Zv op ‘Waar komt overtollig lichaamsvet vandaan?’
Schrik om iemand te verliezen, schrik om iemand te missen, schrik om niet zonder die persoon te kunnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Levi te verliezen als mijn liefje toen ik zes jaar oud was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verontwaardigd, verdrietig en verward te zijn omdat Levi zelf het niet erg leek te vinden om van school te veranderen en mij nooit meer te zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervan uit te gaan dat ik en Levi mekaar altijd zouden blijven zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn dat Levi geen rekening hield met mij en zomaar van school veranderde zonder erbij stil te staan dat ik dat heel erg vond.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om elke keer wanneer ik Levi zag, vanaf het moment dat ik wist dat hij van school zou veranderen, het beeld van hem heel goed in mijn hoofd te prenten, zodat ik mij hem zeker zou kunnen herinneren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn in de maanden voor het einde van het schooljaar omdat hij mij minder zoentjes en aandacht gaf als anders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegetsaan om ‘het krijgen van niet zoveel aandacht als anders’ te linken met ‘ik ga die persoon die mij plots minder aandacht schenkt dan anders, verliezen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om elke keer wanneer ik een periode minder aandacht krijg dan anders van een persoon, te vrezen dat ik die persoon ga verliezen binnenkort.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Levi te verliezen, omdat ik schrik had dat ik mij minder goed en blij zou voelen als ik heb niet meer zou zien en als hij niet meer mijn liefje zou zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Levi te definiëren als mijn eerste liefje.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Levi te definieren als ‘de eerste jongen waar ik ooit verliefd op was’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik verliefd was op Levi.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tot de dag van vandaag mezelf te definiëren volgens deze herinnering van ik en Levi en hij die naar een andere school ging en ik die dat erg vond.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan die herinnering om mezelf ernaar te definiëren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Iris te definiëren als mijn beste vriendin toen ik 6 jaar was en als mijn eerste beste vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Iris te verliezen als beste vriendin nadat we ruzie hadden gemaakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om uit schrik om Iris als vriendin te verliezen naar haar te gaan en te vragen of ze het niet weer goed wou maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij zelfs te herinneren dat haar antwoord op mijn vraag/voorstel was ‘Nee is nee en daarmee basta’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om dat een grappige uitspraak te vinden die mij deed denken aan tandpasta.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘En daarmee basta’ te associëren met het woord ‘tandpasta’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik iemand als beste vriendin nodig had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen kunnen iemand definiëren als ‘mijn beste vriendin’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Gabriël te verliezen toen ik 11 jaar was, toen mijn moeder vertelde dat hij depressief was en een poging had gedaan om zelfmoord te plegen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Gabriël te definiëren als ‘mijn broer’, als ‘mijn grote broer’, als ‘nanoe’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn gevoelens in dat moment te onderdrukken, aangezien ik er zo goed als geen herinnering van heb, alleen dat ik huilde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld, droevig en ongerust te zijn omdat toen ik op de trein zat om te vertrekken naar Zwitserland op sneewklassen, ik Gabriël zag stappen heen en weer op het perron, met zijn gedachten ergens anders dan bij mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te hopen dat gabriël even zou opkijken en mij zou zien door het raam en zou zwaaien of eendert wat.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te fixeren op mijn broer en naar hem bleef kijken toen te trein vertrok, totdat ik hem niet meer kon zien, hopend dat hij zou opkijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tranen in mijn ogen te krijgen uit verdriet en teleurstelling omdat Gabriël niet leek in te zitten met ik die op vakantie vertrok.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten toen mijn moeder vertelde wat er was gebeurd met Gabriël toen ik in Zwitserland was, omdat ik nooit had gedacht dat er ooit iets ‘mis’ zou kunnen gaan met Gabriël.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat Gabriël zijn depressie-periode een periode was waarin het misliep met Gabriël.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te hopen dat die periode zo snel mogelijk voorbij zou gaan en dat Gabriël terug mijn broer zou worden zoals ik hem kende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Gabriël en daarmee mijn grote broer, voorbeeld en steun, te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het niet opkijken van mijn broer te zien als een teken dat ik hem wel eens zou kunnen verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van het moment waarop mijn trein vertrok naar Zwitserland en ik door het raam keer naar Gabriël, hopend dat hij zou opkijken naar mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van het moment waarop mijn moeder mij vertelde dat Gabriël depressief was en een zelfmoordpoging had gedaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aan die herinneringen vast te houden om mij ernaar te kunnen definiëren.
Ik vergeef mezelf dat ik die herinneringen in mijn geest heb toegestaan om mij te definiëren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om toen ik 9 jaar was schrik te hebben om Ellen H. te verliezen als vriendin omdat we naar verschillende scholen gingen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om naar dezelfde school als Ellen te willen gaan, omdat ik haar niet wou verliezen als vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn ouders omdat ze mij niet naar dezelfde school als Ellen lieten gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben toen ik 13 jaa was om Veerle te verliezen die toen mijn beste vriendin was omdat we ruzie hadden omdat Veerle Houssein niet wou interviewen omdat hij Marrokkaan is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Veerle te definiëren als mijn beste vriendin toen ik 13 jaar was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Ellen H. te definiëren als mijn beste vriendin toen ik 11 jaar was, samen met Lynn D.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op Veerle omdat ze houssein niet wou interviewen enkel en alleen om de reden dat hij marrokkaan is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die keuze van Veerle persoonlijk op te vatten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het weigeren dat interview met houssein af te nemen te zien als rascistisch.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op de ouders van Veerle omdat zij er niet mee instemden en Veerle zo hadden beïnvloed om ook schrik te hebben van een marrokkaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om helemaal verrast en verward te zijn dat ze Houssein niet wou interviewen, zeker omdat hij werkte in het Centrum voor Gelijke Kansen en Rascismebestrijding.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘tegen rascisten’ te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door het standpunt in te nemen van ‘ik ben tegen rascisten/rascisme’ ik rascisme en rascisten in deze wereld eigenlijk alleen maar bevestigde en steunde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Veerle’s weigering te zien als een belediging van mijn ouders, want houssein was een vriend van mijn ouders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Veerle’s weigering te zien als een belediging van mijn vader omdat hij ook van buitenlandse afkomst is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te denken dat wie mijn vader/ouders/vrienden van mijn ouders beledigt, ook mij beledigt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij beledigd te voelen door Veerle in die context.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verraden te voelen door Veerle en zeer teleurgesteld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gekwetst te zijn dat Veerle mij niet vertrouwde als ik zei dat houssein niet gevaarlijk was en best wel te vertrouwen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Veerle te verliezen als beste vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om geen vrienden te hebben in een school waar het belangrijk was om vrienden te hebben of om te laten uitschijnen dat je vrienden had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van ik en Veerle die ruzie maakten over het feit dat Veerle en haar ouders het niet OK vonden om Houssein te interviewen enkel en alleen omdat hij een Marrokkaan is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren volgens die herinnering van het ruzie maken en de schrik om Veerle te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om toen ik 9 jaar was schrik te hebben dat ik mijn vrienden zou verliezen omdat ik van klas veranderde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het om de vrienden ging, in plaats van mij te realiseren dat ik geloofde hun steun nodig te hebben om mij ok tekunnen voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij niet meer goed of stabiel zou voelen/zou zijn als ik niet met dezelfde mensen zou omgaan en hen zou verliezen als vrienden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik geloofde afhankelijk te zijn van anderen in mijn klas om mij goed te voelen, tot op het moment dat ik schrik had om ze te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van het moment waarop ik in het vierde leerjaar een les knutselen had, origami, waarin de leerkracht aan de andere kinderen zei dat ik van klas zou veranderen en waarin ik begon te huilen en anderen in de klas ook en waarin Jan zei ‘Joepie, dan ben ik eindelijk de eerste van de klas.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat die herinnering echt is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren volgens die herinnering, naar die herinnering.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat die gevoelens van verdriet en schrik in dat moment echt waren in plaats van mij te realiseren dat ik stabiel ben ongeacht bij wie en waar en dat gevoelens en emoties een verzinsel zijn van mijn geest.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aan de herinnering van het moment waarop de leerkracht zei dat ik van klas zou veranderen, Tam en juffrouw Lu te linken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om afscheid te nemen van mensen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de afscheiding letterlijk te zien is in de woorden ‘afscheid nemen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van de mensen in mijn klas en daardoor geloven dat het mogelijk was om afscheid te nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik één en gelijk ben met de mensen in mijn klas en dat het daarom onmogelijk is om afscheid te nemen, aangezien dat separatie/afscheiding van anderen en dus van mezelf inhoudt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik één en gelijk ben met alles en iedereen en dat het daarom onmogelijk is om afscheid te nemen van iets of iets, aangezien dat separatie/afscheiding van anderen en mezelf inhoudt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik mijn mama zou verliezen aan kanker toen ik 15 jaar was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervan uit te gaan dat mijn moeder kanker had, hoewel niemand dat had gespecifieerd, en dan daardoor schrik te hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik mijn moeder zou verliezen en met mijn vader alleen zou achterblijven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik meer schrik had om alleen achter te blijven met mijn vader dan mijn moeder te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn moeder nodig heb om mij te steunen en om mij te verdedigen, zowel van de buitenwereld als van mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van mijn vader en van de buitenwereld door te geloven dat mijn vader en de buitenwereld gevaarlijk zijn en dat ik mij ertegen moet verdedigen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn moeder te definiëren als de buffer tussen mij en mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als mijn moeder er niet meer zou zijn, dat ik dan niemand meer zou hebben om mij te verdedigen van mijn vader en dat mijn vader alles voor het zeggen zou hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn moeder te zien als iemand die de beslissingen van mijn vader enigszins kan nuanceren en verzachten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn moeder nodig heb om buffer te zijn tussen mij en mijn vader en om mijn vaders beslissingen te nuanceren en verzachten, in plaats van mij te realiseren dat ik mijn vader en mijn moeder ben en dat niemand mij kwaad kan doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat iemand mij kwaad kan doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als ik mijn moeder niet had, mijn vader mij alleen maar kwaad zou doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik als prooi voor een leeuw zou gegooid worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien als prooi tegenover mijn vader als leeuw.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik machteloos ben ten opzichte van mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mijn macht en kracht weggeef aan mijn vader door te geloven dat hij sterker en machtiger is dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mij vader superieur is aan mij omdat hij sterker en machtiger is.
Ik vergeefmezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mijn vader sterker en machtiger is dan mij en mij zo van mijn vader af te scheiden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om meteen aan kanker te denken toen ik hoorde dat mijn moeder ernstig ziek was en in het ziekenhuis lag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kanker te definiëren als een ernstige ziekte waar mensen van sterven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van het moment waarin ik heel hard huilde omdat ik dacht dat ik mijn moeder zou verliezen en mij inbeeldde hoe het zou zijn om alleen achter te blijven met mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in dat moment mij in te beelden dat ik dan iets ergs zou meemaken in mijn leven en dat ik daardoor speciaal zou zijn en veel aandacht zou krijgen van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ergens te hopen dat mijn moeder zou sterven, zodat ik iets heel ergs zou meemaken en een vreselijke periode zou doorstaan met mijn vader alleen, zodat ik veel aandacht en medelijden van anderen zou krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aandacht en medelijden van anderen te willen krijgen omdat ik mezelf niks gunde van aandacht en acceptatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij in te beelden dat ik in de klas zou zitten en dat men mij zou komen zeggen dat mijn moeder gestorven was, dat ik dan heel erg zou huilen en dat iedereen het erg zou vinden voor mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan die herinneringen en die herinneringen heb toegestaan om mij te definiëren, in plaats van in te zien dat ik ben wie ik ben, één en gelijk met alles wat bestaat, als het leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik als persoon waarde kan halen uit het meemaken van ‘speciale/erge’ dingen, zoals het verliezen van mijn moeder.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Jurgen te verliezen toen ik 16 jaar was en wanneer ik dacht ‘als ik ooit trouw, is het niet mer jurgen.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik en jurgen te verschillend waren om in een relatie te blijven, dus dacht ik dat we ooit uit elkaar zouden gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om hem te vertellen wat ik dachtom dat ik schrik had dat ik hem dan zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die angst te laten duren toen ik 17 en 18 jaar was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik schrik had om de liefde die hij mij gaf en de acceptatie en de steun die hij mij gaf te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de schrik om Jurgen te verliezen niets met Jurgen te maken had, maar met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik liefde, acceptatie en steun wou van Jurgen, omdat ik mezelf niet onvoorwaardelijk aanvaardde als liefde, acceptatie en steun.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om liefde, acceptatie, affectie, intimiteit en steun van Jurgen te verwachten omdat ik mezelf niet liefhad, accepteerde, steunde, voor mezelf geen affectie had en niet intiem was met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mezelf lief te hebben, te accepteren, steunen, affectie te hebben voor mezelf en intiem te zijn met mezelf en daarom liefde, acceptatie, steun, affectie en intimiteit te verwachten en te geloven nodig te hebben van iemand afgescheiden van mij, in dit geval zijnde Jurgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Jurgen te verliezen alvorens ik ervaren had wat het is dat mensen zo gelukkig lijkt te maken in een relatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat ik en Jurgen het gelukkigst waren toen we nog geen koppel waren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Jurgen te verliezen omdat dan mijn verwachtingen en fantasieën en dromen niet zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verwachtingen, fantasieën en dromen te koesteren over de toekomst en mezelf daarin projecteer in de toekomst en zodus mezelf afscheid van mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op Jurgen omdat hij mij niet te kans gaf om te zien of mijn verwachtingen, fantasieën en dromen zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan die herinnering en die herinnering heb toegestaan om mij te definiëren en beïnvloeden tot op de dag van vandaag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Nils te verliezen toen ik 17 jaar was toen ik om CM-basiscursus was, want hij stuurde niet veel berichtjes.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het stilzwijgen qua berichtjes van Nils te zien als een teken en voorteken dat hij het uit zou maken, net zoals toen ik een kleuter was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering waarin ik een bericht kreeg van Nils waarin hij schreef dat als ik terug was, we eens moesten praten en dat ik dan begon te huilen en dat Silke mij troostte.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om toe te geven in mijn bewustzijnsysteem en te geloven dat ik ook echt droevig en angstig was, in plaats van mij te realiseren dat wie ik ben niets te maken heeft met emoties als droefheid en angst of gevoelens.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik schrik had om de liefde die hij mij gaf en de acceptatie en de steun die hij mij gaf te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de schrik om Nils te verliezen niets met Nils te maken had, maar met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik liefde, acceptatie en steun wou van Nils, omdat ik mezelf niet onvoorwaardelijk aanvaardde als liefde, acceptatie en steun.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om liefde, acceptatie, affectie, intimiteit en steun van Nils te verwachten omdat ik mezelf niet liefhad, accepteerde, steunde, voor mezelf geen affectie had en niet intiem was met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mezelf lief te hebben, te accepteren, steunen, affectie te hebben voor mezelf en intiem te zijn met mezelf en daarom liefde, acceptatie, steun, affectie en intimiteit te verwachten en te geloven nodig te hebben van iemand afgescheiden van mij, in dit geval zijnde Nils.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Nils te verliezen alvorens ik ervaren had wat het is dat mensen zo gelukkig lijkt te maken in een relatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Nils te verliezen omdat dan mijn verwachtingen en fantasieën en dromen niet zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verwachtingen, fantasieën en dromen te koesteren over de toekomst en mezelf daarin projecteer in de toekomst en zodus mezelf afscheid van mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op Nils omdat hij mij niet te kans gaf om te zien of mijn verwachtingen, fantasieën en dromen zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan die herinnering en die herinnering heb toegestaan om mij te definiëren en beïnvloeden tot op de dag van vandaag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om van begins af aan in mijn relatie met Pieter schrik te hebben om hem te verliezen, omdat ik nite weer een hele korte relatie wou zoals met Wouter, Jurgen en Nils, en daarom altijd lette op wat ik zei en probeerde te zeggen wat hij wou horen, zodat hij mij niet zou dumpen, maar tevreden zou zijn met mij, zodat ik zou zijn wat hij van mij verwachtte.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen zijn wie ik dacht dat Pieter van mij verwachtte dat ik zou zijn, in de hoop dat hij mij dan niet zou laten stikken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om voorzichtig mijn woorden af te wegen en altijd eerst goed nadacht over wat ik zou zeggen en hoe, wat ik zou doen en hoe, om voor hem tevreden te stellen, zodat hij geen reden zou hebben om zich van mij te ontdoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat Pieter zich net als Jurgen en Nils, zich snel van mij zou ontdoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat er iets mis was met mij omdat jongens zich altijd snel van mij ontdeden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik schrik had om de liefde die hij mij gaf en de acceptatie en de steun die hij mij gaf te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de schrik om Pieter te verliezen niets met Pieter te maken had, maar met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik liefde, acceptatie en steun wou van Pieter, omdat ik mezelf niet onvoorwaardelijk aanvaardde als liefde, acceptatie en steun.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om liefde, acceptatie, affectie, intimiteit en steun van Pieter te verwachten omdat ik mezelf niet liefhad, accepteerde, steunde, voor mezelf geen affectie had en niet intiem was met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mezelf lief te hebben, te accepteren, steunen, affectie te hebben voor mezelf en intiem te zijn met mezelf en daarom liefde, acceptatie, steun, affectie en intimiteit te verwachten en te geloven nodig te hebben van iemand afgescheiden van mij, in dit geval zijnde Pieter.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Pieter te verliezen alvorens ik ervaren had wat het is dat mensen zo gelukkig lijkt te maken in een relatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om Pieter te verliezen omdat dan mijn verwachtingen en fantasieën en dromen niet zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verwachtingen, fantasieën en dromen te koesteren over de toekomst en mezelf daarin projecteer in de toekomst en zodus mezelf afscheid van mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op Pieter omdat hij mij niet te kans gaf om te zien of mijn verwachtingen, fantasieën en dromen zouden uitkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan die herinnering en die herinnering heb toegestaan om mij te definiëren en beïnvloeden tot op de dag van vandaag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op mijn 19 jaar schrik te hebben om Nathan te verliezen toen ik besloot om te stoppen met Lune, waar zowel ik als Nathan deel van waren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik nathan zou missen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als ik Nathan zie, hij mij altijd goed gezind en opgewekt maakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik Nathan nodig heb om mij goed gezind en opgewekt te maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik kan ‘opgewekt’ worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik alleen kan ‘opgewekt’ worden als ik voordien niet wakend of wakker was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik afwisselend opgewekt en niet opgewekt kan zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik besta uit moodswings.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het gevoel/de emotie van goedgezind zijn en opgewekt zijn echt zijn en echt bestaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik en Nathan een hechte band hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te hopen dat ik en Nathan een hechte band hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen dat nathan enkel zo’n hechte band met mij zou hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat nathan naar mij zou opkijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat nathan alleen naar mij zou opkijken
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat nathan meer naar mij opkijkt dan naar een ander.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn waarde te halen uit het opkijken van Nathan naar mij, in plaats van mij te aanvaarden en naar mezelf op te kijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nathan nodig heb om naar mij op te kijken om mij het gevoel van waardevolzijn en van waardigheid te geven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik iemand afgescheiden van mij nodig heb om naar mij op te kijken zodat ik mij zou kunnen ervaren als waardevol en waardig.
Ik ben waardevolzijn.
Ik ben waardigheid.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om nathan te verliezen omdat ik schrik had om het gevoel van waardigheid, waardevolzijn, appreciatie te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mezelf te appreciëren.
Ik apprecieer mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik mij niet meer goedgezind en opgewekt zou voelen als ik nathan niet meer zou zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te willen bezitten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om voor nathan te willen zorgen als voor een klein broertje of een baby.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij superieur te voelen ten op zichte van nathan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in nathan te zien wat ik niet zou worden, een professionele danser, en daarom hem als vriend te willen hebben en houden, om zo dicht mogelijk bij het professionele dansen te kunnen blijven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in nathan te zien wat ik wilde zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat dit een van de belangrijkste redenen was waarom ik zo graag bij nathan was, omdat hij mij toegang gaf tot de danswereld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te definiëren als mijn toegang tot de danswereld, mijn ticket tot de danswereld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervan te genieten als nathan blij is om mij te zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervan te genieten als nathan mij spontaan een knuffel komt geven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om een hechte, intieme band te willen hebben met nathan, omdat ik geen hechte, intieme band heb met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om een hechte, intieme band te hebben met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan in mijn leven te willen houden als vriend.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan in mijn geest meer waarde toe te kennen dan andere mensen, omdat hij mij ook meer waarde schijnt toe te kennen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nathan zijn knuffels mis.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaano om schrik te hebben dat ik nathan zijn knuffels zou missen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nood heb aan intimiteit met iemand anders, in plaats van in te zien dat ik intiem moet zijn met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Nathan te willen meetrekken in het proces van zelf-realisatie door zelf-vergeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te willen redden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan als symbool voor onschuld te definiëren in mijn geest.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in nathan het symbool van engel te zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te vergelijken met het idee van ‘engel’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te definiëren volgens de prenten van hem die ik heb opgeslagen in mijn geest. Delete!
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf waardig te voelen door het idee dat nathan mij mist en nodig heeft.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om voor andere mensen nodig te willen zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om onnodig en overbodig te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Nathan te definiëren als vreugde en opgewektheid.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn uiterste best te willen doen om nathan te assisteren met zijn gip in de hoop dat hij plots zou beslissen om aan zijn eigen proces te beginnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te hopen dat nathan plots zou beslissen om aan zijn eigen proces te beginnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij in te beelden dat ik en nathan een agreement zouden kunnen hebben na een tijdje.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik en nathan een band hebben die verder gaat dan gewone vriendschap, maar ook niets met liefde te maken heeft.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik met nathan in een speciale band sta.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nathan te definiëren als iemand met wie ik een speciale band heb die niemand anders begrijpt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat niemand anders begrijpt in wat voor band ik en nathan staan tot elkaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat er een band bestaat tussen mij en nathan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij vast te klampen aan nathan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toesta om nathan te laten gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat en schrik te hebben dat ik een bepaalde ervaring van mezelf zou verliezen als ik nathan zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik iets of iemand kan verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nathan kan verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat om iets te kunnen verliezen, ik eerst iets moet bezitten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nathan bezat, dat nathan mijn vriend was en dat hij van mij was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het mogelijk is om iets of iemand te bezitten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op mijn 19 jaar schrik te hebben om ellen te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om ellen te verliezen als persoon die mij enigszins begrijpt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik iemand afgescheiden van mij nodig heb die mij begrijpt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaaan om schrik te hebben om alleen en onbegrepen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om onbegrepen te zijn door het aanvaardde geloof dat iemand die onbegrepen is ook niet wordt aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof te aanvaarden dat als iemand onbegrepen is, die ook niet wordt aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om niet te worden aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaaan om ellen te definiëren als mijn beste vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om met ellen mijn beste vriendin te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik vooral schrik had om mijn (beste) vriendin te verliezen, dan om ellen zelf te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik ellen bezat, dat ze mijn vriendin was en dat ze van mij was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ellen niet te willen delen met andere vrienden van haar en met haar lief.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ellen te verliezen omdat ik schrik had om een persoon te verliezen die het idee dat ik heb van mezelf ondersteunt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren volgens het idee dat ik heb van mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om te beseffen en realiseren dat vrienden mensen zijn die elkaars mindset bevestigen en ondersteunen en zo elkaars slavernij en gevangenschap bevestigen en ondersteunen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ellen te definiëren volgens prenten van haar die ik heb opgeslagen in mijn geest, zowel recente als uit een verder verleden. Delete!
Schrik om mijn vertrouwde omgeving achter te laten = schrik dat ze mij niet zullen aanvaarden in mijn nieuwe omgeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij onzeker te voelen in een nieuwe omgeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat doordat ik in een nieuwe omgeving kwam, ik mij daarin moest integreren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf aan te passen aan wat ik dacht dat andere mensen aanvaardbaar zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf aan te passen aan wat ikdacht dat andere mensen bewonderbaar zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan aanvaard te willen worden.
Ik vergeef mzelf dat ik mezelf heb toegestaan bewonderd te willen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan bewonderd te willen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij zwak te voelen bij mensen die een ‘groep’ vormen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen deel uitmaken van mijn nieuwe klas, van de groep die de mensen in mijn nieuwe klas vormden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij bewust te zijn van hoe ik mij gedroeg, wat ik zei, wat ik aanhad, wat ik deed, om te weten en te peizen over wat anderen van mij zouden denken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te vrezen wat andere mensen denken van wat ik doe, hoe ik mij gedrag, wat ik zeg, hoe ik iets zeg, in plaats van mezelf te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij comfortabel te voelen in de expressie van mezelf, zonder mij iets aan te trekken wat anderen daarvan zouden vinden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het belangrijker is dat ik deel uitmaak van een groep, dan dat ik mezelf uit zoals ik ben, omdat ik geloofde dat mijn genot van mezelf afhing van het feit of ik al dan niet aanvaard werd door een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het genot van mezelf afhangt van het al dan niet aanvaard worden door een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij moest bewijzen in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen aanvaard worden door mijn nieuwe klasgenoten omdat ik schrik had om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik niet alleen wil zijn, dat ik dat neit ok vind.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen bewijzen dat ik aanvaardbaar was toen ik in een nieuwe klas terecht kwam.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij moest integreren i mijn nieuwe klas omdat dat beter was voor mijn overlevingskansen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik sterker ben en meer kans heb om te overleven als ik deel uitmaak van een groep dan als ik alleen ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat het geen idee is om een individu te zijn in een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het onveilig is om in een groep te zijn zonder er deel van te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou worden uitgestoten en uitgesloten en dat ik een sul en sukkelaar zou zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik te zwak ben op mezelf en dat ik een groep nodig heb om mij te ondersteunen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij van mijn troon gestoten te voelen, omdat ik in mijn vorige klas ‘de slimste van de klas was’ en ik nu opeens niemand kende, sommige dingen in de lessen niet snapte, jonger was, minder wist dan de anderen en mij daardoor onzeker en minderwaardig voelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verloren te voelen nu mijn vertrouwde omgeving wegviel.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te definiëren naargelang de klas waar ik inzat.
I forgive myself for allowing myself to define myself according to the class I was in.
I forgive myself for allowing myself to define myself according to my environment and the beings I participated with.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik ‘het recht’ had op een comfortabele positie binnen de groep, een positie waar ik mij geen zorgen hoefde te maken over wat anderen van mij dachten, waar ik niet uitgelachen zou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou uitgelachen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken en geloven dat ik het niet verdien om gepest te worden, dat ik waardig genoeg was om niet gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aan te nemen dat er binnen een groep hiërarchische verschillen zijn, dat sommigen de ‘gelukkigen’ zijn en dat sommigen ‘de sukkelaars’ zijn en dat ik een van de ‘gelukkigen’ hoorde te zijn.
I forgive myself for allowing myself to believe that I am fortunate and should be treated accordingly.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om E.H. als het voorbeeld te nemen van hoe ik eruit moest zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de manier waarop E.H. haar kleedde als een voorbeeld te zien van hoe ik mij moest kleden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen worden als E.H..
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf als minderwaardig dan E.H. te ervaren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest opklimmen tot het niveau van E.H..
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van E.H. door mij met haar te vergelijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van E.H. door de manier waarop zij zich kleedt te vergelijken met de manier waarop ik mij kleedt, en mij te willen aanpassen aan de manier waarop zij zich kleedt omdat ik wou aanvaard worden in mijn nieuwe klas en omdat ik de erkenning van E.H. wou krijgen en omdat ik de vriendin van E.H. wou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te herinneren hoe ik naar E’s nieuwe schoenen keek en een beetje later op basis van wat ik had gezien van E’s schoenen zelf schoenen kocht die daarbij in de buurt kwamen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren dat de eerste persoon van mijn nieuwe klas waarmee ik sprak, J was en hoe zij mij direcht waarschuwde voor L omdat zij roddelt, gemeen is en nog veel meer.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om wat J over L zei aan te nemen, en het mijn perceptie van L te laten beïnvloeden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren hoe L mij haar grote agenda liet zien, toen ik zei dat ik nog een kleine agenda had van in de andere klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te herinneren hoe ik op de tweede rij zat en L op de laatste rij, maar in dezelfde kolom en hoe ik achteruit keek, over mijn schouder terwijl L riep ‘Maite, kijk is, chic, eh!’ en dat ik zei ‘Ja’ of dat ik knikte alsof ik onder de indruk was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te reageren zoals ik wist dat L wou dat ik zou reageren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het beeld van L die een grote agenda met wit en geel vast had in mijn systemen op te slagen en in mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij geïntimideerd te voelen door L.
Ik vergeef mezelf dat ik meelf heb toegestaan om mij minderwaardig te voelen ten opzichte van L.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij minderwaardig te voelen ten opzichte van L.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om geïrriteerd te zijn met de manier waarop L mij zag als minderwaardig, terwijl ik L in mezelf als meerderwaardig beschouwde en ik dus eiglk geïrriteerd was door mezelf, want ik had mezelf als minderwaardig dan L aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat iemand anders mij als minderwaardig bestempelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad en gefrustreerd en geïrriteerd te zijn omdat iemand mij als minderwaardig bestempelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als iemand mij als minderwaardig bestempeld, ik dat dan ook ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door geïrriteerd te zijn door de manier waarop iemand mij als inferieur bestempeld, ik dat ook ondersteun en aanvaard of misschien niet aanvaard, maar ook zo zie op een bepaalde manier.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat Lynn populair was binnen de groep en daardoor een sleutel voor mij om aanvaard te worden binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat ik mijn vijand beter als vriend kan houden.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om L te gebruiken om EH als vriendin te krijgen.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om Lynn te gebruiken en haar gedrag te dulden zodat ik aanvaard zou worden binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om EH als vriendin te willen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om EH als vriendin te willen omdat zij mooi en slim was en ik haar zo zag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op te kijken naar EH.
Ik vergeef mezelf datik mezelf nit heb toegestaan om in te zien dat de redendat ik EH als vriendin wou, is dat ik mezelf zag in haar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik met EH bevriend wou zijn omdat zij leek op een prinses en prinsessen degenen zijn waar jongens op verliefd worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik in EH zag wat ik in mezelf niet aanvaarden, iemand die het waardig is om een relatie mee aan te gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te scheiden van EH omdat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te aanvaarden en accepteren als mooiheid, ik ben mooiheid de mooiheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij af te scheiden van ellen omdat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te aanvaarden en realiseren als natuurlijkheid, ik ben natuurlijkheid, de natuurlijkheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf af te scheiden van ellen omdat ik mezelf niet heb toegestaan mezelf te aanvaarden en realiseren als wijsheid, ik ben wijsheid, de wijsheid van mij in elk moment van zelf oprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan mezelf af te scheiden van ellen, omdat ik mezelf niet heb toegestaan mezelf te aanvaarden en realiseren als eenvoud, ik ben eenvoud, de eenvoud van mij in elk moment van zelfoprechtheid waar ik sta in eenheid en gelijkheid, niets aanvaardend dat minder is dan wie ik ben als het leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om bevriend te willen zij met ellen omdat zij op een bepaalde manier verbonden is met mijn broer, omdat haar zus bij mijn broer in de klas zat en mijn broer iets over ellen had gezegd, dus wou ik bevriend worden met ellen, zodat mijn broer trots zou zijn op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om L en D als concurrentie te zien in de strijd om de vriendschap van EH.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deel te nemen in het competitie-systeem en mij dus constant te vergelijken met l en d.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van l en d door mijzelf constant te vergelijken met l en d en door ze te definiëren als concurrenten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om l en d te zien als een bedreiging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om via lynn een veilige positie te proberen verkrijgen binnen de groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat ik l te vriend moest houden, tot op het moment dat de groep mij aanvaard had en dat ik dan lynn kon ‘dumpen’ omdat dat nodig zou zijn om ellen als vriendin te hebbe, zo dacht ik.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om eh ‘voor mij alleen te willen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gefrustreerd te zijn door de manier waarop lynn zich bleef vastklampen aan ellen en hoe eh l als een vriendin wou houden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken ‘ziet ellen dan niet dat zij en ik veel beter bij elkaar passen als vrienden en dat ze l niet nodig heeft als vriendin’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jaloers te zijn op l omdat eh haar bleef zien als haar beste vriendin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik iemand haar beste vriendin wou ‘afpakken’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om egoïstisch te zijn door ellen voor mij alleen te willen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jaloers te zijn op de manier waarop l en eh beste vriendinnen waren terwijl ik geen beste vriendin had en daarom de plaats van één van hen wou innemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof aan te nemen dat iedereen die ouder is dan mij meer waard is dan mij en dat iedereen die jonger is dan mij minder waard is dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat je maar gelijk bent aan de mensen van jouw leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mezelf moest bewijzen in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest bewijzen dat ik evenwaardig was aan de nieuwe mensen waarmee ik in de klas zat ‘hoewel ze een jaar ouder waren’.
Ik vergeefm ezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te beschouwen als een en gelijk met de andere mensen in mijn klas, maar die indruk te willen laten uitschijnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf nooit aanvaard heb als een en gelij k met mensen van een andere leeftijd, maar alleen die indruk liet uitschijnen en mijzelf wijs maakte dat ik mijzelf aanvaard had als een en gelijk met mensen van een verschillende leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf wijs te maken dat ik mijzelf constant moet bewijzen, om te blijven en te kunnen opboksen tegen de perceptie dat wie jonger is minderwaardig is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ander mensen dat van mij zouden denken en vinden en dat ik daarom zo handelde als ik handelde, terwijl dat geloof bestond in mijzelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het onderwijssysteem te vervloeken en de schuld te geven voor het feit dat ik mij zelf als minderwaardig beschouw dan mensen die ouder zijn dan mij en mij als meerwaardig beschouw dan mensen die jonger zijn dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op den duur de mensen van mijn eigen leeftijd als minderwaardig te beschouwen, want ‘ik was opgeklommen tot het niveau van de mensen die een jaar ouder zijn’, of die indruk wou ik toch hooghouden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die een jaar jonger zijn dan mij. Nee foute zien, *zin
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die evenoud zijn als mij omdat zij in een klas lager zaten dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij ouder te voelen dan de mensen van mijn eigen leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in de war te zijn met of ik nu meer of minderwaardig ben dan de mensen waarmee ik nu in de klas zit, want die mensen zijn evenoud als mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de waarde van mensen en mijn schatting daarvan te laten afhangen van de leeftijd van die mensen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de mensen van mijn klas wijs te maken dat ik mijn regels had, zodat zij mij zouden ervaren als evenwaardig en liefst meerwaardig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te liegen om aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen worden wat zij wouden zijn door te zeggen dat ik mijn regels gekregen had en daardoor volwassener was dan hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat de mensen in mijn nieuwe klasmij niet aanvaardden, omdat ik mezelf niet aanvaardde als nieuw in hun klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen ook te vertellen aan mijn mama en aan mijn leerkracht en iedereen die ikkende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de oneerlijkheid overal rond mij te zaaien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te omsingelen met mijn eigen leugens.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf nooit heb toegestaan om de waarheid over mijn regels te vertellen en op een eerlijke voet te staan met de mensen waartegen ik gelogen heb.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik mama en de juf beloog, terwijl ik heb eigenlijk niet wou betrekken in die leugen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik gelogen heb tegen mijn moeder, mijn leerkracht en de mensen in mijn klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen, want wie liegt is slecht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld op de manier waarop de klasmij behandelde te steken, de rol van slachtoffer op te nemen, zodat ik niet de verantwoordelijkheid van mijn leugens moest nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen te ervaren als een last die op mijn geweten ligt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat liegen beneden mij niveau is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij wijs te maken dat het ok is om te liegen als je er ‘een goede reden’ voor hebt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deze ervaring te definiëren als mijn grote geheim.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verplicht te voelen om te blijven liegen, want ik had schrik dat mensen mij al helemaal niet meer zouden aanvaarden als ze zouden zien dat ik gelogen had tegen hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij jaren later nog schuldig te voelen over die leugen, omdat mijn moeder haar werkelijkheid niet klopte door mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat mijn mama beter verdiende dan een leugen van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om oprecht en kwetsbaar te zijn tegenover iedereen op elk moment.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat de kleren die je aanhebt op de dag van je plechtige communie het bewijs moeten zijn van hoe geweldig je wel niet bent.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de andere kinderen van de klas mij niet zouden aanvaarden en mij zouden uitlachen en zouden roddelen over mij als ik het vestje zou aandoen dat o mij had gemaakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het onaanvaardbaar zou zijn van mezelf om lelijke kleren of kleren die ik niet mooi vond of kleren waarvan ik dacht dat anderen ze niet mooi zouden vinden aan te doen op de dag van mijn communie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om het vestje gewoon niet aan te doen als ik het echt zo erg vond.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het vestje stuk te knippen, te willen doorspelen door de wc en dan in de vuilnisbak te smijten, zodat ik het niet kon aandoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om de verantwoordelijkheid voor wat ik had gedaan op mij te nemen, maar te doen alsof ik van niks wist.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de verantwoordelijkheid niet op mij te nemen, zelfs toen mijn zus verdacht werd van wat er was gebeurd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zus te laten opdraaien voor wat ik gedaan had, liever dan dat ik verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor wat ikg edaan had, omdat ik schrik had voor de reactie van mijn ouders en grootouders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te doen alsof ik het erg vond dat mijn vestje stuk was en te huilen, zodat ik de gevolgen van wat ik had gedaan niet zou moeten dragen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa omdat hij de schuld op mij stak.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa omdat hij de schuld direct op mij stak.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op papa, omdat hij mij wel is zou kunnen verklikken door mij te blijven beschuldigen en mama wel eens zou kunnen overtuigen van zijn gelijk en ook omdat hij verwachtte dat ik zoiets zou kunnen doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verontwaardigd te zijn ten opzichte van papa, omdat hij mij in staat achtte om zoiets ‘slechts’ te doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf te beoordelen omdat ik iets gedaan had dat ‘slecht was’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verontwaardigd te zijn van mezelf omdat ik iets gedaan had dat ik nooit van mezelf had verwacht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het gevoel te hebben van ‘maite, hoe zijt ge nu zo laag kunnen zinken?’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te liegen over wat ikgedaan had met het vestje.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat zolang mama mij geloofde, ik safe was, want als mama en papa het niet eens waren, waren ze machteloos tegenover mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mama aan mijn kant te willen houden om enerzijds papa niet de kans te geven om samen met haar de schuld op mij te steken en mij te straffen, want zolang mama mij geloofde zou ze mij niet straffen en zou ze het van papa niet dulden dat hij mij strafte en anderzijds omdat ik door haar getroost wou worden en de woorden wou horen ‘maite, het is niks.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als ik aan mama de waarheid vertelde of ze achter de waarheid zou komen, dat ze dan heeeel kwaad zou zijn op mij en dat ik zou afgedaan hebben in haar ogen en dat ik haar liefde samen met haar vertrouwen neit meer waard zou zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij in waarde lager te achten, omdat ik gelogen had tegen mijn moeder.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn vader, terwijl ik eigenlijk kwaad was op mijzelf en wat ik had gedaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de reden waarom ik schrik had om mijn omgeving waaraan ik gewend was achter te laten, was omdat ik schrik had om de steun van anderen van wie ik mezelf aanvaard heb te zijn, zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik schrik had om mijn vertrouwde omgeving achter te laten omdat ik schrik had om mezelf te verliezen als mijn ego, zonder de mensen die mijn ego ondersteunden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de reden waarom ik schrik had om in een nieuwe omgeving terecht te komen, mijn nieuwe klas, was dat ik schrik had dat mijn ego daar geen aanvaarding en steun zou vinden en dat ik niemand meer zou zijn als ik wie ik ben als mijn ego zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn ego ben en daarom mijn uiterste best deed om mijn ego aanvaardbaar te laten zijn door anderen, aanvaard te doen worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om anderen te manipuleren zodat ze mijn ego zouden aanvaarden, zodat ze mij zouden aanvaarden, omdat ik schrik had om alleen te zijn, zonder steun van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik steun nodig heb van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat enkel het ego steun nodig heeft van anderen om te kunnen blijven bestaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om om dezelfde redenen schrik te hebben om van het zesde leerjaar naar het middelbaar te gaan toen ik 11 jaar oud was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij voor te doen alsof ik mij heel zelfzeker en op mijn gemak voelde op ZAVO groenstraat de eerste schooldagen, terwijl ik eigenlijk heel veel schrik had en het gevoel had dat ik mijn hoofd boven water moest houden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij moest bewijzen ten opzichte van anderen, dat ik moest laten zien dat ik de moeite waard was, en dat als ik dat niet deed, ik zou verdrinken in mijn eigen water van onzekerheden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan een herinnering van mijn eerste schooldag, waar ik een wit bloesje, beige schoenen en een bruine broek aanhad en op een bank op de speelplaats zat samen met Aïda en nog een paar andere mensen en waar we over Glen dc zeiden dat hij wel knap was, we probeerden ons te gedragen zoals we dachten dat meisjes in het middelbaar zich hoorden te gedragen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om beschaamd te zijn over de manier waarop ik mij gedroeg in dat moment, omdat ik iemand speelde en niet mezelf was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om beelden van die herinnering opgeslagen te hebben in mij en ze mij te laten definiëren, alsook de schaamte over dat moment. Delete!
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat meisjes uit het middelbaar moeten geïnteresseerd zijn in jongens, mode, telefoneren, inkopen doen, juwelen, muziek, luidruchtig zijn, roddelen, lachen, vrienden, liefde, seks.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervan uit te gaan dat meisjes in het middelbaar geïnteresseerd zijn in bovenvermelde dingen en dat ik dan ook daarin geïnteresseerd moest lijken, wou ik aanvaard worden als meisje in het middelbaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om meisjes in het middelbaar te definiëren volgens en naar het idee dat ik van die meisjes heb, namelijk dat ze enkel geïnteresseerd zijn in jongens, mode, telefoneren, inkopen doen, juwelen, muziek, luidruchtig zijn, roddelen, lachen, vrienden, liefde, seks.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf als meisje in het middelbaar te willen definiëren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat elke keer ik in een nieuwe omgeving kom, dat ik mij dan moet aanpassen aan die omgeving om erin te kunnen functioneren en zodanig in mezelf toe te geven dat ik mezelf niet meer ben, in plaats van mezelf te zijn en blijven, ongeacht waar ik ben en in wiens aanwezigheid.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te veronderstellen dat de mensen in mijn nieuwe klas mij niet zouden aanvaarden en mij zouden uitstoten, omdat ik Latijn deed en dan niet populair was, op mijn 13 jaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mensen die Latijn doen de definiëren als minderwaardig en minder populair, tot zelfs niet populair.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf in die situatie te definiëren als een seut die zou terechtkomen in een klas van populairen, waar ik door moest aanvaard geraken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van de leerlingen van moderne, omdat ik schrik had dat zij ons zouden pesten omdat wij Latijnse doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de mensen van moderne nijdig zouden zijn op de mensen van Latijnse, waaronder ik, uit jaloezie omdat ze niet dezelfde richting aankonden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat wie Latijn doet slimmer is dan wie eender welke andere richting doet en daardoor meerwaardig is ten opzichte van alle anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan het geloof te accepteren dat wie Latijn doet slimmer en meerwaardig is ten opzichte van zij die moderne doen, dat zij die moderne doen slimmer en meerwaardig zijn ten opzichte van zij die technische doen en dat zij die technische doen slimmer en meerwaardig zijn ten opzichte van zij die beroeps doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan het geloof te accepteren dat zij die kunst secundair onderwijs doen nog eens superieur zijn ten opzichte van alle andere richtingen, omdat ze kunstzinnig, creatief, origineel, vernieuwend zouden zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij in mijn middelbare school zoveel mogelijk te proberen profileren als iemand die creatief, kunstzinnig, origineel en vernieuwend is, omdat ik geloofde dat die waarden boven andere waarden als populariteit en intelligentie staan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij op die manier te profileren en tegelijkertijd zoveel mogelijk wou aanvaard worden door de mensen waarmee ik op school omging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om zoveel mogelijk rond lynn te hangen in de periode dat we werden samengevoegd met andere klassen, op mijn 13, omdat zij aanleg heeft om aanvaard te worden door populairen en ik van dat voordeel wou meegenieten en ook aanvaard worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om, op mijn 17 jaar, schrik te hebben om ‘mijn klasje’ achter te laten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te huilen van verdriet omdat ik wist dat het verleden het verleden was en niet de toekomst zou zijn op onze laatstejaarsbbq.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de klas waarmee ik in het zesde middelbaar afstudeerde te definiëren als ‘mijn klasje’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat de ervaring van mezelf in die klas zeer speciaal en uniek was, omdat we geloofden dat iedereen er zichzelf kon zijn en toch door iedereen werd aanvaard en we alleen een vrij hechte band hadden met elkaar.
Ik vergeef mezelf heb toegestaan te geloven dat de verbondenheid die ik geloofde te ervaren met de mensen van die klas, echt was, in plaats van mij te realiseren dat het een geest-construct is, een illusie die niet echt bestaat.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat die klas uniek was, omdat we met een klas gestart waren met veel onverdraagzaamheid en verdeeldheid door de verschillende karakters en personae in de klas en eindigden in een klas waar iedereen met iedereen kon praten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinneringen van mij in die klas en de ervaringen van mij in die klas en mij erdoor te definiëren en beïnvloeden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat er nog heel veel afgescheidenheid bestond in die klas en ze daardoor niet anders was dan elke andere klas, omdat we mensen continu bleven beoordelen en elkaar bleven onderscheiden op basis van verschillen in uiterlijk, karakter, intelligentie, smaken, voorkeuren, …
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat we gewoon probeerden ons zo weinig mogelijk te ergeren aan die verschillen en er ons niet te druk in te maken, ze te negeren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door te zeggen dat we met iedereen overweg konden in de klas ondanks onze grote onderlinge verschillen, dat we onze verschillen erkenden en ons daarin afscheidden van elkaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat we ons wel degelijk ergerden aan elkaar, maar die ergernis zoveel mogelijk onderdrukten, om het gevoel van verbondenheid te kunnen behouden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om dat gevoel van verbondenheid te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat de groep die onze klas toen was, zou blijven bestaan, zodat ik het gevoel van verbondenheid zou kunnen blijven ervaren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik dat gevoel van verbondenheid nodig had om mij goed te kunnen voelen en dus ook de andere mensen van de klas nodig had om dat gevoel van verbondenheid te ervaren en mij goed te kunnen voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik anderen nodig heb om mij goed te kunnen voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verlangen naar het gevoel van verbondenheid, naar een gevoel van mij goed voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik sterker ben in een groep met een verbondenheidgevoel, dan alleen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te definiëren naar/volgens die klas en de mensen in die klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik de mensen in die klas en mijn ervaring in die klas nooit wil vergeten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen vasthouden aan de herinneringen van die klas, zodat ze mij kunnen definiëren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door vast te houden aan herinneringen, ik blijf leven in het verleden en niet hier ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in het verleden te leven en te blijven steken door vast te houden aan herinneringen van mijn klas in het zesde middelbaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven en schrik te hebben dat ik nooit meer in een dergelijke groep zou terechtkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik in Lune zo’n nieuwe groep gevonden had, hoewel de situatie verschillend was, omdat we allemaal ‘van het zelfde type mensen’ waren en een gevoel van verbondenheid meer voor de hand lag, dan mijn klas van het zesde middelbaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de groep van lune met de groep van het zesde middelbaar met elkaar te vergelijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op mijn 18 jaar schrik te hebben dat ik niet aanvaard zou worden in de hechte lunegroep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien hoe belachelijk en vermoeiend het is om mij telkens bezorgd te maken over het wel of niet aanvaard worden in een nieuwe groep en de moeite te doen om aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij op de achtergrond te houden, telkens ik in een nieuwe groep terecht kom, de situatie te analyseren en dan te kijken bij wie ik kans heb om aanvaard te worden zodat de rest van de groep mij ook zou aanvaarden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf wijs te maken dat ik voorbereiding nodig heb om mezelf te kunnen zijn in een nieuwe groep, in plaats van in te zien dat ik mij moest voorbereiden om iemand te worden dat ik niet was in een nieuwe groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn danstechniek en manier van dansen en niveau van dansen te willen gebruiken als manier om aanvaard te worden in lune.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen dat anderen naar mij opkijken en daarin mijn waarde in de groep vind.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij niet enkel te willen bewijzen in een nieuwe groep als aanvaardbaar, maar als enorm de moeite waard, als iemand die we zeker moeten opnemen in onze groep, een belangrijke aanwinst.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof te aanvaarden dat ik een ‘hoge positie’ verdien binnen een groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof te aanvaarden dat ik binnen een groep recht heb op een positie met veel aanzien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om iemand te willen zijn waarnaar wordt opgekeken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik natuurlijkerwijs iemand ben waarnaar wordt opgekeken en dat ik dan ook het recht heb om naar opgekeken te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mij af te vragen – wanneer ik net nieuw ben in een groep – op welke manier ik die positie van aanzien kan verwerven in die groep.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mijn vertrouwde klas van het zesde middelbaar achter te laten, omdat ik er een gevoel van veiligheid had, ik wist hoe anderen mij zagen en was er tevreden mee.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik weer schrik zou moeten hebben zonder de veiligheid van mijn klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om los te laten, omdat ik mij niet heb toegestaan om in te zien dat het in het loslaten is dat ik mezelf realiseer en niet in het vasthouden aan het verleden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om schrik te hebben om uit Zaventem weg te gaan en naar Zuid-Afrika te gaan, als is het maar op bezoek.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Zaventem te definiëren als de plaats waarin ik ben opgegroeid, waar ik 13 jaar naar school ben gegaan, waar ik woon, waar mijn ouders wonen, waar (vroegere) vrienden van mij wonen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Zaventem te definiëren als mijn thuis.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in Zaventem te willen blijven omdat ik mij er veilig voel.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij veilig te voelen in Zaventem omdat ik Zaventem ken en men mij hier kent en ik weet dat mijn aanwezigheid heir wordt aanvaard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mij enkel goed en op mijn gemak kan voelen in Zaventem, omdat ik hier ben opgegroeid en ben opgegroeid als iemand van Zaventem en daardoor de gewoonten en levensstijl van iemand die in Zaventem woont heeft overgenomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de gewoonten en levensstijl van iemand die in Zaventem woont te hebben overgenomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te worden gedefinieerd door Zaventem.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren als ‘inwoner van Zaventem’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik letterlijk en figuurlijk zou verloren lopen in een andere omgeving dan Zaventem, omdat ik er de weg niet ken en omdat ik er de gewoonten en levensstijl niet ken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat om te kunnen functioneren in een bepaalde omgeving ik de gewoonten en levensstijl uit die omgeving moet overnemen en beheersen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van de mensen in/van Desteni.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de mensen van Desteni mij niet zullen aanvaarden en van mij zullen denken ‘wat is da voor een rare’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik pogingen zal doen om aanvaard te worden en dat zij daar los doorheen zullen kunnen kijken en mij daarvoor zullen beoordelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van de onvoorspelbaarheid die ik in Zuid-Afrika zal ervaren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij veilig te voelen in Zaventem, omdat alles hier voorspelbaar is, ik weet wat ik hier kan verwachten en hoe ik ermee om kan gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van onvoorspelbaarheid, omdat ik dan niet kan weten wat te verwachten en mij er ook niet naar kan voorbereiden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om in een bepaalde situatie niet voorbereid te zijn en dat ik de situatie niet onder controle zal kunnen houden daardoor.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik op situaties voorbereid moet zijn om ze te kunnen dirigeren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘een situatie dirigeren’ te definiëren als ‘controle hebben over die situatie en ze manipuleren zodat de uitkomst iets is dat ik goedkeur’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het onvoorwachte en onvoorspelbare te vrezen omdat ik niet weet hoe ik in zo’n situatie zou handelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te vrezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigen onvoorspelbaarheid en onberekenbaarheid te vrezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om elke situatie op voorhand te analyseren en mijn acties erin te plannen en de uitkomst van die acties in een situatie te berekenen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om berekenbaar te willen zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigen impulsiviteit te vrezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn schrik van mijn eigen onvoorspelbaarheid, onberekenbaarheid en impulsiviteit te projecteren in Bernard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Bernard en zijn onvoorspelbaarheid, onberekenbaarheid en impulsiviteit te vrezen, zonder mij te realiseren dat ik mijn eigen onvoorspelbaarheid, onberekenbaarheid en impulsiviteit vrees.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als ik onberekenbaar en onberekend ben, ik gek wordt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen gekte.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat die angsten niet echt zijn, maar van mijn geest, die in waanzin en gekte de controle over mij dreigt te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gekte en waanzin te beoordelen als slecht.
Stop!
Tot hier en niet verder.
Ik sta mij niet langer toe om mijn eigen onberekenbaarheid, onvoorspelbaarheid, impulsiviteit en onberekendheid te vrezen.
Ik sta mij niet langer toe om te willen vasthouden en vast te houden aan ‘vertrouwde omgevingen’.
Ik sta mij niet langer toe om schrik te hebben dat ik niet zal worden aanvaard in een ‘nieuwe omgeving’.
Ik ben wie ik ben en sta geen omgeving toe om mij te definiëren en mij te zeggen wie ik moet zijn en hoe ik mij hoor te gedragen en profileren.
Schrik door een ervaring uit het verleden
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om heimwee te hebben toen ik voor het eerst op kamp ging toen ik 8 jaar was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verloren te voelen in een nieuwe situatie waar ik niemand kende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te panikeren omdat ik niemand kende waarvan ik wist dat ik op hem of haar kon steunen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om weg te willen uit de situatie waarin ik niemand kende en terug naar mijn ouders, broer en zus wou, naar mijn vertrouwde omgeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gewend te geraken aan de aanwezigheid van mijn moeder, vader, broer en zus.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te gaan rekenen op mijn vader, moeder, broer en zus om mij te zeggen wie ik ben en om mij stabiliteit, zekerheid en zelf-vertrouwen te geven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mama omdat ze mij op kamp stuurde met de mutualiteit enkel omdat opa dat wou.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te veronderstellen dat ik op kamp werd gestuurd omdat mama rekening wou houden met opa die altijd met de mutualiteit bezig is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij bedrogen te voelen door mijn moeder omdat ze mij had weggestuurd van bij haar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn moeder omdat ik vond ze meer rekening hield met opa dan met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verraden te voelen door mijn moeder.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik niet mezelf kon zijn in de aanwezigheid van mensen die ik niet kende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld voor de ervaring van mij op mijn moeder te steken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om toen ik 9 jaar was terug schrik te hebben op kamp omdat ik plots weer de ervaring voelde opkomen die ik het vorige jaar ook had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te denken ‘oh nee, waarom doe ik dit?, ik vond het vorig jaar ook al ni leuk om op kamp te gaan!’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de ervaring van mij die ik had toen ik voor de eerste keer op kamp ging, in mij op te slaan en weer te activeren toen ik het jaar nadien weer op kamp ging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn in mezelf omdat ik die ervaring van mezelf vergeten was en mij pas herinnerde op het moment dat ik alweer op kamp was en niet meer terug kon.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik weer dezelfde ‘fout’ maakte als vorig jaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om net als vorig jaar heimwee, angst en woede in mij te hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om angst, heimwee, woede en paniek te ervaren, omdat ik de situatie waarin ik mij bevond in mijn geest linkte aan de situatie waar ik mij het jaar voordien in bevond en aan mijn ervaring in die vorige situatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn ervaring van angst, heimwee, woede en paniek te baseren op een herinnering van een ervaring van een jaar geleden, in plaats van hier te zijn en niet in het verleden te leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in het verleden te leven door dezelfde herinnering van een ervaring te herbeleven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te skiën toen ik 14 jaar was omdat ik mij herinnerde hoe ik mij de vorige keer dat ik skide ook helemaal niet op mijn gemak voelde op skilatten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op het moment dat ik mijn skilatten aandeed, een grote angst, woede en teleurstelling te voelen, omdat ik mij mijn ervaring van skiën toen ik jonger was herinnerde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te skiën uit schrik dat ik zou vallen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te skiën uit schrik dat ik de controle zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou vallen tijdens het skiën en mij pijn zou doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om controle te verliezen tijdens het skiën.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij onzeker te voelen op skilatten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij nog onzekerder te voelen door die onzekerheid, omdat ik die onzekerheid niet gewend was omdat ik meestal meteen vrij goed ben in de dingen die ik uitprobeer.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om een schrik voor onzekerheid te ontwikkelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om een schrik voor skiën te ontwikkelen uit schrik voor die ervaring van onzekerheid.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat mijn schrik en afkeer voor skiën niks te maken heeft met het skiën en de skilatten maar alles te maken heeft met de schrik voor mijn ervaring van onzekerheid en angst om te falen/vallen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf en teleurgesteld te zijn in mezelf omdat ik was vergeten dat ik mij zo onzeker voelde op skilatten, tot op het moment dat ik ze aanhad.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn ervaring in dat moment te baseren op mijn herinneringen van mijn ervaring toen ik jaren geleden geskied had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om even te panikeren toen ik helemaal de verkeerde kant opging tijdens het skiën, stijl de berg af.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen opgeven, omdat ik de ervaring van mezelf in dat moment niet kon verdragen in plaats van op te staan voor mezelf en die ervaring in mezelf niet toe te laten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op de skimonitor omdat hij mij deed skiën alsof ik halfgevorderd was, terwijl ik helemaal niet meer wist hoe het moest.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de woede naar mezelf te projecteren om de skimonitor, zodat ik niet in mezelf zou moeten kijken, zodat ik geen zelf-verantwordelijkheid zou nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beloven dat ik nooit meer zou moeten skiën.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat de volgende keer dat ik ski, ik weer dezelfde ervaring in mezelf ga hebben.
Ik sta mij niet toe te geloven dat de volgende keer dat ik op de skilatten sta, ik dezelfde ervaring van mezelf zal hebben als de vorige twee keer.
Ik sta mij niet toe te geloven dat die onzekerheid iets met het skiën te maken heeft.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik niet verondersteld ben om te skiën omdat ik er niet goed in ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik slecht ben in skiën.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om schrikte hebben dat de volgende keer dat ik op skilatten sta, ik mij weer even onzeker zal voelen als de twee andere keren.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om te skiën.
Ik sta mij niet toe om mezelf te limiteren met angst voor skiën en angst voor mijn vorige ervaringen in skiën.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de ervaring van mezelf op het verleden te baseren en dus in het verleden te leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om hier te zijn en in te zien dat ik dezelfde ervaring in mezelf had opgeladen, maar dat die er zelfs niet was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om vanaf mijn 19 jaar schrik te hebben om mij terug miserabel te voelen en terug te falen, zoals ik mij voelde zals ik faalde in het HID, als ik een nieuwe professionele dansopleiding zou beginnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik gefaald had in het HID, omdat ik mij had ingebeeld dat ik er zou afstuderen en danseres zou worden en omdat iedereen dat ook van mij verwachtte.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen voldoen aan mijn eigen verwachtingen en aan de verwachtingen van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn in mezelf omdat mijn ervaring van mezelf in het HID niet was zoals ik ze mij had ingebeeld, maar veel zwaarder was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik gefaald had omdat ik niet had voldaan aan mijn verwachtingen en de verwachtingen van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen om mezelf omdat ik al zo lang had gewerkt naar mijn professionele dansopleiding en het HID en ik het gevoel had dat ik moest bewijzen aan anderen dat dit de juiste keuze was geweest voor mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen omdat ik gestopt was met het HID, omdat ik mijn opvattingen en verwachingen over mezelf moest aanpassen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik te zwak was om verder te doen met de dansopleiding omdat ik er de ervaring van mezelf niet kon verdragen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen vluchten van de ervaring van mezelf in het HID, waar ik continu werd geconfronteerd met alle emoties en gevoelens die ik jarenlang had zitten onderdrukken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld voor de ervaring van mezelf te steken op het HID, de leerkrachten daar en de dansopleiding.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om verantwoordelijkheid voor mezelf te nemen en de ervaring van mezelf te stoppen zoals ik ze zelf gecreëerd had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik zwak was in het niet verderzetten van mijn dansopleiding.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om naar anderen toe mijn zelf-definitie als ‘danser’ te willen kunnen blijven uitdragen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te willen kunnen definiëren als iemand die voor dansen tot het uisterste zou gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik voor dansen tot het uiterste moest willen kunnen gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik gelogen zou had tegen anderen door te stoppen, omdat ik mijn opvattingen van mezelf en dansen moest aanpassen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik gelogen had tegen anderen door te stoppen, omdat ik veel moeite had gestoken in het overtuigen van anderen en van mezelf van de opvattingen die ik van mezelf in relatie tot dansen wou hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te willen kunnen definiëren als iemand die alleen gelukkig kan zijn in dansen en die er alles zal aan doen om danser te kunnen worden, ongeacht de omstandigheden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als ik weer probeer om een dansopleiding te volgen, ik dezelfde ervaring van mezelf zou tegenkomen, weer zou moeten stoppen en mij weer als een faler een zwakkeling zou zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ervanuit te gaan dat ik een volgende dansopleiding zou baseren op en vergelijken met mijn ervaringen in het HID.
Stop!
Tot hier en niet verder!
Ik sta mij niet langer toe om in het vereden te leven.
Ik sta mij niet langer toe om mijn ervaring van mij in dit moment te laten beïnvloeden door herinneringen van ervaringen van mij in het verleden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de situaties waar ik mij op een moment in bevind, te vergelijken met situaties uit het verleden.
Ik sta mij niet langer toe om situaties te vergelijken met situaties uit het verleden.
Ik sta mij niet langer toe om mijn kracht weg te geven aan mijn herinneringen.
Ik ben hier.
Ik sta mij niet toe om mij te definiëren volgens en naar een herinnering van een ervaring.
Schrik om mensen kwaad te maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om leerkrachten kwaad te maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om elk moment dat ik schrik had van een leerkracht, die schrik te baseren op het moment waarin ik voor de eerste keer straf had gekregen van juffrouw magda omdat ik gemorst had met zout, terwijl ze mij gewaarschuwd had dat wie nog met zout zou morsen, zou gestraft worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om nerveus te zijn om het zout in het potje te gieten uit schrik dat ik zou morsen en ik straf zou krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om straf te krijgen, omdat ik dat zag als ‘in ongenade vallen’ bij de juffrouw.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om in ongenade te vallen bij de juffrouw.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik één van de stoute kindjes zou zijn als ik zou worden gestraft.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen omdat ik werd bestraft door juffrouw magda nadat ik had gemorst met het zout toen ik 3 jaar was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om een stout kindje te zijn, omdat God mij dan naar de hel zou sturen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om braaf te willen zijn en braaf te willen gevonden worden, uit schrik dat ik anders naar de hel zou gestuurd worden en niet naar de hemel na mijn dood.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te krijgen door de waarschuwing dat ik interpreteerde als een dreigement.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verstijven van angst binnenin door het dreigement van juffrouw magda en het vooruitzicht van een mogelijke straf;
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gestraf te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om straf te definiëren als iets schandalig en schaamtevol.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mensen die gestraft worden te definiëren als schandalig, schaamtevol, stout, slecht, gemeen, onderkruiper, moeilijkdoener.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat wie gestraft wordt, die straf ook verdient.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn gevoel van eigenwaarde te verliezen door in straf te moeten staan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verdrietig, beschaamd, kwaad, teleurgesteld te zijn omdat ik in straf moest en geloofde dat ik het dan ook verdiend had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verward te zijn omdat ik niet begreep wat het was dat juffrouw magda zo kwaad had gemaakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn om juffrouw magda, omdat ik per ongeluk gemorst had en het zeker niet expres had gedaan om haar te pesten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aan te nemen dat wie gestraft wordt, wordt gestraft omdat die opzettelijk iets stout/slecht heeft gedaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad, verward, ontzet te zijn omdat ik niet opzettelijk gemorst had, maar per ongeluk.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad, verward, ontzet te zijn omdat ik dacht dat juffrouw magda dacht dat ik met opzet gemorst had om haar te pesten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat elke keer ik een opmerking krijg of wordt gestraft, ik ook wordt beoordeeld als slecht/stout, als iemand met slechte/stoute intenties, als iemand die rot is vanbinnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf in die momenten beoordeelde als slecht/stout, iemand met slechte/stoute intenties, als iemand die rot is vanbinnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om elke keer ik een opmerking of straf kreeg, ik mezelf heb beoordeeld als slecht/stout, iemand met slechte/stoute intenties, als iemand die rot is vanbinnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om andere mensen die worden bestraft te beoordelen als slecht/stout, iemand met slechte/stoute intenties, als iemand die rot is vanbinnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf te willen kunnen definiëren als iemand goed/braaf, iemand met goede/brave intenties, als iemand die nooit iets fout zou (willen) doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van iedereen die kwaad wordt op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van iedereen die al eens kwaad is geweest op mij, uit schrik dat ze mij blijven beoordelen als selcht/stout en mezelf dan ook zo beoordeel en daarin mijn gevoel van eigenwaarde verloor.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van alle mensen, omdat ze allemaal potentieel mensen zijn die ooit kwaad zullen worden op mij, waardoor ik mezelf zou gaan beoordelen als stout/slecht, waardoor ik mijn gevoel van eigenwaarde zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mensen uit schrik dat ze ooit kwaad zullen worden op mij, ik mij daardoor zou beoordelen als stout/slecht en daardoor mijn gevoel van eigenwaarde zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mensen uit schrik mijn gevoel van eigenwaarde te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de hele herinnering van het moment waarin ik voor het eerst straf kreeg van juffrouw magda, te hebben opgeslagen in mezelf en mezelf ernaar, erdoor te laten definiëren/bepalen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan de hele herinnering van dit moment en er de ervaringen van mij sindsdien tot nu op te baseren, zodat ik steeds in het verleden heb geleefd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om continu in het verleden te leven, door de ervaring van mezelf te baseren op de herinnering van een momentopname en die herinnering en de ervaring van mezelf in dat moment herbeleefde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten van Tita Montse toen ik 6 of 7 jaar oud was omdat ze kwaad was op mij omdat ik een kussen had weggehaald van achter de zetel, dat daar blijkbaar moest blijven liggen voor de televisie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten van hun reactie omdat ik niet begreep wat ik fout had gedaan in het oprapen van een kussen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat kussens niet op de grond mogen liggen, omdat ze dan vuil en stoffig worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als er een kussen op de grond ligt, ik dat kussen moet oprapen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten van tita montse en tito pepe die kwaad werden op mij en mij ‘une méchante fille’ noemden, terwijl ik dacht dat ik iets flink had gedaan in het oprapen van een kussen dat op de grond lag en achter de zetel was gevallen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om verward te zijn omdat de reactie van tita montse en tito pepe niet overeenkwam met hoe ik had verwacht dat ze zouden reageren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te verwachten dat ze mij flink zouden noemen en dankbaar zouden zijn omdat ik een kussen achter de zetel gevonden had en het opraapte.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deze verwachting te baseren op vorige ervaringen en herinneringen van momenten waarin ik iets had teruggevonden en waarbij men fier was op mij en dankbaar omdat ik het had teruggevonden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op tita montse omdat ze mij een ‘méchante fille’ genoemd had, terwijl ik niks gemeens had willen doen.
Ik vergeef mezelf dat ik aan de woorden ‘méchante fille’ een lading van beschuldiging heb toegekend.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij beschuldigd te voelen van iets slechts/stout te hebben gedaan met slechte/stoute intenties.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tita montse en tito pepe niet graag meer te hebben, omdat ze mij steeds herinnerden aan het moment dat ze kwaad waren op mij waardoor ik mezelf beoordeelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mijn frustraties jegens mezelf omdat ik mezelf beoordeelde en mezelf daarin afscheidde van mezelf, te projecteren op tita montse en tito pepe in plaats van zelf-verantwoordelijk te zijn en in mezelf te kijken waar ik oneerlijk ben geweest met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om mezelf te willen weerhouden van zelfvergeving toe te passen in dit moment.
Ik ben hier!
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tita montse en tito pepe te definiëren volgens/naar mijn herinnering van het moment waarin zij kwaad waren op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tita montse en tito pepe te definiëren als mensen die onterecht anderen beschuldigen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het kwaad zijn van tita montse, tito pepe en juffrouw magda iets met mij te maken had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de momenten waarin tita montse, tito pepe en juffrouw magda kwaad waren op mij, niks te maken hadden met mij, maar er waren op juffrouw magda, tito pepe en tita montse de woede die ze in hun hadden te laten zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de woede-uitbarstingen van juffrouw magda, tito pepe en tita montse, persoonlijk op te vatten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik die woede-uitbarstingen persoonlijk had genomen en dat als ik dat niet had gedaan, ik mij veel miserie bespaard zou hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen.
Stop!
Tot hier en niet verder, ik sta mij niet toe om mezelf te beoordelen!
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van papa.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om papa kwaad te maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf de schuld te geven elke keer papa kwaad werd, in plaats van in te zien dat zijn woede niks met mij te maken had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de woede-uitbarstingen van papa persoonlijk te nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om papa kwaad te maken, omdat papa poepekletsen gaf wanneer hij kwaad werd op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om poepekletsen te krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om poepekletsen te krijgen omdat ik schrik had van de pijn die ermee gepaard ging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn vader uit schrik om schrik te zullen zijn als hij kwaad zou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn vader vanaf de eerste keer dat hij mij een poepenklets gaf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om poepekletsen te krijgen en de pijn van een poepeklets te voelen, omdat ik geloofde en accepteerde dat de pijn die ik voelde een verdiende pijn was, evenredig met hoe slecht ik was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan altijd op mijn hoede te zijn als ik in de buurt van papa was en mij schrap zette, om er zeker van te zijn dat ik zeker niets deed dat hem kwaad zou maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zelf-expressie tegen te houden uit schrik dat ik een reactie van woede zou uitlokken in mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mijn vader mijn lichaam zou stukmaken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader de schuld te gevan van mijn schrik en mijn angsten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het mijn vader kwalijk te nemen dat hij mij sloeg en mij niet wou leren kennen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn vader dat hij mij beschuldigde van iemand slecht/stout te zijn met slechte/stoute intenties, terwijl hij niet eens de moeite deed om met mij te praten om mij te leren kennen, om te weten wat er binnen in mij omging.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om helemaal verblind te zijn door haat en woede ten opzichte van mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat mijn vader geprogrammeerd was om te doen wat hij deed en dat ik hetzelfde zou gedaan hebben als ik op die manier geprogrammeerd was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik waardeloos was omdat mijn vader een slechtheid zag in mij die zo slecht was dat hij zelfs de moeite niet deed om mij te leren kennen, dat ik het zelfs niet waard was om te leren kennen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn vader omdat ik geloofde van mezelf dat ik slecht en waardeloos was en mijn woede ten opzichte van mezelf projecteerde op mijn vader.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik exact hetzelfde doe als papa, maar om dat ik in mezelf niet zie dat ik mensen beoordeel zonder ze te kennen en op basis van die beoordeling beslis of ik moeite zal doen om die te leren kennen, zie ik dit allemaal in papa en dan wordt ik kwaad, gefrustreerd, geïrriteerd, verdrietig, telerugesteld ten opzichte van papa, omdat ik exact hetzelfde doe.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om in een eerste oogopslag een vooroordeel te vormen over een persoon en op basis van dat vooroordeel beslis of ik die persoon wel of niet de moeite vind om te leren kennen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om die vooroordelen te baseren op herinneringen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om die vooroordelen te vormen door een persoon te vergelijken met andere personen en met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om mezelf af te scheiden van elke persoon die ik voor de eerste keer zie door die persoon te vergelijken met anderen en met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader de schuld te geven van de mijn ervaring van mezelf, in plaats van mij te realiseren dat ik mezelf projecteer op mijn vader en hij een spiegel is voor mij zoals ik een spiegel ben voor hem.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat elke keer ik iets zeg tegen papa, hij het verkeerd zou interpreteren, kwaad zou worden, mij zou slaan, waarop ik mezelf zou beoordelen als slecht en waardeloos.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik exact hetzelfde doe als papa, maar omdat ik het interpreteren van iemands worden zonder die woorden te nemen voor wat ze zijn niet zie in mezelf, zie ik het in papa en dan sta ik mij toe om kwaad, angstig, verdrietig, geïrriteerd en gefrustreerd te worden omdat ik exact hetzelfde doe.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van mijn vader omdat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat wat ik zie in mijn vader, ik niet zie in mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader te definiëren als een slechte, kwade, afwezige man die in de knoop ligt met zichzelf en dat projecteert op anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader van zoveel van mijn ervaringen de schuld te geven dat ik geloof dat ik hem niet meer kan vergeven.
Ik vergeef mijn vader zoals ik mezelf vergeef – één en gelijk.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik shrik had van papa omdat ik schrik had van de pijn van poepekletsen, terwijl ik eigenlijk schrik had van het gevoel van mijn eigenwaarde te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn eigenwaarde verloor op de momenten dat ik gestraft werd, omdat ik mezelf dan beoordeelde als slecht/stout, iemand met slechte/stoute intenties.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat door geïrriteerd, gefrustreerd, kwaad, teleurgesteld, verdrietig te zijn om papa, ik de ervaring van mij in relatie tot papa alleen maar bevestig, ondersteun en aanmoedig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op mijn 8 jaar echt schrik te hebben van papa omdat hij mij met mijn hoofd tegen de kraan had gemept, terwijl ik dat helemaal niet verwacht had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader zijn actie te definiëren als ‘hij sloeg mijn hoofd tegen de kraan’, terwijl hij mij gewoon sloeg en ik daardoor met mijn hoofd tegen de kraan botste, wat hij zelf niet had bedoeld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vader de schuld te geven van het feit dat ik met mijn hoofd tegen de kraan botste, terwijl het enige wat hij gedaan had, mij meppen was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te vragen of het dan mijn schuld is dat ik met mijn hoofd tegen de kraan ben gebotst, terwijl het niemand zijn schuld was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld op iemand te willen steken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven en accepteren dat voor elke gebeurtenis er één persoon schuldig en dan ook verantwoordelijk is, terwijl iedereen even verantwoordelijk is voor alles wat er gebeurd in deze wereld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te hopen op het moment in bad toen ik 8 jaar was, dat papa van zichzelf wel zou inzien dat de situatie eigenlijk heel leuk en grappig was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verwachten dat hij zou inzien dat het allemaal heel speels en leuk was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te voelen alsof ik verdronk binnen uit pure verwarring omdat mijn vader helemaal niet had gereageerd op de manier die ik verwacht had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vanaf dien schrik te hebben om iets tegen mijn vader te zeggen, uit schrik dat hij mijn woorden verkeerd zou interpreteren, kwaad zou worden en mijn lichaam zou pijndoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om pijn te voelen.
Pijn is pijn, als het hier is, is het hier, als het hier niet is, is het hier niet, er komt geen schrik aan te pas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om angst te genereren door mij op voorhand in te beelden wat er zou kunnen gebeuren, hoe ik mij zou kunnen ervaren in de toekomst.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn omdat mijn vader niet hetzelfde was voor mij als andere vaders voor hun dochters.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om mijn vader te definiëren als vader zoals de rol van vader in deze wereld.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om van mijn vader te verwachten dat hij mij zou ondersteunen in wat ik deed, mij complimenten zou geven, plezier zou maken samen met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om leerkrachten, familie, vrienden en alle andere mensen op de wereld kwaad te maken uit schrik voor het gevoel van het verliezen van mijn zelfwaarde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zelfwaarde te laten afhangen van hoe andere mensen mij zien, in plaats van mij te realiseren dat ik hier ben, stabiel en dat wie ik ben niets te maken heeft met de manier waarop anderen op mij reageren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat het onmogelijk is om geen schrik te hebben dat iemand kwaad zal worden op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ‘slecht’ bestaat.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaaan te gelvoen dat ‘stout’ bestaat.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om weg te vluchten van mijn angsten door niet meer met papa te praten uit schrik dat hij mijn woorden verkeerd zou interpreteren, hij kwaad zou worden en ik het gevoel zou hebben van het verliezen van mijn eigenwaarde, in plaats van mij met mijn angsten te confronteren.
Stop!
Tot hier en niet verder!
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben dat anderen kwaad worden op mij.
Ik sta mij niet toe te geloven dat het onmogelijk is dat ik geen schrik meer heb dat mensen kwaad zullen worden op mij.
Ik sta mij niet toe om mijn kracht weg te geven aan angsten en schrik.
Ik sta mij niet toe te geloven dat ik mijn eigenwaarde verlies wanneer iemand kwaad wordt op mij.
Ik sta mij niet toe om iemand’s woedeuitbarstingen persoonlijk te nemen.
Ik sta mij niet toe te geloven dat ik iemand slecht/stout met slechte/stoute intenties ben wanneer iemand kwaad wordt op mij.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben dat ik wordt beoordeeld als iemand slecht/sout met slechte/stoute intenties.
Ik sta mij niet toe te geloven dat ik mogelijk slecht of stout kan zijn.
Slecht en stout bestaan niet, zijn constructies van de geest.
Ik sta mij niet toe om niet mijn papa te praten als een manier om weg te vluchten van mijn angsten en geen verantwoordelijkheid voor mezelf te moeten nemen.
Ik sta mij niet toe om mijn zelf-expressie te compromiteren door een schrik van anderen.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben van anderen.
Schrik om mensen teleur te stellen
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om anderen trots te willen maken van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigenwaarde en mate van zelf-acceptatie te meten naargelang hoe trots iemand is op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als iemand anders niet trots is op mij, ik gefaald heb en waardeloos ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaaan om mijn eigenwaarde te laten afhangen van iemand anders in plaats van zelf-verantwoordelijk te zijn wat dan ook.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het gevoel te hebben dat ik mijn eigenwaarde verloor wanneer mama zei dat ze heel teleurgesteld was omdat ik gespijbeld had in de muziek- en dwarsfluitlessen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mama omdat ze zei dat ze mij niet meer vertrouwde, omdat ik wilde dat ze mij zou ondersteunen.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mama mij niet meer zou willen accepteren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mama mij niet graag meer zag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen graag ge zien worden door mama.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaante geloven dat ik de liefde van mama nodig had om mezelf te kunnen accepteren en ondersteunen.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om mij tevoelen alsof mama al mijn ondersteuningsfunderingen van mezelf weghaalde toen ze zei dat ze teleurgesteld was in mij en mij niet meer vertrouwde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn moeders steun, liefde en vertrouwen nodig had om mezelf te kunnen steunen, vertrouwen en liefhebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren volgens die herinnering.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te verstoppen wanneer ik geen muziekles meer wou volgen en niet naar de dwarsfluitles wou, in plaats van op te staan voor mezelf, verantwoordelijkheid te nemen en dit direct te zeggen tegen mama en papa.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik niet durfde zeggen dat ik niet naar de lessen meer wou gaan.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen en mij te schamen omdat ik niet naar de lessen ging, omdat ik geloofde dat alleen slechte/stoute kinderen spijbelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om uit schrik voor mijn ouders en hun reactie te spijbelen in plaats van te zeggen dat ik even niet meer naar de lessen zou gaan.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn ouders, hun reactie, als ik zou zeggen dat ik even niet meer naar de lessen wilde gaan.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik te veel schrik had om mijn ouders te waarheid te vertellen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik iets voor mijn ouders verzweeg en loog.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik mijn verantwoordelijkheid niet nam uit angst en die kwaadheid projecteerde op mama en papa.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om sindsdien schrik te hebben om mensen teleur te stellen, uit schrik om mij niet meer gesteund, geaccepteerd en geliefd te voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om elke keer ik schrik had om iemand te leur testellen het te baseren op mijn herinnering van dit moment en de herinnering van mijn ervaring erin.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om altijd schrik te hebben gehad om Gabriël teleur te stellen, omdat ik geloofde dat hij mij moest accepteren opdat ik op zijn niveau zou geraken.
Ik vergeef mezelf datik mezelf heb toegestaan om mij inferieur te voelen ten opzichte van gabriël.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik gabriël nodig had welke kant ik op moest en wat ik moest doen om mezelf te vinden, terwijl ik hier ben en hier altijd ben geweest.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te vertrouwen op gabriël in plaats van te vertrouwen op mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gabriël te zien als de personificatie van de toekomst, van het antwoord en dus door de toekomst, het antwoord wou geaccepteerd worden omdat ik geloofde dat dat nodig was om mezelf te vinden.
Ik vergeef mezelf heb toegestaan om alles wat gabriël zei als de norm te nemen waar ik moest kunnen naar leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigenwaarde te definiëren naargelang hoe anderen mij inschatten en naargelang het beeld dat anderen van mij hadden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven wat anderen over mij zeiden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om het vertrouwen van mensen te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat alleen slechte/stoute mensen onbetrouwbaar en niet te vertrouwen zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf als stout/slecht te beoordelen als iemand mij niet vertrouwt.
Ik vergeef mezelf datik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de enige die mij als stout/slecht beoordeelt als ik niet wordt vertrouwd, ik is.
Stop!
Ik sta mij niet langer toe om schrik te hebben om mensen teleur te stellen.
Ik sta mij niet langer toe om schrik te hebben om mensen hun vertrouwen te verliezen.
Ik sta mij niet langer toe te geloven dat wie mij niet vertrouwt mij beoordeelt.
Ik sta mij niet langer toe om mezelf te beoordelen als ik niet wordt vertrouwd.
Ik vertrouw mezelf.
Ik steun mezelf.
Ik accepteer mezelf.
Ik zoek geen antwoorden in de toekomst, in mijn broer of in anderen.
Ik ben hier.
Waardig door mijn prestaties op school
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij waardig te voelen door het feit dat ik al kon lezen en de andere kinderen in de klas nog niet, toen ik 5 jaar oud was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om mij waardig te voelen door het feit dat ik mocht met Lexidata spelen en de andere kinderen in de klas niet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn waardigheid van mezelf te laten afhangen van wat ik kan en mag wat anderen niet kunnen of niet mogen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te gelovend dat ik waardiger was dan de andere kinderen van de klas omdat ik al dingen kon die zij nog niet konden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn waardigheid te definiëren volgens, in en als datgene dat ik wel kan dat anderen niet blijken te kunnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik beter was dan de andere kinderen omdat ik op 5-jarige in plaats van op 6-jarige leeftijd al kon lezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de waardigheid van mezelf te laten afhangen van de complimenten die ik van mijn leerkrachten kreeg.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij waardig te voelen op het moment dat ik in het eerste leerjaar voor heel het eerste leerjaar en het derde kleuterklas kon tonen hoe ik al kon lezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om waardigheid in dat moment te linken aan en verbinden met complimenten en bewondering van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om waardigheid in dat moment te linken aan en verbinden met complimenten en bewondering van andere leerlingen en leerkrachten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op dat moment te denken “Ik hoop dat juffrouw gonda een woord neemt dat ik al ken, want anders maak ik mezelf belachelijk.”
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mezelf belachelijk te maken voor de oudere kinderen en de leerkracht van het eerste leerjaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op 5-jarige leeftijd schrik te hebben om niet aan de verwachtingen van leerkrachten en andere kinderen te voldoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op 5-jarige leeftijd schrik te hebben om andere kinderen en leerkrachten teleur te stellen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in dat moment schrik te hebben om te falen.
Ik vergeef mezefl dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf de verwachting op te leggen dat ik alles ‘juist’ moet hebben omdat ik geloofde dat dat was wat anderen zoals leerkrachten en andere leerlingen van mij ook verwachtten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om vooraleer ik iets zeg te denken ‘oh nee, misschien ben ik niet goed genoeg.’
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te denken en geloven dat ik niet goed genoeg ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om schrik te hebben dat ik niet goed genoeg ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toesta om in te zien dat ik alleen kan schrik hebben om te falen wanneer ik twijfel aan mezelf, wanneer ik twijfel aan of ik wel goed genoeg ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om te twijfelen aan of ik wel goed genoeg ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te twijfelen aan of ik wel genoeg ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om te geloven en schrik te hebben dat ik tekort kom.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om opgelucht te zijn toen juffrouw gond het woordje zon spelde, een woord dat ik kende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij vals te voelen in dat moment en fake, want als juffrouw gonda een woord had gespeld dat ik nog niet kende, had ik het niet kunnen lezen en geen indruk kunnen maken op anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik lof kreeg voor iets waarvan ik geloofde dat ik het niet verdiende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik nog niet goed genoeg kon lezen om al lof te krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de leerkrachten zouden merken dat ik nog helemaal niet zo goed kan lezen als zij misschien wel dachten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om mezelf te onderschatten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om veel te snel te denken van iets dat ik het niet kan, dat het te moeilijk voor mij is, dat ik daar slecht in ben of dat ik er niet goed genoeg voor ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om toen ik 6 jaar was en mijn mama zag huilen, schrik te hebben dat ze teleurgesteld was in mij om mijn rapport.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te panikeren in mij uit schrik dat ik niet goed genoeg was en dat ik slechte punten had gehaald.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geluk van mijn moeder te linken aan mijn 100 op 100 en dus het geluk van mijn moeder te linken aan mijn punten op school.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik ‘goede punten’ moet halen op school, zodat mijn mama gelukkig is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om schrik te hebben om mijn mama ongelukkig te maken en teleur te stellen in het hebben van slechte punten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te geloven dat als ik ‘slechte punten’ heb op school en mijn moeder teleurgesteld of ongelukkig of verdrietig is, het dan mijn fout is dat mijn moeder zich zo voelt omdat ik slechte en geen goede punten heb gehaald en ik niet goed genoeg mijn best heb gedaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij onwaardig te voelen toen ik in het vijfde leerjaar op mijn 9 jaar 85% haalde en niet in de 90% zoals ik gewend was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik gefaald had omdat ik niet in de 90% haalde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik mijn mama zou teleurstellen omdat ik 85% en niet in de 90% had gehaald.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik nog niet goed en slim genoeg was om naar het vijfde leerjaar te gaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de mensen van het CLB gelijk hadden dat ik nog niet klaar was om naar het vijfde leerjaar te gaan en dat ik mijn moeder had in de steek gelaten in het niet bewijzen dat ik wel goed en slim genoeg was door het halen van 90 of meer op mijn eerste rapport in het vijfde leerjaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als ik minder haal dan 90, ik onder mijn niveau gepresteerd heb en dat wil zeggen dat ik slecht ben omdat ik niet hard geneog mijn best heb gedaan en ik beter had gekund.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om schrik te hebben om slechte punten te halen uit schrik om mij onwaardig te voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te voelen alsof ik gefaald had toen ik zag dat ik 85% had en geen 90 of meer zoals ik gewend was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn waardigheid van mezelf te definiëren in en als het halen van 90% of meer op mijn raport.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren als iemand die 100 op 100 haalde op haar allereerste rapport met punten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren als iemand die 90% of meer moet kunnen halen op een rapport.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moet proberen het maximum aan punten te verdienen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de waardigheid van mezelf te laten afhangen van hoe dicht ik bij het maximum van de te halen punten ben geraakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest mijn best doen om het maximum te halen om goed genoeg te zijn, in plaats van mij te realiseren dat als ik de helft had gehaald op al mijn testen het ook al genoeg was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te ontkennen dat ik waarde hecht aan de punten die ik haal en mijn zelf-waarde uit die punten haal.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat de waarde die ik aan punten hecht nu net mijn zelf-waarde is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verdoezelen hoe ik waarde hecht aan de punten die ik haal, omdat dat niet werd aanvaard in het middelbaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te worden uitgesloten door anderen als ik zou laten merken hoeveel waarde ik hecht aan de puten die ik haal.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om naar het middelbaar te gaan, uit schrik om niet aanvaard te worden door anderen en uit schrik om gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om naar het middelbaar te gaan uit schrik om uitgestoten te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om schrik te hebben om een uitgestotene te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te geloven dat ik niet met mezelf zou kunnen leven als ik uitgestoten zou worden door anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de acceptatie van mezelf te laten afhangen van de acceptatie van anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te geloven dat als iedereen in de hele wereld mij niet zou accepteren en ik er helemaal alleen voorstond, ik mezelf niet zou kunnen aanvaarden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta te geloven dat mensen er altijd een ‘goede reden’ voor hebben als ze iemand niet aanvaarden en dus dat als ik niet aanvaard wordt, het mijn fout is omdat er iets mis is met mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als mensen mij niet accepteren of als mensen mij uitstoten, dat het gevolg is van wie ik ben als slecht, onvoldoende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om onvoldoende te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat als ik niet wordt aanvaard of geaccepteerd door anderen, dat komt omdat ik niet voldoe in mezelf, omdat ik niet genoeg, niet voldoende ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om hoe anderen mij zien te aanvaarden als de waarheid van mezelf, in plaats van mij te realiseren dat hoe anderen mij zien een reflectie is van zichzelf en hoe mensen zichzelf zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik in het middelbaar niet zou voldoen aan de standaardnormen die nodig zijn om geaccepteerd en aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te worden uitgemaakt voor nerd en seut.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om beoordeeld te worden voor nerd en seut.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoorelen voor nerd en seut omdat ik waarde hechtte aan de puten die ik haalde en ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van mezelf in het aanvaarden van deze zelf-beoordeling.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien als iemand die niet voldoet aan de standaardnormen die nodig zijn om aanvaard en geaccepteerd te worden in het middelbaar.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien als onvoldoende en niet goed genoeg.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om in en voor een nieuwe situatie en omgeving steeds te twijfelen aan mezelf en of ik wel goed genoeg en voldoende ben voor die situatie en omgeving.
Stop!
Tot hier en niet verder!
Ik sta mij niet toe om mijn eigenwaarde te definiëren in en als de punten die ik haal op school.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om mijn eigenwaarde te verliezen in het buizen op een test, examen of taak.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om niet goed genoeg te zijn.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben dat ik niet voldoe aan de normen.
Ik sta mij niet toe om mij te onderwerpen aan een norm.
Ik sta mij niet toe om mij superieur te voelen ten opzichte van anderen wat betreft mijn ‘intelligentie’.
Ik sta mij niet toe om mijn eigenwaarde te verbinden met en definiëren in en als complimenten en bewondering van andere leerlingen/studenten of leerkrachten.
Ik sta mij niet toe om mijn eigenwaarde te laten afhangen van anderen zoals andere leerlingen of leerkrachten.
Ik sta mij niet toe te geloven dat hoe meer punten ik heb, hoe waardiger en beter ik ben.
Ik sta mij niet toe te geloven dat hoe minder putnen ik heb, hoe onwaardiger en slechter ik ben.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om te falen op school uit schrik om mezelf te onderdrukken en mijn eigenwaarde te verliezen.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om niet aan de verwachtingen van de leerkrachten te voldoen.
Ik sta mij niet toe om mezelf te onderwerpen aan verwachtingen.
Ik sta mij niet toe om te twijfelen of ik wel of niet goed genoeg ben.
Ik sta mij niet toe om mijn eigenwaarde te verbinden met en definiëren in en als de trots van mijn ouders op mij.
Ik sta mezelf niet toe om mezelf te onderwerpen aan de definitie van ‘meisje die altijd hoge punten heeft’.
Ik sta mij niet toe om mezelf te onderwerpen aan de definitie van ‘meisje die slim is’.
Ik sta mij niet toe om mezelf te onderwerpen aan de definitie van ‘meisje die alles snel begrijpt’.
Ik ben geen definitie.
Ik sta mij niet toe om de lievelingsleerling van de leerkracht te willen zijn.
Ik sta mij niet toe om mijn eigenwaarde te verbinden met en definiëren in en als de aandacht die ik krijg van een leerkracht.
Ik sta mij niet toe te geloven dat ik altijd mijn best moet doen om het maximum aantal punten te halen.
Ik sta mij niet toe te geloven dat mensen die mij niet aanvaarden dat terecht doen omdat er iets mis is met mij.
Ik sta mij niet toe mezelf aan te passen aan anderen en mijn omgeving, zodat zij mij zouden aanvaarden, zodat ik zou ‘passen’ in hun normen en waarden.
Ik ben niet gedefinieerd door punten.
Ik ben niet gedefinieerd door schoolresultaten.
Ik ben niet gedefinieerd door verwachtingen van anderen.
Mijn eigenwaarde is niet bepaald door bewondering en/of complimenten van anderen.
Waardig door op te vallen, door erkenning van anderen
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij superieur te voelen ten opzichte van de andere kinderen van mijn klas toen ik nog een kleuter was – 6 jaar – omdat ik durfde in opstand komen tegen de ‘grote kinderen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om erkenning en respect af te dwingen van de andere kinderen omdat ik iets durfde dat zij niet durfden, in plaats van zelf mijn stabiliteit van mezelf te erkennen voor en als mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf superieur en speciaal te voelen ten opzichte van de andere kinderen omdat ik iets ‘kon’ dat zij niet leken te kunnen of durven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigenwaarde te definiëren in en als het gevoel van superioriteit ten opzichte van anderen, waar ik iets kan/doe dat anderen niet kunnen/doen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn stabiliteit die ik toen ervaarde te ‘missen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mijn stabiliteit van toen kwijt ben, terwijl het de opgebouwde angsten en twijfels zijn die mij uit balans brengen, terwijl de stabilitiet hier nog is, want ik ben stabiliteit.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn stabilitiet te gaan zoeken buiten mezelf, in de manier waarop anderen mij zagen, in plaats van mezelf te aanvaarden als stabiliteit.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om als een genraal langs de kinderen die in een rij stonden, te passeren, zeggend dat ik geen schrik heb van de ‘grote kinderen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn stabilitiet van mezelf te willen bewijzen aan mezelf door het aan anderen te zeggen, zodat uit hun reactie kon blijken dat ik stabiel was en ik het pas dan van mezelf ging aanvaarden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te voelen als een generaal die langs haar soldaten loopt toen ik dat zij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen omdat ik mij op die manier gedroeg, waar ik mij superieur ten opzichte van hen opstelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen en mezelf te beoordelen omdat ik mij beter voelde dan de andere kinderen en dat op de manier waarop ik langs hen liep, tentoon spreidde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het te beoordelen als slecht, verkeerd en ongehoord wanneer ik mij beter voel dan iemand anders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het geloof aan te nemen dat iedereen die ouder is dan mij meer waard is dan mij en dat iedereen die jonger is dan mij minder waard is dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat je maar gelijk bent aan de mensen van jouw leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik mezelf moest bewijzen in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest bewijzen dat ik evenwaardig was aan de nieuwe mensen waarmee ik in de klas zat ‘hoewel ze een jaar ouder waren’.
Ik vergeefm ezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om mij te beschouwen als een en gelijk met de andere mensen in mijn klas, maar die indruk te willen laten uitschijnen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf nooit aanvaard heb als een en gelij k met mensen van een andere leeftijd, maar alleen die indruk liet uitschijnen en mijzelf wijs maakte dat ik mijzelf aanvaard had als een en gelijk met mensen van een verschillende leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijzelf wijs te maken dat ik mijzelf constant moet bewijzen, om te blijven en te kunnen opboksen tegen de perceptie dat wie jonger is minderwaardig is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ander mensen dat van mij zouden denken en vinden en dat ik daarom zo handelde als ik handelde, terwijl dat geloof bestond in mijzelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om het onderwijssysteem te vervloeken en de schuld te geven voor het feit dat ik mij zelf als minderwaardig beschouw dan mensen die ouder zijn dan mij en mij als meerwaardig beschouw dan mensen die jonger zijn dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op den duur de mensen van mijn eigen leeftijd als minderwaardig te beschouwen, want ‘ik was opgeklommen tot het niveau van de mensen die een jaar ouder zijn’, of die indruk wou ik toch hooghouden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die een jaar jonger zijn dan mij. Nee foute zien, *zin
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij meerwaardig te voelen dan mensen die evenoud zijn als mij omdat zij in een klas lager zaten dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij ouder te voelen dan de mensen van mijn eigen leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in de war te zijn met of ik nu meer of minderwaardig ben dan de mensen waarmee ik nu in de klas zit, want die mensen zijn evenoud als mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de waarde van mensen en mijn schatting daarvan te laten afhangen van de leeftijd van die mensen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de mensen van mijn klas wijs te maken dat ik mijn regels had, zodat zij mij zouden ervaren als evenwaardig en liefst meerwaardig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te liegen om aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen worden wat zij wouden zijn door te zeggen dat ik mijn regels gekregen had en daardoor volwassener was dan hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat de mensen in mijn nieuwe klasmij niet aanvaardden, omdat ik mezelf niet aanvaardde als nieuw in hun klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen ook te vertellen aan mijn mama en aan mijn leerkracht en iedereen die ikkende.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de oneerlijkheid overal rond mij te zaaien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te omsingelen met mijn eigen leugens.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf nooit heb toegestaan om de waarheid over mijn regels te vertellen en op een eerlijke voet te staan met de mensen waartegen ik gelogen heb.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij schuldig te voelen omdat ik mama en de juf beloog, terwijl ik heb eigenlijk niet wou betrekken in die leugen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik gelogen heb tegen mijn moeder, mijn leerkracht en de mensen in mijn klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen, want wie liegt is slecht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de schuld op de manier waarop de klasmij behandelde te steken, de rol van slachtoffer op te nemen, zodat ik niet de verantwoordelijkheid van mijn leugens moest nemen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen te ervaren als een last die op mijn geweten ligt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat liegen beneden mij niveau is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij wijs te maken dat het ok is om te liegen als je er ‘een goede reden’ voor hebt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om deze ervaring te definiëren als mijn grote geheim.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verplicht te voelen om te blijven liegen, want ik had schrik dat mensen mij al helemaal niet meer zouden aanvaarden als ze zouden zien dat ik gelogen had tegen hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij jaren later nog schuldig te voelen over die leugen, omdat mijn moeder haar werkelijkheid niet klopte door mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te denken dat mijn mama beter verdiende dan een leugen van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om oprecht en kwetsbaar te zijn tegenover iedereen op elk moment.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat opdat ik gelijkwaardig zou zijn ten opzichte van de anderen van de klas, zij mij zouden moeten zien en behandelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mijn positie van ‘de beste van de klas’ te verliezen in mijn nieuwe klas, waar ik werd gezien als minderwaardig door mijn leeftijd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren als ‘de beste van de klas’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn best te doen om die zelf-definitie te kunnen behouden, zelfs als ik daarvoor moest liegen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebbend dat als anderen mij zagen als minderwaardig door mijn leeftijd, mijn onvolwassenheid, ik nooit de beste van de klas zou kunnen zijn en er erkenning voor zou kunnen krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen erkend worden door de anderen in mijn klas als ‘de beste van de klas’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zelf-waarde te definiëren in en als mijn zelf-definitie van ‘de beste van de klas’, gelovend dat ik niks meer waard zou zijn als ik niet de beste van de klas zou zijn en als zodanig zou erkend worden door de andere leerlingen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de leugen tot een waarheid te maken door de leugen tegen iedereen te vertellen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om respect, aanvaarding en erkenning van de anderen in mijn klas wou krijgen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om heel opvallend met mijn hele pennezak naar de wc te gaan, zodat iedereen zou zien dat ik iets meenam naar de wc, zodat iedereen zou geloven dat ik ook echt mijn regels had.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om die leugen op die manier in scène te zetten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn zelfwaarde, zelferkenning en zelfacceptatie te laten afhangen van of de anderen in mijn klas mij ja dan neen waardig vonden, erkenden, accepteerden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien als inferieur ten opzichte van mijn klas omdat ik een jaar jonger was dan hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijn klas omdat ze mij zagen als ‘het dutske’, terwijl ik mezelf zag als minderwaardig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om een maandverband te beschilderen met rode verf als ‘bewijs’ voor mama, zodat ze zou geloven wat ik haar had wijsgemaakt.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mijn mama mijn leugen zou ontdekken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om volwassenheid te verbinden met leeftijd en menstrueren.
Ik vergeef mezelf dat ik emzelf heb toegestaan te geloven dat wie voor de eerste keer haar regels heeft, een vrouw is en geen kind meer.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om erkenning, eigenwaarde en zelf-aanvaarding te verbinden met en definiëren in en als ‘vrouw zijn’ en menstrueren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op mijn 11 jaar schrik te hebben dat mijn vriendinnen en de andere eerstejaars de schrik zouden zien in mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘schrik hebben’ te verbinden met en definiëren als ‘zwak zijn’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om zwak te zijn en gezien te worden als zwak.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat wie er zwak uitziet, meer kans heeft om aangevallen te worden, dan wie er zelfzeker en sterk uitziet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om aangevallen te worden en gekwetst te worden door anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij vrolijk en uitbundig voor te doen, uit schrik om gekozen te worden als mikpunt van pesterij en gekwetst te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gepest te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om vernederd te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mij vernederd te voelen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om niet aanvaard te worden, uit schrik om vernederd te worden.
Ik vergeef mezelf te geloven dat wie niet wordt aanvaard, wordt vernederd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat niet aanvaard worden op zich al vernederend is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik het ‘niet leuk’ zou vinden op mijn nieuwe school.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn self-enjoyment te laten afhangen van hoe leuk anderen mij vinden en of ze mij ja dan neen aanvaarden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te presenteren als volwassen en zelfzeker vanaf het moment dat ik gelogen had over mijn regels.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om uit mijn rol te vallen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om vast te houden aan een herinnering waarin ik beige schoenen aanhad, een bruine broek en een wit bloesje en samen met aida en anderen op een bank ging zitten op de speelplaats, lachend alsof niets mij stoorde en kijkend naar de andere kinderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij op dat moment te willen gedragen als een puber en te kijken naar alle jongens op de speelplaats van van g te zeggen dat hij knap was, omdat ik geloofde dat dat nu eenmaal was wat meisjes in het middelbaar deden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te schamen en mezelf te beoordelen voor hoe ik mij gedroeg op dat moment op de bank op de speelplaats op mijn eerste dag int Zavo, omdat ik mij voordeed als iemand dat ik niet was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat meisjes in het middelbaar niets anders doen dan lachen, gibberen, praten over jongens, verliefd zijn en aandacht schenken aan hun uiterlijk.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat omdat ik nu in het middelbaar zat, ik mij moest aanpassen aan die omgeving, en mij moest gaan gedragen zoals ik dacht dat middelbare meisjes waren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te gedragen als een ‘middelbare school meisje’, uit schrik om niet aanvaard te worden en uit schrik om mikpunt van pesterij te worden van oudere lln.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van de oudere lln in het zavo, die er al langer zaten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de lln die er al zaten mij niet zouden aanvaarden in hun school en hun omgeving.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om minstens 1 iemand te willen hebben die mij aanvaardde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Veerle te definiëren als mijn verzekering dat ik ok was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als je met 2 bent om niet aanvaard te worden, het minder erg is dan alleen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn eigenwaarde te definiëren in en als het hebben van vrienden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om schrik te hebben om alleen te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om vrienden te verliezen uit schrik om mijn eigenwaarde te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om vrienden te verliezen uit schrik om aanvaarding, acceptatie te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om vrienden te verliezen uit schrik om steun te verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat Veerle de anst en onzekerheid die ik in mij had ondersteunde omdat ze zelf angstig en onzeker was en omdat ik dat zag ik haar, dacht ik dat het ok was voor mezelf, dat ik er niets aan moest doen, dat ik oneerlijk kon blijven met mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om oneerlijk te zijn met mezelf door een relatie aan te gaan met Veerle, waarin ik mijn vertrouwen in haar stopte, mijn zelf-aanvaarding, mijn self-enjoyment van haar liet afhangen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om oneerlijk te zijn met mezelf door een relatie aan te gaan om mijn zelf-oneerlijkheden te steunen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Veerle’s zelf-oneerlijkheden te steunen, door ze te aanvaarden in plaats van haar op haar verantwoordelijkheid voor zichzelf te wijzen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn comfortabiliteit van mezelf te definiëren in en als Veerle, door te geloven dat ik bij haar moest zijn om mij op mijn gemak te voelen met mezelf en de expressie van mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn self-enjoyment te definiëren in en als Veerle, door te geloven dat ik bij haar moest zijn om van mezelf te genieten met volle teugen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn vrijheid in expressie te definiëren in en als Veerle, door te geloven dat ik bij haar moest zijn om mijn vrijheid van expressie te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet aanvaard heb als zelf-comfortabiliteit, self-enjoyment, vrijheid van zelf-expressie, zelf-aanvaarding en zelf-steun, maar die dingen zocht in Veerle in plaats van mij te realiseren dat ik zelf-comfort ben, dat ik self-enjoyment ben, dat ik vrijheid van zelf-expressie ben, dat ik zelf-aanvaarding ben, dat ik zelf-steun ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik minstens door 1 persoon moet erkend worden om te bestaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als anderen mij niet erkennen, ik ook niet echt besta.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om niet erkend te worden, uit schrik dat ik da niet meer besta.
(Zf over Eva en Laurens, zie Engelse blog, Eva Dreamgirl: Sf)
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik niet zou worden aanvaard in mijn nieuwe klas en ging daarom terug meer tijd met Lynn doorbrengen, omdat ik wist dat zij snel met de populaire mensen zou bevriend geraken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om aanvaard te willen worden door de populaire in de klas, uit schrik om bij de uitgestotenen te gaan behoren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om bij de uitgestotenen te horen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘uitgestoten worden/zijn’ te verbinden met ongelukkig zijn, miserie, verdriet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘uitgestoten worden/zijn’ te verbinden met en definiëren als een ‘slechte ervaring’, een ‘te vermijden ervaring’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om verdrietig, ongelukkig, miserabel, alleen, hulpeloos te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om inferieur te zijn ten opzichte van de anderen en daarom mijn best heb gedaan om bij de populaire, superieure groep te behoren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij inferieur te voelen ten opzichte van andere mensen en dat gevoel probeer te compenseren door mij in een positie te zetten waar ik blijkbaar ‘superieur’ ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om Lynn te gebruiken als manier om aanvaard te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om terug bevriend te geraken met lynn vanuit het startpunt van angst om niet aanvaard te worden in mijn nieuwe klas.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om in een nieuwe omgeving, meteen een positie ‘aan de top’ te willen bemachtigen, uit schrik om uitgesloten te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘de populaire mensen’ te zien als ‘de elite’ op school, die uitmaakten wie wel of niet aanvaard werd en die de macht in handen hadden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat iemand anders macht over mij zou hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om liever macht te hebben over iemand anders, dan dat iemand anders macht heeft over mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toesta om in te zien dat het willen hebben van macht zijn oorsprong vindt in angst, en ik dus eigenlijk mijn macht al heb afgestaan aan die angst door die te aanvaarden in en als mezelf en die mij te laten dirigeren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om gedirigeerd te worden door angst en schrik.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik niet hoorde bij de populairen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij inferieur te voelen ten opzichte van de populairen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf minder interessant, minder grappig, minder moedig, mider avontuurlijk te zien als ‘de populairen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mijn ‘vrienden’ zouden zien dat ik eigenlijk inferieur ben ten opzichte van hen, en dat ik eigenlijk helemaal niet het recht heb om mij onder hen te begeven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om voor mij een persoon/een presentatie van mezelf te creëren waarvan ik dacht dat die zou worden aanvaard door de anderen, omdat ik geloofde dat ik als wie ik was niet genoeg was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik als wie ik was niet genoeg was om te mogen omgaan met ‘de populairen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegetsaan om te willen behoren bij ‘de populairen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen bewonderd worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat anderen ontzag hebben van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat de anderen mij niet interessant genoeg, niet moedig genoeg, niet avontuurlijk genoeg, niet grappig genoeg zouden vinden, waarop ik mij dan anders ging voordoen dan ik was.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij voor te doen als uitbundig, extravert, grappig, moedig, opstandig, uit schrik dat ik anders niet aanvaard zou worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om constant mijn recht op mijn plaats in de groep te proberen bewijzen naar de anderen toe, door anders te doen, bepaalde kleren te kopen, vernieuwend en alternatief te proberen overkomen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te kijken naar wat anderen in de groep deden, om dan hetzelfde te doen, of hen een stapje voor te proberen zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat anderen naar mij zouden opkijken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen dat zelfs de populairen mij als superieur zouden zien, om zeker niet als inferieur te worden beschouwd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn haar op te steken op een bepaalde manier dat nog niemand gedaan had, om indruk te maken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de mensen in de groep te observeren om dan hetzelfde te doen om een lichtelijk andere manier, zodat ze naar mij zouden opkijken, mij zouden bewonderen, zodat ik ze telkens weer zou kunnen vangen in een vriendschapsrelatie, opnieuw en opnieuw.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te profileren/presenteren als vernieuwend, alternatief, vrij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te profileren/presenteren als moedig en opstandig.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mij wou presenteren en voordoen als vrij, moedig en opstandig, omdat ik mezelf had opgesloten en slaaf was van mijn eigen angst, omdat ik mezelf niet aanvaarde en realiseerde als moed en niet opstond voor mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om moed te verbinden met het woord moet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om ‘moed’ te verbinden met autoriteit, een gebod, een verplichting.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij verplicht te voelen om mij moedig voor te doen, wanneer ik mezelf die verplichting oplegde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om ‘deze wereld’ de schuld te geven van hoe ik mezelf aanpaste aan anderen, terwijl ik de wereld ben en ik erin had kunnen opstaan voor mezelf, want die keuze had ik in elk moment met elke ademhaling.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om in elk moment de keuze te maken om gedirigeerd te worden door mijn angst, in plaats van op te staan voor mezelf en mijzelf niet langer aan te passen aan anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat ik anderen nodig had om mezelf te accepteren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als ik zou uitgesloten worden, ik mij dat moet aantrekken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik anderen en vrienden nodig heb om ondersteund te worden, omdat ik mezelf alleen zag als ‘niet genoeg’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om konstant anderen te willen bewijzen dat ik wel de moeite waard ben, terwijl ik dat eigenlijk aan mezelf wou bewijzen.
Ik vergeef mezelf dat ik aan mezelf wil bewijzen dat ik de moeite waard ben, omdat ik mezelf niet heb aanvaard en gerealiseerd als waardevol.
Ik ben waarde, de waarde van mij in elk moment in zelf-oprechtheid, waar ik sta in éénheid en gelijkheid, niets aanvaardend dan wie ik ben als het leven.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren volgens mijn kapsel.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om meezlf te definiëren volgens mijn kleren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn haar te definiëren als iets dat ik kan gebruiken om er goed uit te zien zodat ik kan aanvaard worden, in plaats van mijn haar te aanvaarden als één en gelijk met mezelf als wie ik ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn haar te zien als inferieur dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien als de baas van mijn haar en hoe het eruit ziet.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik het niet verdiende om deel te zijn van de populairen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten elke keer dat iemand wat ik uitprobeerde ook de moeite waard vond.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verschieten dat ze niet zo rechtdoor mij en wat ik deed heen konden zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te voelen als een indringer tussen de populairen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn dansen te gebruikena als iets om mij mee te profileren als speciaal/uniek/interessant.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat wie uniek is, recht heeft op waardigheid in deze wereld.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om enkel de mensen die uniek lijken als waardig te beschouwen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik niet meer zou kunnen dansen met mijn gewrichten, uit schrik dat ik dan mijn eigenwaarde dat ik had gedefinieerd in en als het dansen zou verliezen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te willen erkend worden door en via het dansen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat eerst ik iets moet kunnen dat niet veel mensen kunnen, en dat anderen mij daarvoor moeten erkennen, vooraleer ik mezelf kan erkennen als de moeite waard.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn intelligentie en mijn dansen te beshouwen en definiëren als vrijkaarden voor waardigheid, bewondering en erkenning.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik moest kunnen terugvallen op mijn intelligentie en mijn dansen om waardig te zijn, om de moeite waard te zijn en om aanvaard te worden door anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat hoe meer ik bepaalde dingen bewust deed en zei en naar voor bracht om waardigheid te winnen, hoe meer ik mij oneerlijk voelde ten opzichte van mezelf en hoe waardelozer ik mezelf zag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen voor het bewust zeggen/doen en naar voor brengen van bepaalde dingen om aanvaard te worden, in plaats van mezelf uit te drukken in elk moment, als wie ik ben, zonder anst dat ik niet geaccepteerd wordt door anderen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik zou geassocieerd worden met Veerle, die werd gezien als seut en nerd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta om in angst te leven door de mogelijkheid om uitgesloten te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb uitgesloten van mezelf.
Stop!
Tot hier en niet verder!
Ik sta mij niet toe om imj inferieur te voelen ten opzichte van anderen.
Ik sta mij niet toe om mij voor te doen op een bepaalde manier, zodat ik kan behoren bij ‘de elite’ binnen een bepaalde groep.
Ik sta mij niet toe om mezelf te definiëren volgens mijn vrienden.
Ik sta mij niet toe mezelf te definiëren volgens mijn kleren of kapsel.
Ik sta mij niet toe om mij te willen voordoen als zelfzeker en volwassen.
Ik sta mij niet toe om mij aan te passen aan een nieuwe groep.
Ik sta mij niet toe om mij te definiëren volgens ‘status’, want ‘status’ is iets wat niet bestaat. Ik ben één en gelijk met alles en iedereen.
Ik sta mij niet toe om mij te willen onderscheiden om bewonderd te worden.
Ik sta mij niet toe om mij speciaal voor te doen, om erkend te worden en mij waardig te voelen.
Ik sta mij niet toe om schrik te hebben om te worden uitgesloten.
Ik sta mij niet toe om mij er iets van aan te trekken als ik wordt uitgesloten.
Ik kan niet uitgesloten worden of zijn, alleen door mezelf.
Ik sta mij niet toe te geloven dat ik niet goed genoeg, niet interessant geneog, niet moedig genoeg, niet grappig genoeg ben.
Ik ben genoeg, ik ben alles en het enige dat bestaat.
Waardigheid verliezen door te worden gezien als lustobject:
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om de vriend van aurori te haten omdat hij mij zag als lustobject.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te reageren in weerzin toen de vriend van aurori mijn hand streelde met zijn duim, er een zoen op gaf en mij dan recht in de ogen keek.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mannen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te worden gezien als lustobject.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat mannen mij zouden beginnen zien als een lustobject en daarin mij niet meer zouden zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mannen haat omdat ze mij zien als lustobject omdat ik mijzelf zie als lustobject door de ogen van mannen wanneer ik mij opmaak of mij op zo’n manier presenteer dat ik in de ogen van mannen knap, mooi, aantrekkelijk, sexy ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf haat voor de manier waarop ik mij zie als lustobject door de ogen van mannen wanneer ik mij opmaak of mij op zo’n manier presenteer dat ik in de ogen van mannen knap, mooi, aantrekkelijk, sexy ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te zien enkel als een lustobject door mezelf te zien door de ogen van mannen wanneer ik mij opmaak/mij presenteer op zo’n manier dat ik in de ogen van mannen knap, mooi, aantrekkelijk, sexy ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat er geen andere uitweg was voor mij dan mij te onderwerpen aan mannen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mij te moeten onderwerpen aan mannen bij het zien dat die man mij enkel zag als een lustobject, een geslacht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gereduceerd te worden tot een geslacht.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te reduceren tot een geslacht door mijzelf te definiëren als ‘vrouw’/ ‘vrouwelijk’ / ‘vrouwelijkheid.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om een ‘vrouw’ te worden door het zien hoe mijn moeder zich heeft onderworpen aan mijn vader en mijn vander de dominante persoon is geworden in de relatie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik mij ook zou moeten onderwerpen aan een man en dat ik dan door hem zou gedomineerd worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om schrik te hebben om gedomineerd te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik als vrouw geen andere keus heb dan mij te onderwerpen aan mannen en door hen gedomineerd te worden.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mannen superieur zijn dan vrouwen door mijn ouders te observeren, waarin mijn vader mijn moeder domineerde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat vrouwen inferieur zijn dan mannen door mijn oduers te observeren, waarin mijn moeder zich onderwerpte aan haar man en haar best deed om hem te bevredigen en tevreden te stellen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik niemand of niets anders zal zijn dan iemand of iets dat een man moet bevredigen en tevreden stellen, waarbij ik dan leef voor die man en op mijzelf niet meer besta.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om te gaan leven voor een man en dan op mijzelf niet meer te bestaan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat wat ik weersta hetgeen is dat zich zal voltrekken.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om exact hetgene te worden waar ik schrik voor had dat ik het zou worden, door mijzelf te zien als lustobject door de ogen van mannen en mezelf te zien als iets of iemand die bestaat om voor een man te zorgen, een man te bevredigen, tevreden te stellen en niets anders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan te geloven dat dat mijn lot is omdat ik een vrouw ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan te geloven dat dat mijn lost is omdat ik van het vrouwelijk geslacht ben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te leven in schrik voor mannen en daarom mij ook aan hen te onderwerpen uit schrik voor wat ze mij zouden kunnen aandoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf altijd als inferieur te plaatsen ten opzichte van mannen, uit schrik dat ze mij iets zouden aandoen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van alle mannen door de manier waarop mijn vader mij behandelde.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om alle mannen als monsters te zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mijn angsten en percepties van mannen alleen maar te bestendigen door mij erdoor te laten dirigeren en bepalen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij te voelen alsof ik mijn waardighed van mezelf verloor in het moment dat de vriend van Aurori naar mij keek op een manier waarbij het leek voor mij dat hij mij enkel zag als lustobject.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij beledigd te voelen door gezien te worden als lustobject door mannen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat in het reageren daarop ik mijn power van mezelf weggeef aan mannen een daarin hun percepties van vrouwen bestendig en ondersteun.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik in mannen zag hoe zij mij zagen als lustobject, omdat ik het niet zag in mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om sinds kleinsaf aan er te willen mooi uitzien zodat de jongens die ik kende mij zouden zien en opmerken en verliefd zouden worden op mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik in het willen mooi zijn voor jongens zodat ze mij zouden opmerken en zouden verliefd worden op mij – ik mijzelf reduceerde tot een geslacht, een prent, een lustobject om de ogen, verlangens en wensen van mannen in te lossen en bevredigen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te definiëren als iemand die de verlangens, wensen en ogen van mannen moet inlossen en bevredigen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mezelf haatte omdat ik mezelf reduceerde tot een prent, lustobject, geslacht dat enkel bestaat om mannen hun ogen, wensen en verlangens te bevredigen en in te lossen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te haten omdat ik mezelf ging onderwerpen aan personen die ik eigenlijk zag als inferieur ten opzichte van mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om jongen en mannen te verachten door de manier waarop ik ze zag, beïnvloed door hoe mijn vader mij behandelde en ik mijn vader zag.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan te geloven dat omdat mijn vader mij behandelde zoals hij deed, dat alle mannen in deze wereld mij zo zouden behandelen en dat ze allemaal ‘even erg’ waren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om alle mannen te beoordelen als ‘zwijnen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan te geloven dat ik superieur ben ten opzichte van zwijnen en varkens.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan te geloven dat varkens en zwijnen vieze en onwaardige dieren zijn omdat ze veel in de modder zitten en onze etensresten opeten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van zwijnen en varkens door te geloven dat ik meerwaardig ben ten opzichte van hen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat varken en zwijnen wezens zijn net zoals mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mezelf omdat ik ingaf in angst en schrik in plaats van mijn superioriteit dat ik ervaarde in mezelf te uiten en laten zien.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik superieur ben ten opzichte van mannen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mannen dommer zijn dan vrouwen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van mannen door mezelf met hen te vergelijken en hen te beoordelen als dom en dwaas en mij te beoordelen als slim en verfijnd.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik mijn eigen weerzien en haat ten opzichte van mezelf projecteerde op de vriend van Aurori.
Ik ben de vriend van Aurori, één en gelijk.
Ik aanvaard en laat mezelf toe te zien dat hij mij toonde wat ik niet zag in mezelf.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om de vriend van Aurori te hebben beoordeeld als misselijkmakend.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan mezelf af te scheiden van de vriend van Aurori.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat door mannen te haten en er schrik van te hebben, ik mezelf aan het verdedigen was ten opzichte van hen.
Ik vergeef mezelf dat ik emzelf niet heb toegestaan om in te zien dat als ik geloof dat ik mij moet verdedigen ten opzichte van mannen, ik al aan het zeggen ben dat mannen superieur zijn en machtiger en krachtiger dan mij.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om heel de tijd aan Jurgen te denken tijdens het typen van deze self-forgiveness en mij af te vragen hoe hij zou reageren bij het lezen ervan.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van ‘lust’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om schrik te hebben van ‘verlangen’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb teogestaan om ‘lust’ en ‘verlangen’ te verbinden met schrik en dus ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen schrik.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om gedomineerd te worden door iemand anders.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van dominantie.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om dominantie/gedomineerd worden te verbinden met schrik en dus ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen schrik.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan dat ik eigenlijk schrik had van mijn eigen verlangen om te domineren dat ik niet zag in mezelf maar wel in mannen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te willen domineren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te verlangen naar dominantie en controle.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om op dezelfde manier te reageren in angst, schrik, weerzin en haat ten opzichte van José die ik voor mijn 11 jaar enkel als een vriend en speelkameraad had gezien, maar plots zag als iemand die iets van mij wilde of verlangde dat ik hem niet kon geven tenzij hij mij zou domineren.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om te geloven dat José iets van mij wilde en verlangde dat ik hem niet kon geven tenzij hij mij zou domineren en het opeisen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mij af te vragen of ik niet lesbisch ben omdat ik zo reageer op mannen die mij ‘zien’ en ‘opmerken’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat omdat ik van het vrouwelijke geslacht ben, ik nu een ‘vrouw’ ben en ik hetzelfde moet gaan doen als alle andere vrouwen op aarde, zijnde een man zoeken om mee te trouwen en sex mee te hebben.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben dat als mannen zouden weten dat ik eigenlijk schrik heb van hen en hun verlangens, ze mij zullen afwijzen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om tegelijkertijd te willen met een man zijn en tegelijkertijd te proberen mannen te ontvluchten.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mannen een vrouw nodig hebben om compleet te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat vrouwen een man nodig hebben om compleet te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik een man nodig heb om compleet te zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat als ik geen man heb, ik niet compleet kan zijn.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te beoordelen omdat ik mezelf aanpaste aan wat mannen willen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf te bedriegen door mezelf aan te passen aan wat mannen willen en verlangen van meisjes/vrouwen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik onwaardig ben door mezelf te hebben aangepast aan de wensen en verlangens van mannen ten opzichte van meisjes/vrouwen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om prostituees te beoordelen als onwaardig omdat ze zichzelf helemaal opofferen om mannen hun verlangens en wensen in te willigen.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om schrik te hebben om mezelf te zien als even onwaardig als prostituees.
Ik vergeef mezelf dat ik emzelf heb toegestaan om mezelf af te scheiden van prostituees.
Ik vergeef mezelf dat ik emzelf niet heb toegestaan o min te zien dat ik net hetzelfde deed als prostituees.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan om mezelf en de expressie van mijzelf op te offeren voor mannen om hun verlangens en wensen in te willigen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om in te zien dat ik net hetzelfde deed als prostituees: mezelf opofferen en op-pofferen voor mannen uit schrik dat ik niet kan overleven als ik mannen niet gunstig stem en geen man heb die ‘bij mij hoort’.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat mannen mij kunnen beschermen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat ik een man nodig heb om mij te beschermen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om in te zien dat de enige die mij iets kan aandoen ik is en dus, Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan te geloven dat ik een man nodig heb om mij te beschermen van mijzelf.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te hopen en verlangen om een man te vinden die ik zie als superieur dan mij, sterker en stabieler, zodat die mij kan leiden en beschermen in deze wereld.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om elke keer ik de jongens waar ik verliefd op werd, leerde kennen – teleurgesteld te zijn omdat ik zag dat ze helemaal niet superieur zijn ten opzichte van mij.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat ik iemand kan vinden die superieur is dan mij om mij te leiden en beschermen in deze wereld – in plaats van mji te realiseren dat ik één en gelijk ben als al dat bestaat en dat dus de enige die mij kan leiden ik is.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijzelf in het zien van de wereld en wat erin gemanifesteerd is.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om in te zien dat deze wereld weerspiegelt wie ik ben en dus, dat als ik schrik heb van deze wereld, ik schrik heb van de aspecten van mijzelf in en als mijzelf die deze wereld weerspiegelt voor mij.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van de natuur van mijzelf als wie ik mijzelf heb toegestaan te bestaan.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen drang naar controle.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen drang naar sex.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van mijn eigen drang naar macht.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat ik die drang naar controle, drang naar sex en drang naar macht ben.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te bestaan in en als drang naar controle.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te bestaan in en als drang naar sex.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te bestaan in en als drang naar macht.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te verlangen om in een relatie te zijn met een jongen of man, maar eenmaal ik in die relatie ben aan niets anders te denken of ik er niet terug zou moeten uitstappen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om te luisteren naar mijn eigen common sense waarin ik zag dat relaties nu eenmaal niet werken.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om hoop te vertrouwen liever dan mijn eigen common sense.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te hopen dat ik ongelijk had en dat ik net als andere mensen gelukkig zou kunnen zijn in een relatie.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om naar mijzelf te luisteren wanneer ik in common sense zag dat in de relaties in deze wereld er moet toegegeven worden voor elkaar en dat dit dus niet kan werken, want men kan zichzelf niet blijven onderdrukken.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om in relaties mijn eigen overtuigingen, opinies, meningen, gedachten, gevoelens en emoties te onderdrukken uit schrik dat ik dan de partner zou verliezen als die ermee niet zou akkoord gaan.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben dat die partner zou zeggen ‘ik heb mij vergist in u, ik dacht dat ge anders waart’ om mij dan alleen te laten.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te hopen dat als ik niets zou zeggen, alles wel goed zou komen, terwijl ik mij ergens zeer duidelijk realiseerde dat ik alles niet zou kunnen blijven onderdrukken.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te proberen zijn wie mijn partners wouden dat ik was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te proberen zijn wie ik dacht dat mijn partners wouden dat ik was, volgens wat ik hen hoorde vertellen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om als mannen/jongens praten, te proberen onderscheiden wat ze verwachten en verlangen van een meisje/vrouw om mij dan te kunnen voordoen als de voor die specifieke man/jongen, perfecte vrouw/meisje.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om op dezelfde manier te reageren op Laurens toen ik 11 jaar was – met haat, weerzin, ergernis, angst, woede en walging.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om elke keer mannen vriendelijk deden tegen mij of mij een compliment gaven – het te zien als een manier om mij te ‘vangen’ zodat ze mij dan zouden kunnen gebruiken om hun eigen behoeften en verlangens te bevredigen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben om te worden ‘gevangen’ door een man.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat als ik mij vrijwillig laat ‘vangen’ door een man, dat ik dan niet gevangen ben.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat als ik het flirt-spelletje meespeel, dat ik dan sterker sta.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om vast te houden aan de herinnering van het moment waarop ik een zwart rokje aanhad toen het mooi weer werd en ik ging zitten en waarin Laurens naar mijn benen keek en dan naar mijn gezicht om dan ‘goedkeurend’ te kijken.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om in dat moment tegelijkertijd met opwinding als met weerzin te reageren.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te willen worden goedgekeurd in hoe ik eruitzie, door mannen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om kwaad te worden wanneer mannen mij ‘goedkeuren’, uit frustratie omdat zij geloven dat zij iets te zeggen hebben over hoe wij ons zouden moeten presenteren.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om kwaad te zijn op mijzelf omdat ik mannen – door mijzelf te zien door hun ogen – heb laten bepalen hoe ik eruit zou moeten zien en hoe ik mij zou moeten presenteren, kleden, gedragen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om in dezelfde periode in weerzin, haat, angst en woede te reageren ten opzichte van Miseur omdat hij vriendelijk deed tegen mij.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mijzelf af te hebben gescheiden van de vriend van Aurori, José, Laurens en Miseur.
Ik realiseer mij dat de vriend van Aurori, José, Laurens en Miseur naar mij weerspiegelden wat er bestaat in en als mijzelf en dat alles wat ik ten opzichte van hen ervaarde – ervaarde ten opzichte van mijzelf voor wat er bestaat in en als mijzelf dat zij aan mij weerspiegelden.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te panikeren binnen in mij toen Wouter mij op mijn 14 jaar in Ierland plots vastnam, tegen zich aandrukte en zoende.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben om schrik te hebben om alleen te zijn met Wouter toen ik met hem verkeerde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om nog voor ik naar Ierland vertrok, te verlangen dat ik en Wouter een koppel zouden zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om nog voor ik naar Ierland dat jaar vertrok, te hopen dat Wouter terug mee zou gaan.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om met Wouter iets te willen hebben, omdat hij mij deed denken aan mijn broer en ik iemand wou hebben waarvan ik dacht dat mijn broer hem wel zou goedkeuren.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat Wouter leek op mijn broer omdat die lang haar had en gitaar speelde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om nog voor ik dat jaar naar Ierland vertrok, te fantaseren over mij en Wouter.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om nog voordat ik dat jaar naar Ierland vertrok, te fantaseren hoe ik en Wouter zouden verliefd worden op elkaar.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om nog voordat ik dat jaar naar Ierland vertrok, te fantaseren hoe ik en Wouter zouden sex hebben met elkaar.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te verlangen dat Wouter naar mij zou verlangen en seksueel opgewonden van mij zou geraken.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om al ‘mijn zinnen te zetten op’ Wouter nog voordat ik duidelijk wist wie hij was, maar gebaseerd op een beeld van wie ik hoopte dat Wouter was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te verlangen naar een relatie zoals ik had gezien dat anderen van mijn leeftijd al in een relatie waren geweest.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat het leven draait om het zoeken naar en vinden van iemand om mee in een relatie te zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mij aangetrokken te voelen tot Wouter en mij tegelijkerijd zover mogelijk van hem te willen begeven.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van Wouter en zijn seksuele opwinding.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van Wouter en zijn verlangen om mij te zoenen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mij te voelen alsof ik aan het stikken was binnenin toen Wouter mij zoende voor de eerste keer.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te willen dat ‘mijn eerste zoen’ een leuke ervaring zou zijn en daarom mijn paniekgevoelens te onderdrukken en het moment mee te spelen, zoals ik wou dat het eruit zou zien.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om een grote waarde te hechten aan mijn ‘eerste tongzoen’.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te verwachten dat ‘mijn eerste tongzoen’ zou gebeuren in een magisch moment en dat ik er heel gelukkig in zou zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mij gevangen te voelen eerder dan geborgen, in de armen van Wouter toen hij mij voor het eerst zoende en alle andere keren.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat het veiliger is om in een gevangenis te zitten dan om vrij te zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat als ik mijzelf opsluit en inkapsel in een relatie met iemand anders, dat ik dan veilig ben en gelukkiger, dan wanneer ik vrij ben.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mijzelf en de ervaring van mijzelf niet te stoppen in elk moment dat ik mij totaal niet op mijn gemak voelde in de aanwezigheid van een jongen of man.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te willen een relatie hebben zoals op tv te zien was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om teleurgesteld te zijn in relaties, zoenen en seks, omdat ik verwachtte dat ik mij constant op mijn gemak zou voelen en gelukkig zou zijn zoals in de films altijd lijkt.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat als ik mij gewoon gedraag zoals in films, dat de ervaring van mijzelf in een relatie zich dan wel zou aanpassen naar comfortabiliteit en gelukkig zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om de gevoelens van mijzelf te onderdrukken uit hoop dat ze zouden weggaan endat het maar ‘een fase’ was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om zooo vaak te denken dat het ‘waarschijnlijk maar een fase is’, in de hoop dat de ervaring van mijzelf zou weggaan als hoe ik mij ervaarde binnen een relatie.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben dat er iets mis was met mij omdat de manier waarop ik mji ervaarde in een relatie, tijdens het zoenen en tijdens sex, helemaal niet overeenkwam met het mooie plaatje van liefde dat sommige koppels in deze wereld en op tv en in liedjes laten uitschijnen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om elke keer ik mij niet op mijn gemak voelde in een relatie, tegen mijzelf te zeggen ‘dat het waarschijnlijk maar een fase was’, om mij gerust te stellen, want ik had schrik dat er iets mis was met mij.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben dat ik de illusie van liefde en geluk in de liefde, zou moeten opgeven en laten gaan.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mijn hoop op een zinnig leven te hebben gestoken in de illusies van liefde en ‘geluk in liefde’.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om schrik te hebben van Wouter.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb togestaan om schrik te hebben dat Wouter zou uitvliegen tegen mij als ik zou zeggen dat ik niet meer met hem in een relatie wou zijn.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om een brief te schrijven in plaats van hem direct aan te spreken face-to-face, omdat ik schrik had om zijn reactie.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om mij in een relatie altijd als inferieur ten opzichte van de jongen op te stellen, uit schrik dat die zou uitvliegen tegen mij.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb teogestaan om mij in een relatie altijd als inferieur ten opzichte van de jongen op te stellen, door het geloof dat dat was hoe het hoorde te zijn en dat dat de enige manier was dat relaties konden werken – als de vrouw zich onderwerpt aan de man.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat ik nog te weinig ervaring had en dat het daarom was dat ik mij niet op mijn gemak voelde in en relatie, tijdens het zoenen of tijdens sex.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om in dezelfde patronen te blijven verderbestaan toen ik op mijn 16 met Jurgen verkeerde, op mijn 17e met Nils verkeerde, sinds mijn 17e seks had en op mijn 19e met Pieter verkeerde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om elke keer ik in een relatie was te denken ‘dit kan toch niet werken, wij zijn twee verschillende mensen en wij kunnen niet samen passen in één relatie’.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om ‘de relatie’ elke keer te zien als een entiteit buiten mij en mijn lief.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat wat er in een relatie te beleven valt, liefde is.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan in relaties, omdat ik mij realiseerde dat het veel meer ging om sex dan om liefde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat alle mannen in een relatie zijn omwille van sex en dat alle vrouwen in een relatie zijn omwille van liefde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijezlf heb toegestaan om mijzelf compleet te willen opgeven voor mijn lief als ik maar diens liefde en acceptatie en bewondering zou krijgen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat wanneer twee mensen een koppel zijn, het doel is om ‘een relatie te bouwen’.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om ‘het doel’ van samenzijn met iemand anders, buiten onszelf te stellen in ‘een relatie’ die niet bestaat.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan te geloven dat hoe meer ‘de relatie’ groeit, hoe minder de verschillen tussen de twee mensen binnen de relatie en issue zijn en dat de relatie die verschillen bumpert en verzacht, zonder mij te realiseren dat die ‘relatie’ een verzinsel is van onze geest en niet echt bestaat, het enige wat er was waren ik en de jongen waarmee ik verkeerde.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb teogestaan om mij af te scheiden van de jongens waarmee ik verkeerde, door ze te zien als iemand dat ik niet was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om in te zien dat de persoon waarmee ik verkeerde, ik was.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om te geloven dat in een relatie met iemand anders, hetgeen wij ‘deelden’, de relatie was, terwijl het onszelf was dat we hadden kunnen delen.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan om enkel in de relatie te steken wat ik wou dat de andere persoon van mij zag en wist.
Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf niet heb toegestaan om open en kwetsbaar te zijn binnen een relatie en mezelf uit te drukken als wie ik ben en daarin te durven riskeren om de relatie stop te zetten en die andere persoon nooit meer te zien, want die andere persoon is wie ik ben.
Stop!
Tot hier en niet verder!
Ik sta mijzelf niet toe om mijn woede, haat, weerzin, walging, frustratie te opzichte van mezelf, te projecteren op mannen.
Ik sta mijzelf niet toe om te bestaan in en als woede, haat, weerzin, walging, frustratie ten opzichte van mannen.
Ik sta mijzelf niet toe om te bestaan in en als woede, haat, weerzin, walging, frustratie ten opzichte van mijzelf.
Het is niet wie ik ben.
Ik sta mijzelf niet toe om te willen compleet gemaakt worden door een man.
Ik sta mijzelf niet toe om mannen te zien als afgescheiden van mij, ik ben één en gelijk met mannen.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf te zien als lustobject door mijzelf en mijn lichaam te zien door de ogen van mannen.
Ik sta mijzelf niet toe om mij zo te presenteren dat mannen bevredigd worden in wat ze zien van mij.
Ik sta mijzelf niet toe om mij zo te presenteren zodat ik mannen plezier doe.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf te definiëren als lustobject.
Ik sta mijzelf niet toe mijzelf te beoordelen voor wat ik gedaan heb en hoe ik mij gedragen heb in het verleden.
Ik sta mijzelf niet toe om mij af te scheiden van prostituees/hoeren.
Ik been één en gelijk met prostituees en hoeren.
Ik sta mijzelf niet toe te geloven dat ik zonder man niet kan overleven.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf aan te passen aan mannen binnen een relatie.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf te willen presenteren als de vrouw van een man zijn dromen.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf te reduceren tot een fantasie van de man.
Ik sta mijzelf niet toe om mijzelf te reduceren tot een fantasie van mijn eigen geest.
Ik sta mijzelf niet toe te zoeken naar een man die superieur is dan mij.
Ik sta mij niet toe om te willen geleid en beschermd worden in deze wereld.
Ik sta mij niet toe om te hopen op de illusie van liefde en de illusie van geluk in liefde.
Laat een reactie achter