The li(f)e I lived – door Maite


Waar komt overtollig lichaamsvet vandaan?

Laat ons zeggen dat je gemakkelijke gewichtstoename rond de heupen en de maagstreek herkent. Nu stel je jezelf de vraag, wat is er nodig voor mij om naar te kijken zo dat ik vergeving kan doen. Je kijkt naar je leeftijd en hoe je vanaf je kindertijd hebt deelgenomen aan deze angsten. Kijk naar je maag vanuit her perspectief van angst gelinkt aan het verleden, de toekomst en het heden. Hoe heb je since je kindertijd deze angsten gelinkt aan gebeurtenissen en herinneringen. Schrijf alles neer en doe hetzelfde met de heupen, misschien op een aparte pagina, aangezien je de correcties apart zal doen.In verband met de heupen hoe ver heb je jezelf toegestaan om je eigen waarde te verliezen? Ben je waardig door de manier waarop anderen je zien? Ben je waardig door jouw plaats in je carrière? Dus weerom, spoor deze toegevingen in verband met waarde/waardigheid op helemaal tot in je kindertijd. Link nu personen aan elke gebeurtenis, bijvoorbeeld: Wie in mijn leven heeft mij ooit waardig van iets doen voelen en wat was die waarde? Kijk dan naar hoe je tegenwoordig, zowel met de heupen als met de maag, deze invloeden nog altijd toestaat te bestaan in de beslissingen die je vandaag maakt. Welke personen representeren bepaalde punten en hoe heb je geparticipeerd?

Dan pas je een pak zelf-vergeving toe tot je de informatie begint te begrijpen, dat je niet enkel met wat je geschreven hebt op een papier blijft zitten. Herinner je ook dat je weerstand voelt daar waar je bewustzijnsgeest niet wil loslaten. Dus wanneer je denkt, ‘stomme oefening’ of ‘nee dat klopt niet, dat zou ik nooit toestaan’, dan weet je dat je aan een punt van weerstand gekomen bent. Dan schrijf je dat ook op en vergeeft jezelf onvoorwaardelijk, herinner je in het assisteren van jezelf, welke schade kan je mogelijk ondervinden door gewoon te schrijven en zelf-vergeving te doen op wat je schrijft? Herinner je ook dat het belangrijkste is om je te realiseren dat praktische zelf-vergeving effectief is wanner je niet toestaat dat datgene wat je gecreëerd hebt, zich herhaalt. Door enkel zelf-vergeving te spreken is het niet mogelijk om alles recht te trekken, je moet werkelijk veranderingen maken om de situaties en wat je hebt toegestaan te stoppen. Vergeving assisteert met schuldgevoel en berouw dat ons tegenhoudt om zelfs maar te werken met een probleem. Mensen hebben de neiging zichzelf niet te vergeven voor iets, daardoor laten ze zichzelf niet toe om het probleem aan te pakken, geen loslaten mogelijk.

-Jack-

Voor het volledige (Engelse) artikel, zie http://www.desteni.co.za/Osho/Jack3.htm

 

Vet rond de maagstreekt: Angst van het ongekende, angst voor verleden, heden en toekomst.

Schrik om iemand te verliezen, schrik om iemand te missen, schrik om niet zonder die persoon te kunnen.

  • Toen ik 6 jaar was had ik schrik om Levi te verliezen die toen mijn liefje was. Hij ging van school veranderen en ik had schrik om alleen achter te blijven. Ik was ook verontwaardigd omdat hij het niet erg vond. In hetzelde jaar had ik ook ruzie gekregen met Iris die toen mijn beste vriendin was. Ik herinner mij nog de woorden van haar toen ik het probeerde goed te maken ‘Nee is nee en daarmee basta.’ Ik had schrik dat ik haar kwijt was als vriendin. Ik weet ook nog dat ik het een gekke uitspraak vond, deed mij denken aan tandpasta.
  • Toen ik 11 jaar was had ik dezelfde angst, omdat mama mij vertelde dat Gabriël had proberen zelfmoord plegen en ik had schrik dat ik hem zou verliezen.
  • In hetzelfde jaar had ik schrik om mijn vriendinnen te verliezen, omdat we van school gingen veranderen. Ik wou Ellen niet verliezen die toen mijn vriendin was.
  • Toen ik 9 jaar was had ik schrik dat ik mijn vrienden van de klas zou verliezen, omdat ik van klas veranderde.
  • Toen ik 13 jaar was had ik schrik om Veerle te verliezen die toen mijn beste vriendin was, omdat we ruzie hadden omdat Veerle Houssein niet wou interviewen omdat hij een Marrokkaan is.
  • Toen ik 15 jaar was had ik schrik om mijn mama te verliezen, omdat ze ziek was en ik op één of andere manier wist dat ze kanker had.
  • Toen ik 16 jaar was had ik schrik om Jurgen te verliezen toen ik dacht ‘als ik ooit trouw, is het niet met jurgen’. Ik had schrik dat ik en jurgen te verschillend waren om in een blijvende relatie te zijn, dus dacht ik dat we ooit uit elkaar zouden gaan. Ik had schrik om hem te vertellen wat ik dacht, om dat ik schrik had dat ik hem dan zou verliezen. De angst om hem te verliezen bleef toen ik 17 en 18 jaar was.
  • Toen ik 17 jaar was had ik schrik om Nils te verliezen toen ik op CM-cursus was, want hij stuurde niet veel berichtjes.
  • Toen ik 18 jaar was had ik schrik om Pieter te verliezen en lette daarom altijd op wat ik zei en probeerde ik te zeggen wat hij wou horen.
  • Toen ik 19 was had ik schrik om Nathan te verliezen, toen ik besloot uit Lune te gaan
  • Nu heb ik schrik om Ellen te verliezen.

Schrik om mijn vertrouwde omgeving achter te laten = schrik dat ze mij niet zullen aanvaarden in mijn nieuwe omgeving.

  • Toen ik 9 jaar oud was had ik schrik om de klas die ik kende achter te laten en in een nieuwe klas te moeten zitten. Heb veel gedaan zodat ze mij zouden aanvaarden. Gelogen over maandstonden, communiekleren stukgeknipt.
  • Toen ik 11 jaar oud was had ik dezelfde schrik, ook omdat ik de nieuwe school (ZAVO) niet kende.
  • Toen ik 13 jaar was had ik schrik dat de mensen uit de moderne richting mij niet gingen willen aanvaarden, omdat ik Latijnse doe en niet populair ben.
  • Toen ik 17 jaar was, had ik schrik om ‘mijn klasje’ achter te laten. Ik weet nog dat ik ervoor huilde op onze laatstejaars bbq.
  • Nu heb ik schrik om weg te gaan uit Zaventem en naar Zuid-Afrika te gaan, als is het maar op bezoek gaan.

Schrik door een vorige ervaring.

  • Toen ik 9 jaar was had ik het gevoel dat ik dezelfde fout aan het maken was als het jaar voordien door op kamp te gaan. Ik had een moment van ‘oh nee, waarom doe ik dit, ik vond het vorig jaar ook al ni leuk om op kamp te gaan!”
  • Toen ik 14 jaar was had ik schrik van skiën, omdat ik mij herinnerde hoe ik mij de vorige keer ook helemaal ni op mijn gemak voelde op skilatten. Ben toen 2 keer ‘hard’ gevallen, dus nog meer schrik!
  • Vanaf mijn 19 jaar heb ik schrik om mij terug miserabel te voelen en terug te falen, zoals ik mij voelde en zoals ik faalde in het HID, als ik een nieuwe professionele dansopleiding zou proberen.

Schrik om mensen kwaad te maken.

  • Toen ik 3 of 4 jaar oud was, heb ik voor de eerste keer straf gekregen van de juf omdat ik gemorst had. Ze had gezegd dat ze degene zou straffen die nog zou morsen. Ik had dus schrik om te morsen. Ze had mij toen in de hoek gezet. Vanaf dan heb ik schrik van dreigementen en schrik om iets mis te doen.
  • Tita Montse was kwaad op mij omdat ik een kussen weggehaald had van achter de zetel. Ik was verschoten van hun woede en het feit dat ze mij een ‘stout meisje’ noemden. Sindsdien heb ik schrik van Tita Montse en Tito Pepe. Ik was toen 6 of 7 jaar.
  • Heb altijd schrik gehad oom papa kwaad te maken. Waarschijnlijk al vanaf mijn 6 jaar. Want papa gaf poepekletsen als ik iets fout had gedaan.
  • Toen ik 8 jaar was had ik schrik van mijn papa, echt schrik. Ik had hem op één of andere manier uitgedaagd toen ik in bad zat enhij hefet mij toen een mep gegeve waardoor ik me mijn hoofd tege de kraan ben gebotst en een blauw oog had. Ik was nadien beschaamd dat mensen mij konden zien met mijn blauw oog, omdat ze dan zouden kunnen zien dat ik iets fout gedaan had. Sindsdien ben ik alsmaar verder van mijn papa weggegroeid. Sindsdien heb ik geen leuke herinneringen meer aan mijn papa, oprecht leuke, zonder angst. Ik had schrik dat als ik iets verkeerd zou zeggen, hij het verkeerd zou interpreteren en mij weer zou slaan. Op den duur zi zei ik dan maar niks meer.

Schrik om mensen teleur te stellen.

  • Toen ik 11 jaar was heb ik mijn moeder teleurgesteld door te spijbelen bij de dwarsfluitles. Ze zei mij nadien dat ze mij niet meer vertrouwde en dat ze heel teleurgesteld was.
  • Ik heb altijd schrik gehad om Gabriël teleur te stellen.

Vet rond de heupen: het gevoel van het verliezen van je waardigheid

Waardig door mijn prestaties op school:

  • In de derde kleuterlkas (5 jaar) leerde Gabriël mij al lezen. Ik kon lezen nog voor het eerste leerjaar. Ik werd ervoor geprezen door mijn leerkrachten. We gingen met de hele klas naar het eerste leerjaar ‘op bezoek’ waar ik mocht laten zien aan mijn klas en de klas van het eerste leerjaar dat ik al kon lezen. Ik mocht ook moeilijkere ps spelletjes spelen, Lexidata. Ik liet mijn waardigheid sindsdien afhangen van de complimenten die ik kreeg van mijn leerkrachten.
  • In het eerste leerjaar (6 jaar) had ik bij mijn eerste rapport 100 op 100. Weer kreeg ik veel lof en complimenten en sindsdien werden punten mijn basis voor mijn waardigheid.
  • Toen ik van het vierde leerjaar overging naar het vijfde leerjaar (9 jaar), had ik op mijn eerste rapport 85 %, dat was veel minder dan hoeveel ik anders had. Ik was het gewend om mijn punten in de 90 te halen altijd, eind de 90. Dat is de eerste keer dat ik mij gekwetst voelde in mijn waardigheid, dat ik mij ja echt onwaardig voelde en dat ik gefaald had.
  • Door de tijd ben ik dit gegeven gaan negeren. Ik deed alsof ik punten allemaal niet zo belangrijk vond. Dat was ook niet cool in het middelbaar. Als je in het middelbaar hoge punten haalde, was je een nerd. Maar ook daar voor al, in het lager, wou ik geen Latijn gaan studeren. Ik wou niet doen wat mensen van mij verwachtten door mijn punten. Ik wou plots veel liever dansen dan hoge punten halen. Ik was toen 10 jaar ongeveer denk ik.
  • In het dansen deed ik eigenlijk net hetzelfde, een zo hoog mogelijk niveau halen. Veel complimenten en veel punten halen. Ik wou dat mensen het talent in mij zouden erkennen.
  • Ook in dwarsfluit wou ik het goed doen. Ja! Nog een moment dat ik ‘te weinig’ punten had gekregen en ik heb geweend, mijn eerste examen dwarsfluit. Ik was toen 9 jaar en voelde mij alsof ik diep gefaald had en iedereen had teleurgesteld, want ik had maar 75 % gehaald.
  • Maar ook bij dwarsfluit een kleine opstand toen ik 11 jaar was. Ik ben ermee gestopt, want ik wou liever dansen. Nee, dat is wat ik er later van gemaakt heb. Ik wou niet liever dansen, ik was het ‘beu’ om dwarsfluit te spelen gewoon. En dat iedereen altijd hoge vewachtingen van mij had en dat ik die mensen teleurstelde als ik niet voldeed aan die verwachtingen.
  • Ik denk dat ik echt een moment van puberteit heb ontdekt, of een periode misschien eerder. In het vijfde en zesde leerjaar (9/10 jaar). Heel toevallig de twee jaren dat ik in een nieuwe klas zat. Ik was heel kwaad vanbinnen en wou gewoon dat iedereen mij met rust zou laten. Eén keer in het middelbaar is dat voorbijgegaan en ben ik weer de volgzame, slimme leerling geworden.
  • In het derde middelbaar (13 jaar) is het dat ik de punten op school minder belangrijk begon te vinden, er was ook wat minder druk ‘want in het middelbaar is alles moeilijker, dus kan je niet zoveel meer halen als in het lager.’ Het was ook niet cool meer om hoge punten te halen. Om nu geaccepteerd te worden, moest je gewoon maar net genoeg hebben. Ondertussen bleef ik in de dans echter als maar meer be mijn best doen. En kreeg ik daar alsmaar meer erkenning voor wat ik deed.

Waardig door op te vallen, door erkenning van anderen:

  • Toen ik 6 jaar was voelde ik mij beter dan de andere kinderen van mijn klas, omdat ik durfde in opstand te komen tegen de mensen van het zesde leerjar. Ik ging toen als een generaal langs de andere kinderen die in een rij stonden als soldaten. Ik voelde mij superieur ten opzichte van hen.
  • Toen ik 9 jaar was wou ik geaccepteerd worden door mijn nieuwe klas. Ik loog toen over het feit dat ik mijn regels had. We hadden informatie gekregen over regels hebben. Ik moest mijn plaats opeisen tussen hen. Ik wou bewijzen dat leeftijd niet de norm is waarop je iemand beoordeelt. En dan liefst op een manier dat ik niet evenwaardig was aan hen, maar zelfs superieur. Ik vond het vreselijk om ‘het dutske’ te zijn. Door te liegen over mijn regels was ik opeens rijper dan hen en was ik geworden wat hen nog te wachten stond. De rollen werden omgekeerd. Ik haalde mijn waardigheid uit hoe anderen mij zagen, uit het feit of ze mij ja of neen accepteerden. Ik heb de leugen tot ‘een waarheid’ gemaakt door tegen iedereen te liegen. Ook tegen mijn leerkracht en mijn moeder. Jarenlang gedaan alsof ik elke maand mijn regels had. Eén keer zelfs een maandverband met rode verf beschilderd. Mijn mama nam het aan als bewijs. Ik heb mij daar sindsdien al schuldig over gevoeld. Dit was ongeveer mijn eerste ervaring met manipulatie, een ‘succesvolle operatie’. Doen wat andere mensen verlangen, zijn wat andere mensen verlangen bleek een goede manier om hun respect te krijgen. Van het oneerlijke moment van mijn waardigheid te laten afhangen van andere mensen hun beeld van mij in plaats van de waardigheid in mezelf te zien en mezelf te accepteren als waardig, vanaf dan ben ik steeds oneerlijker geworden en heb ik mezelf steeds meer verloochend door het beliegen en manipuleren van anderen en het schuldig voelen daarover. Steeds verder weg van mezelf.
  • Toen ik 11 jaar was, wou ik niet dat anderen de schrik zagen in mij, dus deed ik mij extra-sterk voor. Alsof ik mij supergoed voelde op mijn nieuwe school. Mijn angsten onderdrukt. ‘Als anderen mijn angst zien, zullen ze mij wel zwak en kinderachtig vinden en zullen ze zeggen dat ik heb afgedaan. Ik mocht niet uit mijn rol vallen van volwassen en zelfzeker.
  • Toen ik 11 jaar was is dit veranderd toen ik Veerle leerde kennen. Als er 1 iemand was die mij respecteerde was het al goed. Veerle was zolang we ‘beste vriendinnen’ waren, mijn verzekering dat ik oké was, dat ik de moeite waard was. Ik wist dat zodra Veerle en ik niet meer beste vriendinnen zouden zijn, ik mijn waardigheidsgevoel zou verliezen en ergens anders mijn waarde zou moeten gaan halen, zogezegd.
  • Toen ik 13 jaar was, kwam ik in een nieuwe klas terecht en was Veerle ondertussen mijn beste vriendin niet meer. Ik ging toen op zoek naar erkenning van andere mensen. Van Laurens in het bijzonder. Laurens deed mij denken aan mijn broer, dus ik wou eigenlijk erkenning van mijn broer. Ik wist dat Laurens goed bevriend was met Eva en Lore en daarom wou ik met hen ook goed bevriend worden. Het is zo en daarom dat ik met Eva bevriend ben geraakt, omdat ik erkenning wou van Laurens, dat de erkenning van mijn broer moest veroorzaken. Ik werd in hetzelfde jaar ook weer beter bevriend met Lynn, omdat ik wist dat zij gemakkelijk vrienden maakt en op die manier zou ik ook aan vrienden kunnen geraken.Ik deed mijn best dat jaar om aanvaard te worden door de populairdere mensen in de groep. Ik zat in de klas van Latijn, die als nerds werden beschouwd door de rest van de school/klassen.In het jaar waarover ik schrijf, werden Latijn en de moderne richtingen 1 grote klas. Binnen onze klas van Latijn waren we ‘veilig’, maar nu we samenzaten met de leerlingen van moderne moesten we bewijzen dat we geen nerds waren, uit schrik dat ze ons zouden uitsluiten en het ons moeilijk zouden maken op school.Ik werd vrij snel ‘bevriend’ met de luidruchtigste mensen in de klas en ook met Eva en haar vrienden en vriendinnen. Ik had echter het gevoel dat ik niet klaar was, ik moest mijn relevantie kunnen blijven bewijzen. Ik deed dat dan door mijn haar anders te doen, bepaalde kleren te kopen, vernieuwend en alternatief te willen overkomen. Ik heb mij nooit op mijn gemak gevoeld als ‘deel van de populairen’, ik verschoot elke keer als ze mij een compliment gaven en snapte het niet echt dat ze mij aanvaardden. Ik voelde mij als een indringer. Zo is het verder altijd blijven gaan. Hoe meer ik begon te dansen en hoe beter ik erin werd, hoe meer ik het ging beschouwen als een eigenschap waardoor ik uniek werd en wie uniek is, heeft recht op waardigheid in deze wereld.

          Dansen samen met mijn intelligentie werden mijn vrijkaarten voor waardigheid.

          Het ding is dat hoe meer ik bepaalde dingen deed en zei en naar voor bracht (bewust) om waardigheid te winnen,   hoe meer ik mij oneerlijk voelde ten opzichte van mezelf en hoe waardelozer ik mezelf zag.

Waardigheid verliezen door te worden gezien als lustobject:

  • Toen ik 9 jaar was, voelde ik mij voor het eerst bekeken als een lustobject. (Ik schrijf hier meer over in een andere tekst ‘Onmogelijke Liefde’, nog in vertaling.) Voor de eerste keer zag ik dat lust bestond, ook in het echt en niet alleen in films. Ik voelde mij echt gedegradeerd door de manier waarop een bepaalde man naar mij keek. Ik haat die man van het ene moment op het andere.
  • Toen ik 11 jaar was, is er een neef van mijn vader een tijdje blijven logeren bij ons. Toen ik nog heel jong was, kwam ik heel goed met hem overeen, hij was een grote speelkameraad, ik was heel erg op hem gesteld. Maar toen ik hem zag op mijn elfde had ik schrik van hem. Ik zag hem als een man. Ik vond het vreselijk als hij vriendelijk deed tegen mij. Hij deed op zich helemaal niets mis of anders, maar ik zag hem anders. Elke keer hij heel vriendelijk was tegen mij of mij een compliment gaf, werd ik misselijk. Ik begon hem ook te haten.
  • In hetzelfde jaar had ik dit ook voor met Laurens, nog voor ik op hem gesteld begon te geraken en met mijn lerar van muziek. Dit was echt een periode van mijn 9 tot mijn 12, daarna verdween het (dacht ik).
  • Op mijn 14e had ik mijn eerste vriend/lief. Toen hij mij vastnam en mij zoende, panikeerde ik binnenin mij, maar wou het niet laten merken. Hij was 7 jaar ouder. Hetzelfde gevoel als waarover ik net vertelde kwam subtiel naar boven. Ergens vond ik het vreselijk om een vriend te hebben, waarvan ik dan de vriendin was. Ook het feit dat die verliefd was op mij, vond ik eigenlijk een vreselijk idee. Maar ik was verliefd op hem en op een bepaalde manier deed dat die vieze gevoelens onderdrukken. Echter, niet voor lang, want schreef hem al snel een brief om te zeggen dat ik het niet meer zag zitten om met hem te verkeren. Het was een opluchting te weten ‘dat ik van hem vanaf was’, maar heb ook veel geweend omdat ik verliefd op hem was. Hoe raar, er was echt een conflict in mij. Enerzijds zei ik tegen mezelf dat relaties en in een relatie zijn geweldig zijn, anderzijds zei ik tegen mezelf hoe vreselijk het was om in een relatie te zijn.
  • Dezelfde tweestrijd bleef bij mijn volgende vriendjes, op mijn 16, 17 en 19. Ik zag het als iets waar ik gewoon mee moest leren omgaan. Ik dacht dat het wel beter zou worden als ik meer ervaring opdeed, maar heb mij nooit 100% comfortabel gevoeld in een relatie.

   Waardigheid door mijn uiterlijk:

  • In het eerste leerjaar (6 jaar) voelde ik mij mindermooi dan Cindy omdat zij meer leek op het beeld dat ik had van een prinses met blonde lange haren dan mij. Ik herinner mij ook, toen ik een kleuter was, dat ik in Spanje aan het wandelen was met mijn oma, of met haar naar de winkel ging en een meisje zag van ongeveer mijn leeftijd met lange blonde haren en toen besloot ik om mijn haar ook zo lang te laten groeien. Sindsdien is het altijd mijn doel geweest om lang haar te hebben, maar door ongeduld en wispelturigheid knipte ik het telkens weer kort nog voordat het zolang was als ik wou dat het zou zijn.
  • In het tweede leerjaar (7 jaar), herinner ik mij, zag ik op een bepaald moment naast Olivia in mijn turnshort op de bank in een turnzaal. Ik vergelijk mijn billen en hoe dik/breed ze waren met die van Olivia en kwam tot de conclusie dat die van mij breder waren. Dat is de eerste herinnering die ik heb waarin ik schrik heb om dik te worden. Ik merkte dat als ik mijn bil liet rusten op de bank en de spieren zich ontspanden, mijn billen dikker leken dan als ik mijn billen opspande of ze de bank niet volledig raakten. Ik ontdekte ‘de trucjes’ om er magerder uit te zien.
  • In hetzelfde jaar had ik op een bepaald moment luizen. Ik moest naar de kapper om mij haar korter te laten knippen. De kapper waar ik als kind altijd naartoe ging, stelde voor ze begon altijd de vraag ‘een stuk eraf of een stuk erbij?’. Telkens opnieuw was mijn antwoord ‘een stuk erbij!!’ en ik geloofde elke keer weer dat ze er werkelijk een stuk zou bijplakken of een wondermiddel had waarvan mijn haar langer werd. Wanneer dan bleek dat ze mijn haar toch had geknipt en korter had gemaakt, dacht ik dat ze zich misschien vergist had of vergeten was dat ik gevraagd had om het langer te maken. Ik durfde het nooit vragen. Die ene keer dat ik luizen had, was er echt een heel groot stuk van mijn haar af (dat ik al zo lang was aan het laten groeien!). Ik was plots lelijk en was uitermate kwaad op de kapster. Ik moest met dat kapsel ook op de klasfoto, wat ik heelvernederend vond.
  • Ik kan hier moeilijk een leeftijd op plakken, maar sinds ik begon te dansen, na pré-ballet, dus vanaf mijn 8 jaar begon het beeld van de perfecte ballerina mij te beïnvloeden in mijn perceptie van hoe ik eruit hoor te zien. Ik werd in de klassieke les geleerd op mijn buik in te trekken en mijn bipsen op te spannen als een citroen. Ik had toen niet door dat dit ‘diende’ voor stevigheid, stabiliteit en ondersteuning tijdens het dansen. Ik zag het gewoon als iets dat ik blijkbaar moest doen om er mooier uit te zien, om er meer uit te zien als een ballerina.
  • Toen ik 9 jaar was werd Ellen H. mijn nieuwe prototype van mooi meisje. Weerom een meisje met lang blond haar als een prinses en mager als een ballerina. Ik voelde mij onzeker wanneer ik mijn uiterlijk vergeleek met dat van haar. Ik probeerde mijn best te doen om schoenen en kleren te kopen die leken op die van haar. Ik wou een stijl van ‘natuurlijkheid’ najagen.
  • Toen ik 10 jaar was liet ik mijn haar eens heel kort knippen, voor zij die de stripfiguur kennen, het was een ‘jommekes-kapsel’. Vooraan hing mijn haar voor mijn ogen en werd er altijd gelachen met ‘gordijntjes open of gordijntjes toe’. Ik herinner mij nog de schoolfoto waar ik opstond met dat kapsel, ik hield mijn lippen ferm op elkaar geperst. Dit omdat ik mij schaamde 1 van mijn voorste snijtanden bovenaan die uitstak naar voren. Alle andere kinderen hadden ofwel rechte tanden of kregen een beugel om hun tanden recht te zetten. Ik niet.
  • Eenmaal in het middelbaar (11 jaar) werd uiterlijk al helemaal een issue. Ik begon duidelijk te letten op hoe ik mijn haar liet knippen, welke kleren en schoen ik uitkoos. Wat ik in het eerste leerjaar al doorhad, nl. dat je als je ‘mooi’ bent veel meer aandacht verdient en sneller aanvaard wordt, werd in het middelbaar alleen maar bevestigd. In de eerste twee jaar van het middelbaar trok ik mij hier nog niet zo heel erg veel van aan. Ik droeg kleren die ik comfortabel vond en waarvan ik dacht dat ze ook wel aanvaardbaar waren.
  • Op mijn 12 waren ik en Veerle bevriend en de neef van Veerle had foto’s van ons twee gezien en had toen gezegd dat hij mij mooi vond. Ik was voor al verwonderd, van echt?? Ik zag andere mense van mijn leeftijd het ‘aanmake met elkaar’ en dacht, dan heb ik dus toch een kans om dat ook mee te make.
  • Op mijn 13 begon ik veel meer te letten op wat ik droeg. Het moest altijd ‘speciaal’ zijn, of ‘origineel’, maar toch aanvaardbaar. Ook probeerde ik nieuwe dingen uit met mijn haar die later iedereen zou overnemen. Dit bleef zo doorgaan tot nu eigenlijk. Ik heb ook een herinnering van ‘kapper candell’ waar ik naartoe ben gegaan toen ik 13 was. Ik had een prent van een kapsel dat toen in de mode was en had die prent meegenomen naar de kapster. Kapster verstond niet goed Vlaams en mijn Frans is niet geweldig. Ze deed alleszins dingen die ik haar niet gevraagd had en was gefrustreerd omdat wat ze deed helemaal niet leek op wat op de foto stond, als ik haar erop wees zei ze dat zij gelijk had en ik mis was. Ik werd kwaad toen ze mijn haar begon te brushen terwijl ik expliciet gevraagd had van dat niet te doen. Ik duwde haar arm weg, stond op, nam mijn spullen en wou weggaan zonder betalen, maar ze hield mij tegen en ik moest dokken. Jaaa, sindsdien heb ik kappers zoveel mogelijk ontweken en ben ik zelf in mijn haar beginnen knippen.
  • Op mijn 14e deed ik dreads in mijn haar om er alternatief uit te zien.
  • Ik kreeg schrik van mijn eigen uiterlijk toen Wouter mij zij dat hij van op het moment dat hij mij voor het eerst zag, dacht ‘waauw, wa stapt er hier op de bus.’ Een kerel van 20 die opeens helemaal weg was van een meisje van 14 gewoon door naar haar te kijken, ja best wel eng. Ergens vond ik het cool van mezelf dat ik blijkbaar een effect had op mannen, zoals het ‘hoort te zijn’. Maar ergens vond ik het altijd best wel eng, ik deed niks en opeens bij magie is iemand gefascineerd door mij en loopt die mij achterna als een kwijlende hond.
  • Op mijn 14e begon ik ook meer vormen te krijgen, werden mijn heupen breder, schouders ook. En in mijn klas zat Laura, zo mager als iets. Dus ik had schrik dat ik zou ‘blijven uitbreiden’, wetend dat dat hoe ik er dan uit zou zien, niet overeen zou komen met het ideale figuur. Ik ben altijd jaloers geweest op meisjes als Laura, die gewoon enorm mager en slank zijn.
  • Toen ik 16 was en met Jurgen verkeerde of net ervoor of net erna, zei hij dat hij mij het mooist vond met lange krullen. Vanaf het moment dat ik da wist heb ik mijn haar lang laten groeien, zo dat het werd zoals hij het mooi zou vinden, omdat ik er ook vanuit ging dat andere mannen/jongens dat dan ook wel mooi zouden vinden.
  • In Lier tijdens mijn jaar dat ik dansopleiding begon, ik was 17/18. Tijdens mijn eerste evaluatie zeiden een leerkracht en de directeur dat ik een gewichtsprobleem had, wat ik best wel verrassend vond, want ik was helemaal niet dik. Maar ik knikte alleen maar. Ik ben toen volgens hen na een paar maanden heel sterk afgevallen, waar ik zelf helemaal niks van gemerkt had. Pas later toen ik een hele tijd had stilgezeten door een blokkade in mijn rug, zag ik dat ik opeens niet meer zo mager was als toen. Vanaf dan heb ik geprobeerd en ‘gestreefd’ naar dezelfde lijn die ik toen had in de dansschool waar ik dagelijks uren danste en niet echt veel at.
  • Toen ik 18 jaar was, heb ik besloten om mijn haar toch kort te knippen en wou het als iets symbolisch maken, dat mij ‘losmaakte’ van Jurgen. Ik heb mijn haar toen ‘scheef’ geknipt en het een hele tijd zo gelaten en in hetzelfde kapsel herknipt.
  • De motivatie om mijn kapsel te veranderen was altijd ofwel ‘ik wil er uitzien als die persoon’ ofwel ‘ik zie eruit als iedereen, ik wil er anders uitzien’, vergelijking! Die twee motivaties wisselden zich af, dus ik wou enerzijds een door iedereen aanvaardbaar kapsel hebben en anderzijds dat mijn kapsel zou duidelijk maken hoe ‘uniek’ ik wel niet ben.
  • Toen ik 19 was, werd ik op een kamp/stage langs alle kanten bestookt met bewondering van mannen/jongens van allerhande soorten en leeftijden. Ik had die week zelfs geen moeite gedaan om er presentabel uit te zien of vriendelijk te zijn, dus best wel ‘opvallend ongewoon’. Het zal wel de meditatie zijn die opeens zijn ‘effect’ begon te hebben, haha.
  • Ik ben gaan geloven dat ik een ‘speciale uitstraling/natuurlijke uitstraling’ heb, omdat zoveel mensen mij dat al gezegd hebben en ik het als waar ben gaan aannemen en ben gaan bekijken als een ‘troef’.

Laat een reactie achter



Bezig met formatteren van jouw reactie
Terug naar boven | Tekstgebied: Groter | Kleiner