wou ik bevriend worden met ellen, zodat mijn broer trots zou zijn op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om L en D als concurrentie te zien in de strijd om de vriendschap van EH.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deel te nemen in het competitie-systeem en mij dus constant te vergelijken met l en d.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van l en d door mijzelf constant te vergelijken met l en d en door ze te definiëren als concurrenten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om l en d te zien als een bedreiging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om via lynn een veilige positie te proberen verkrijgen binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat ik l te vriend moest houden, tot op het moment dat de groep mij aanvaard had en dat ik dan lynn kon ‘dumpen’ omdat dat nodig zou zijn om ellen als vriendin te hebbe, zo dacht ik.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om eh ‘voor mij alleen te willen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gefrustreerd te zijn door de manier waarop lynn zich bleef vastklampen aan ellen en hoe eh l als een vriendin wou houden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken ‘ziet ellen dan niet dat zij en ik veel beter bij elkaar passen als vrienden en dat ze l niet nodig heeft als vriendin’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jaloers te zijn op l omdat eh haar bleef zien als haar beste vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik iemand haar beste vriendin wou ‘afpakken’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om egoïstisch te zijn door ellen voor mij alleen te willen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jaloers te zijn op de manier waarop l en eh beste vriendinnen waren terwijl ik geen beste vriendin had en daarom de plaats van één van hen wou innemen.
Ik herinner mij opeens een moment waar ik kwaad was op A of D omdat ik even mijn boterhammendoos had gegeven aan D of A om bij te houden omdat ik efjes wegmoest en toen ik terugkwam waren ze allebei aan het lachen. Ah ja, ik weet het weer. Ik had mijn doos aan A gegven en die had hem in D haar handen gestopt. D had hem laten vallen en mijn boterhammen waren op de grond gevallen. Ik was dus kwaad op hen allebei. Op A omdat ik haar ‘verantwoordelijik’ had gesteld en op D omdat ze ze had laten vallen. En waarschijnlijk was ik ook kwaad op mezelf omdat ik de boterhammen die mijn mama voor mij had gemaakt had toevertrouwd aan iemand anders en had ik iets van ‘ge had het moeten weten, Maite! Zie nu, nu hebt ge mama haar boterhammen vies gemaakt!’ Ik was dus kwaad op hen en gaf hen de schuld zodat ik niet zou moeten inzien dat ik kwaad was op mezelf, want dat is ‘ondraaglijker’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn in D en A.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken, Maite, het heeft geen zin om vergeving te doen op uw verleden en uw herinneringen, ge moet vergeving doen op wat er zich nu af speelt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te twijfelen aan mezelf en mijn zelf-vergeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op A omdat ze mijn doos aan D had gegeven.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om A te vertrouwen en D niet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik de boterhammen die mama had gemaakt voor mij en die dus heel waardevol waren, had toevertrouwd aan iemand anders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat mijn mama haar eer geschaad was, zo zag ik het althans, omdat de boterhammen die zij gemaakt had op de grond waren gevallen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mama moet eren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij te voelen alsof mijn eer was geschaad omdat ze mijn botherhammen zonder respect hadden behandeld en het nog grappig vonden ook.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om respect te eisen van anderen.
Ik vergeef mezelf dat k mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou zien wie ik eigenlijk was, niet meer dan hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij minderwaardig te voelen ten opzichte van a en d in dat moment en daarom kwaad werd om mij te laten gelden en mijn positie te herstellen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gekwetst te zijn in dat moment.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik gekwetst was in dat moment.
Oké, terug waar ik gebleven was. Eerst en vooral moest ik bewijzen dat ik het waard was om in hun klas te zitten, ook al was ik van een leeftijd die een jaar jonger is als die van hun. Ik had het idee aangenomen dat je gelijkwaardig bent aan iedereen van jouw leeftijd en dat de mensen die ouder zijn, meer waard zijn en dat degenen die jonger zijn minder waard zijn. Ik vervloekte juist het onderwijssysteem daarvoor, ik stad de schuld op het onderwijssysteem, omdat zij het er zo ingedramd hebben, waarom anders de klassen op zo’n manier opdelen. Maar dat geloof heb ik zelf aanvaard en aangenomen. Door te liegen over mijn regels is het mij ‘gelukt’ om hun respect te winnen, althans, zo zag ik het. Want opeens was ik volwassener dan hen ondanks mijn leeftijd. Amai, dat had ik ‘slim’ gezien. Ja, en het manipuleren is begonnen. Ik loog er tegen iedereen over, ook tegen mijn leerkracht en mama. Ik weet niet of iemand eigenlijk weet wanneer ik mijn regels voor de eerste keer had. Misschien heb ik het aan Jurgen verteld op een moment dat we iets hadden van ‘alle geheimen op tafel’. Maar de kans is groot, dat dit het grootste geheim is dat ik sindsdien rondsleur. Ik voel er mij ook heel schuldig over, alsof mijn moeder en alle mensen die niks met die klas te maken hebben, het slachtoffer zijn van hoe die klas mij behandelde. Alweer, de schuld op de klas, terwijl ik de leugen heb verspreid en mijn woorden mijn verantwoordelijkheid zijn. Ik voelde mij heel ‘evil’ en had ergens het gevoel dat liegen ‘beneden mijn niveau’ was. Maar ik had ook het idee dat ik niet meer terug kon, ik was ermee begonnen, dus nu moest ik ook wel verderdoen. Als mensen wisten dat ik gelogen had, zouden ze mij immers nog veel lager inschatten dan al het geval was. ‘Want liegen is slecht en wie liegt is een slecht persoon.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof aan te nemen dat iedereen die ouder is dan mij meer waard is dan mij en dat iedereen die jonger is dan mij minder waard is dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat je maar gelijk bent aan de mensen van jouw leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mezelf moest bewijzen in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest bewijzen dat ik evenwaardig was aan de nieuwe mensen waarmee ik in de klas zat ‘hoewel ze een jaar ouder waren’.
Ik vergeefm ezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te beschouwen als een en gelijk met de andere mensen in mijn klas, maar die indruk te willen laten uitschijnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf nooit aanvaard heb als een en gelij k met mensen van een andere leeftijd, maar alleen die indruk liet uitschijnen en mijzelf wijs maakte dat ik mijzelf aanvaard had als een en gelijk met mensen van een verschillende leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf wijs te maken dat ik mijzelf constant moet bewijzen, om te blijven en te kunnen opboksen tegen de perceptie dat wie jonger is minderwaardig is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ander mensen dat van mij zouden denken en vinden en dat ik daarom zo handelde als ik handelde, terwijl dat geloof bestond in mijzelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het onderwijssysteem te vervloeken en de schuld te geven voor het feit dat ik mij zelf als minderwaardig beschouw dan mensen die ouder zijn dan mij en mij als meerwaardig beschouw dan mensen die jonger zijn dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op den duur de mensen van mijn eigen leeftijd als minderwaardig te beschouwen, want ‘ik was opgeklommen tot het niveau van de mensen die een jaar ouder zijn’, of die indruk wou ik toch hooghouden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die een jaar jonger zijn dan mij. Nee foute zien, *zin
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die evenoud zijn als mij omdat zij in een klas lager zaten dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij ouder te voelen dan de mensen van mijn eigen leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in de war te zijn met of ik nu meer of minderwaardig ben dan de mensen waarmee ik nu in de klas zit, want die mensen zijn evenoud als mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de waarde van mensen en mijn schatting daarvan te laten afhangen van de leeftijd van die mensen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de mensen van mijn klas wijs te maken dat ik mijn regels had, zodat zij mij zouden ervaren als evenwaardig en liefst meerwaardig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te liegen om aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen worden wat zij wouden zijn door te zeggen dat ik mijn regels gekregen had en daardoor volwassener was dan hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat de mensen in mijn nieuwe klasmij niet aanvaardden, omdat ik mezelf niet aanvaardde als nieuw in hun klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen ook te vertellen aan mijn mama en aan mijn leerkracht en iedereen die ikkende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de oneerlijkheid overal rond mij te zaaien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te omsingelen met mijn eigen leugens.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf nooit heb toegestaan om de waarheid over mijn regels te vertellen en op een eerlijke voet te staan met de mensen waartegen ik gelogen heb.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik mama en de juf beloog, terwijl ik heb eigenlijk niet wou betrekken in die leugen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik gelogen heb tegen mijn moeder, mijn leerkracht en de mensen in mijn klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen, want wie liegt is slecht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld op de manier waarop de klasmij behandelde te steken, de rol van slachtoffer op te nemen, zodat ik niet de verantwoordelijkheid van mijn leugens moest nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen te ervaren als een last die op mijn geweten ligt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat liegen beneden mij niveau is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij wijs te maken dat het ok is om te liegen als je er ‘een goede reden’ voor hebt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deze ervaring te definiëren als mijn grote geheim.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verplicht te voelen om te blijven liegen, want ik had schrik dat mensen mij al helemaal niet meer zouden aanvaarden als ze zouden zien dat ik gelogen had tegen hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij jaren later nog schuldig te voelen over die leugen, omdat mijn moeder haar werkelijkheid niet klopte door mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat mijn mama beter verdiende dan een leugen van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om oprecht en kwetsbaar te zijn tegenover iedereen op elk moment.
Nog iets dat ik deed, zodat anderen mij zouden accepteren in de klas, was het vestje dat o had gemaakt voor mijn tweede communie kapotknippen. De communie en de kleren die je dan aanhad, moesten bewijzen dat je smaak had, het was een prestigezaak. Op dat moment ‘lelijke’ kleren aandoen, zou ‘onaanvaardbaar’ zijn. Ik knipte het vestje dus kapot en wou het doorspoelen door de wc, maar blijkbaar ging dat niet zo goed. Ik deed ze dan in de vuilbak en deed de volgende morgen mijn kleine vuilniszak naar beneden in de grote vuilbak in de keuken. Toen ik mijn vestje ‘niet vond’, is mijn mama vrij snel in de vuilbak gaan kijken, omdat ze het verdacht vond dat ik die naar beneden had gedaan. Ik ontkende alles! Mijn moeder verdacht mijn zus en zelfs dan ontkende ik. Oooh, schuldgevoel. Mijn zus was compleet onschuldig. Dan dacht mijn mama dat ik misschien niet meer wist wat ik ’s nachts gedaan had. Ik huilde op haar schoot omdat ik het zogezegd erg vond dat het vestje stuk was. Papa gaf mij de schuld en ik was zo kwaad op hem. Langs een kant omdat hij mij zou verklikken en langs de andere kant omdat hij meteen het slechtste van mij dacht. Hij had mij helemaal door en toch was ik verontwaardigd dat hij dacht dat ik zoiets ‘slechts’ zou kunnen doen. Ik was dus verontwaardigd van mezelf omdat ik iets gedaan had dat ik nooit van mezelf had verwacht. Ik had het gevoel van ‘Maite, hoe zijt ge nu zo laag kunnen zinken??’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat de kleren die je aanhebt op de dag van je plechtige communie het bewijs moeten zijn van hoe geweldig je wel niet bent.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de andere kinderen van de klas mij niet zouden aanvaarden en mij zouden uitlachen en zouden roddelen over mij als ik het vestje zou aandoen dat o mij had gemaakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het onaanvaardbaar zou zijn van mezelf om lelijke kleren of kleren die ik niet mooi vond of kleren waarvan ik dacht dat anderen ze niet mooi zouden vinden aan te doen op de dag van mijn communie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om het vestje gewoon niet aan te doen als ik het echt zo erg vond.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het vestje stuk te knippen, te willen doorspelen door de wc en dan in de vuilnisbak te smijten, zodat ik het niet kon aandoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om de verantwoordelijkheid voor wat ik had gedaan op mij te nemen, maar te doen alsof ik van niks wist.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de verantwoordelijkheid niet op mij te nemen, zelfs toen mijn zus verdacht werd van wat er was gebeurd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zus te laten opdraaien voor wat ik gedaan had, liever dan dat ik verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor wat ikg edaan had, omdat ik schrik had voor de reactie van mijn ouders en grootouders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te doen alsof ik het erg vond dat mijn vestje stuk was en te huilen, zodat ik de gevolgen van wat ik had gedaan niet zou moeten dragen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa omdat hij de schuld op mij stak.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa omdat hij de schuld direct op mij stak.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa, omdat hij mij wel is zou kunnen verklikken door mij te blijven beschuldigen en mama wel eens zou kunnen overtuigen van zijn gelijk en ook omdat hij verwachtte dat ik zoiets zou kunnen doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verontwaardigd te zijn ten opzichte van papa, omdat hij mij in staat achtte om zoiets ‘slechts’ te doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf te beoordelen omdat ik iets gedaan had dat ‘slecht was’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verontwaardigd te zijn van mezelf omdat ik iets gedaan had dat ik nooit van mezelf had verwacht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het gevoel te hebben van ‘maite, hoe zijt ge nu zo laag kunnen zinken?’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te liegen over wat ikgedaan had met het vestje.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat zolang mama mij geloofde, ik safe was, want als mama en papa het niet eens waren, waren ze machteloos tegenover mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mama aan mijn kant te willen houden om enerzijds papa niet de kans te geven om samen met haar de schuld op mij te steken en mij te straffen, want zolang mama mij geloofde zou ze mij niet straffen en zou ze het van papa niet dulden dat hij mij strafte en anderzijds omdat ik door haar getroost wou worden en de woorden wou horen ‘maite, het is niks.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als ik aan mama de waarheid vertelde of ze achter de waarheid zou komen, dat ze dan heeeel kwaad zou zijn op mij en dat ik zou afgedaan hebben in haar ogen en dat ik haar liefde samen met haar vertrouwen neit meer waard zou zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij in waarde lager te achten, omdat ik gelogen had tegen mijn moeder.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn vader, terwijl ik eigenlijk kwaad was op mijzelf en wat ik had gedaan.
Laat een reactie achter