The li(f)e I lived – door Maite


Ellen

Ik heb altijd gedacht dat Ellen en ik sterk op elkaar lijken. Ik herkende mijzelf heel sterk in haar. Ellen is ergens heel sterk gericht op zichzelf en ik ook. Het proberen zoeken naar wat nu eigenlijk de bedoeling is van het zijn zelf, zag ik altijd in haar. Een weg proberen zoeken die enigszins zinnig lijkt, of het minst onzinnig. Waauw, de gelijkenis gaat verder dan ik dacht. Ik praat vanuit mijn gezichtspunt weeral, als Ellen hierover zou schrijven, kwam ze misschien tot een compleet ander resultaat.

Het in ons kijken verwarde ons heel erg. Er was geen logica of zinnigheid te vinden in ons. Er was niks in ons dat zij welke kant we moesten opgaan, alsof er geen kant valt op te gaan. Er is in ons geen streven, er is in ons geen wens om iets anders te worden dan wie we al zijn. Of erger nog, het voelde alsof we niemand waren. En dat is heel verwarrend als ge dan naar buiten kijkt en ziet dat heel de wereld erop gericht is om ‘iemand te worden’. Als we in onszelf keken, zagen we het nut niet in van te doen wat we deden; naar school gaan, vrienden hebben en ermee omgaan, uitgaan, ‘ervaring opdoen’,… We hebben het er verschillende keren over gehad dat we het gevoel hadden van ‘later zullen we het  begrijpen!’. In het lager dacht ik “in het middelbaar zal ik ‘the point’ van alles wel inzien, dan begint mijn leven”. In het middelbaar bleef hetzelfde gevoel en stelde ik mijn hoop en vertrouwen in de dansopleiding waaraan ik zou beginnen, maar ook daar niks te vinden en ook de universiteit bracht niks nieuws, behalve de valse belofte dat het nodig was om er te zijn ‘voor later’.

Het is heel frustrerend en angstaanjagend als … ik vind de juiste woorden niet. We waren gewoon enorm onzeker. Iedereen leek te weten wat hij/zij aan het doen was, stelde zich geen vragen bij wat hij/zij deed, terwijl die vragen het enige was dat echt in ons leefde. Dus twijfelden we aan onszelf en dachten we dat als we nu eens net hetzelfde zouden doen als anderen en het op zo’n manier deden dat het lijkt alsof het de normaalste zaak ter wereld is, we onszelf misschien konden wijsmaken dat we er ons helemaal goed bij voelden en voor 100% het nut inzagen van alles waar we deel aan namen.

Ik vraag mij af of Ellen van wat ik vertel iets in zichzelf ook ziet. Anyway… we deden ons best om niet te merken dat het ons allemaal ergens pointless leek. We moesten ook echt moeite doen wanneer we in anderen hun aanwezigheid waren, het spelletje meespelen. Het is gek dat we die masquerade zelfs voortzetten wanneer we bij elkaar waren. We waren er ons op den duur zelfs niet meer van bewust, van het feit dat we ons op een bepaalde manier naar anderen toe presenteerden, het werd een tweede natuur. Soms waagden we het, zoals ik zei, om te praten over wat echt in ons leefde, over het gevoel dat het beste altijd nog moet komen. Ellen zei mij niet zo lang geleden dat ze zich soms heel raar voelt nadat wij gebabbeld hebben over wat er in ons omgaat. Misschien omdat ze zich dan herinnert hoe onzeker ze zich werkelijk voelt.

Misschien is Ellen wel de enige waarbij ik af en toe en glimps van hoe ik mij ervaarde, liet zien. Nee, niet misschien, ze is de enige. Maar het was altijd maar voor even, want ik moest mezelf kunnen blijven wijsmaken dat het ok is om mij voor te doen als iemand die ik niet echt ben. Zie, telkens wanneer ik aandacht schonk aan de vragen die in mij leefden, had ik het gevoel dat elke stabiliteit en zekerheid in mij wegzonk en geloofde dan dat ik mijn stabiliteit en zekerheid uit mijn omgeving moest halen. Toch zag ik dit feller in Ellen dan in mij. Alsof ik de vragen die ik mij stelde aanvaardde en verwelkomde en Ellen niet, en dat ik daaruit meer stabiliteit nog kon halen dan zij.

Ellen en ik hadden het ook vaak over ‘ons hoofd’. We hadden heel goed door hoe belachelijk ons hoofd werkte en hoe begrensd het was, want bij zoveel dingen ging er precies een alarm in ons af dat zei “Nee!! Dat mag niet!! Dat past niet in mijn hoofd!!!” De enige manier die draaglijk leek om met dat inzicht om te gaan, was door ermee te lachen. De onzekerheid en het wantrouwen in ons eigen hoofd dat met dit inzicht gepaard gaat, probeerden we te onderdrukken, ‘weg te lachen’.

Waarom zijn ik en Ellen zo’n goede vrienden geworden vraag ik mij nog af. Misschien omdat we iemand nodig hadden die ons deed uitschijnen dat de manier waarop we bepaalde dingen deden ok was, dat het ok was om ons als iemand anders voor te doen.

Ik snap nu waar ik die schrik om mezelf uit te drukken ontwikkeld heb. Ik zag de vragen die ik mij stelde als mij, als wie ik echt ben, maar zag niemand anders zich die vragen stellen, behalve Ellen, maar ik zag hoe Ellen die vragen zag als een onzekerheid, als een bedreiging. Ik aanvaardde mezelf ergens wel als die vragen, maar verstopte dat want ik zag niemand anders hetzelfde doen.

Er is eigenlijk nog iets waar ik even naar wil kijken. In de droom die ik had vannacht over Ellen (de aanleiding om over haar te schrijven), was ik jaloers op Ellen haar lief. Haar lief had het uitgemaakt en ik dacht ‘ah, eindelijk!’. Best wel interessant, hmm. Ik weet niet meteen zeker waarom het is dat ik het feit dat Ellen in een relatie is in mijn onderbewustzijn niet wil steunen, ik ben er blijkbaar zelfs ‘tegen’. Ik weet niet duidelijk waar mijn afkeuring naartoe gaat, het feit dat Ellen zich goed voelt in een relatie, of de persoon waarmee Ellen in een relatie is. Ik ken de persoon waarmee Ellen in een relatie is helemaal niet goed, het enige wat ik die persoon zou kunnen verwijten is dat die in een relatie is met Ellen, ok, dus optie 1.

Ellen is verschillende keren in een lange relatie geweest, iets wat mij nooit gelukt is. Ik was altijd teleurgesteld toen een relatie eindigde en niet omdat die relatie zo fantastisch was en ze opeens eindigde, maar weerom omdat ik het gevoel had dat het beste nog moest komen. Ik had ‘the point’ van wat het is om in een relatie te zijn blijkbaar niet gesnapt. Lol, eigenlijk was ik al teleurgesteld bij het beginnen van een relatie, ik zat altijd met de vraag ‘ok, wa nu?’. De personen waarmee ik in een relatie was, deden mij wel beter voelen, maar de vragen die in mij zaten, bleven erdoor niet uit. ‘In een relatie zijn’ was geen antwoord op één van mijn vragen, bleek het. Maar dat verwarde mij, want iedereen in een relatie zag er altijd zo gelukkig uit, zoals Ellen. Dus ik dacht, misschien moet de relatie eerst groeien vooraleer ik de vragen in mij eindelijk kan stillen. Dat is niet wat ik geloofde, maar wat ik hoopte. Wat ik geloofde of eigenlijk al wist, is dat de vragen zouden blijven zitten waar ze al die tijd geweest waren en alsmaar luider zouden gaan klinken.

Het lijkt mij dat er twee redenen zijn waarom ik het niet ok vind dat Ellen in een relatie is. De eerste: omdat ik er niet tegen kan dat zij blijkbaar in een relatie vindt wat ik er niet in kan vinden. De tweede: omdat wanneer ik naar Ellen kijk als ze in een relatie is, ik naar haar kijk op dezelfde manier dat ik kijk naar mensen die zich geen vragen stellen bij wat ze doen. Ze wordt dan ‘één van de anderen’. Dit maakt mij enerzijds bang omdat ze zichzelf erin lijkt te verliezen, zoals al de rest. Anderzijds maakt het mij bang omdat ik haar lijk kwijt te geraken als persoon die nog enigszins verstaat of herkent wat ik ervaar in mij.

Als dat geen interessante observaties zijn weet ik het ook niet meer, lol.


Reacties

  1. gabriel zegt:

    totaal niet interessant !

    | Beantwoord Geplaatst 1 year, 9 months ago


Laat een reactie achter



Bezig met formatteren van jouw reactie
Terug naar boven | Tekstgebied: Groter | Kleiner